Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

25 februari 2009

Zinsdelen op de rode lijst

Gisteren was er een lezer die naar aanleiding van de poll opmerkte dat haar favoriete zinsdeel eigenlijk het indirect object was. Meer in het bijzonder de ethische datief was voor haar 2 gymnasiumklas smullen geblazen.

Speciaal voor die 2 gymnasiumklas een bespreking van een zeldzame variant van het indirect object (dat in veel grammaticaboekjes onder het meewerkend voorwerp valt): het loos meewerkend voorwerp. Als er een rode lijst van zeldzame zinsdelen zou bestaan, zou dit zinsdeel daarop voorkomen.

Lees meer/ minder/ printversie

Update. De actuele lijst (aangevuld met lezersreacties):

- Dat is 't 'm ('t is hier loos naamwoordelijk deel, zo mogelijk nog zeldzamer)
- Dat doet 't 'm ('t
is loos lijdend voorwerp)
- Het zit 'm daarin (het
is -waarschijnlijk- loos onderwerp)
- Daar zit 'm de kneep (de kneep is onderwerp)
- Hij heeft 't 'm gelapt ('t is loos lijdend voorwerp)
- Hij is 'm gesmeerd

22 februari 2009

Wat schetst mijn verbazing? Weer een reactie!

Gisteren reageerde een lezer met de opmerking dat hij steeds vaker hoorde Wat schetst mijn verbazing?  in plaats van Wie schetst mijn verbazing? Daaroverheen kwam nog een andere lezer die dat "ongeletterd" noemde, maar ondertussen is het wel een interessante kwestie, die met een beetje ontleden beter begrepen kan worden.

Het is om te beginnen al een verdachte kwestie: de "foute" vorm (wat schetst) komt op het internet al drie keer zo vaak voor als de "goede" (wie schetst). Dat betekent dat we nu al bijna in het stadium zitten van het "iedereen zegt dit maar eigenlijk is het dat." De taalprof is een beetje allergisch voor dat woordje eigenlijk. Dat lijkt hem een beetje te veel op strikt genomen.

Lees meer/ minder/ printversie

21 februari 2009

Werkwoorden die voorwerpen hebben

Ik kende de voorbeeldzin uit de taalkundige literatuur al langer, maar vanmorgen kwam ik hem zomaar in het wild tegen, in de gewone literatuur: Mannen die vrouwen haten, een thriller van de Zweedse auteur Stieg Larsson.

Nou zal de taalprof dat boek niet gaan lezen, want over het algemeen stelt hij meer prijs op goede betrekkingen tussen de geslachten dan op wrevel en onmin, zeker als daar ook nog dooien bij vallen. Maar die titel is interessant.

Wat is daarmee aan de hand dan, met die titel Mannen die vrouwen haten?

Lees meer/ minder/ printversie

24 december 2008

Vernielen maar niet verslechteren

Het moet een week of twee geleden zijn, dat het televisiejournaal berichtte over rellen in Griekenland. Er werd iets in het Grieks gezegd, en de ondertiteling luidde: Er vernielden dingen. Interessante vergissing!

Lees meer/ minder/ printversie

18 november 2008

Ons bent uitgenodigd

De taalprof deed mee aan een lezerenquête op de website van de NRC. De laatste vraag was of hij interesse had in deelname aan een lezerspanel. Wat houdt dat in, dacht hij. Welnu: Deelnemers aan het lezerspanel wordt maximaal drie keer per jaar uitgenodigd voor onderzoek.

Is dit niet gewoon een ongelukkig foutje? De schrijver is vergeten dat de kern van het onderwerp (deelnemers) meervoud is, en schrijft per ongeluk wordt, omdat lezerspanel in de buurt staat? Zou kunnen. Maar misschien is het erger.

Lees meer/ minder/ printversie

6 november 2008

Goede raad kost duur

Naar aanleiding van een lezersvraag gisteren herinnerde de taalprof zich een oudere discussie (zie punt 4 in de link, en de voorgaande discussie), over de zin Hoeveel kost die auto? Die discussie zat een beetje verborgen in de vragenrubriek van deze site, maar hij is eigenlijk best een aparte bespreking waard.

Daarom nu: Hoeveel kost die auto? en wat is dan Hoeveel?

Lees meer/ minder/ printversie

23 oktober 2008

Weer bonussen als onderwerp

Gisteren schreef ik over de zin Topmanagers die bonussen zijn beloofd, krijgen die niet. Naar aanleiding van een reactie van een lezer merkte ik op dat het radiojournaal deze constructie later had vermeden door de zin in tweeën te splitsen, met als eerste stuk Topmanagers waren bonussen in het vooruitzicht gesteld. Daar voegde ik aan toe, dat ik over die zin ook wel iets leuks had kunnen schrijven.

Nou doe dat dan, zul je zeggen.

Lees meer/ minder/ printversie

22 oktober 2008

Bang om op Cruijff te lijken

Welke voetballer wil nu niet op Johan Cruijff lijken? Fluwelen balbehandeling, superieur spelinzicht, dat willen we allemaal wel. Maar er zijn ook Cruijffiaanse eigenschappen die juist door veel mensen vermeden worden.

Soms ten onrechte.

Lees meer/ minder/ printversie

27 mei 2008

Zorgen voor een klein beetje discussie

Het voorzetselvoorwerp blijft de gemoederen bezig houden. Op een discussielijst voor docenten werd de vraag gesteld hoe in de zin Teer en nicotine zijn schadelijk, want ze zorgen voor allerlei kwalen het zinsdeel voor allerlei kwalen genoemd moet worden.

De reagerende docenten waren het (bijna) roerend eens: het is een voorzetselvoorwerp. Heeft de taalprof daar dan nog iets aan toe te voegen?

Lees meer/ minder/ printversie

14 april 2008

Taalprof fronst wenkbrauw

Heet van de naald. Vandaag, 14 april, schrijft Ewoud Sanders in zijn rubriek Woordhoek in de NRC: "Na verschijning van de film Fitna werd bewoners van een Rotterdamse volkswijk om hun mening gevraagd."

Interessante zin! De taalprof zou zeggen: hypercorrectie.

Lees meer/ minder/ printversie

17 oktober 2007

Vragen, verzoeken of uitnodigen?

Er roert zich weer iets in het kamp van de reizigers-wordt-verzochtaanhangers. Op mijn eigen weblog kondigt een lezer aan dat hij het "behoorlijk oneens is" met de analyse van de taalprof, en op het weer ter ziele lijkende nltaal.blog laait de discussie weer op met iemand die aan komt zetten met de nominalisatieproef uit de Praktische cursus Zinsontleding van Klein en Van den Toorn.

Tijd om de balans op te maken, en alle voors en tegens nog eens netjes bij elkaar te zetten.

Lees meer/ minder/ printversie

31 augustus 2007

Eeuwige kwesties (5): verzocht worden

Het houdt maar niet op. Steeds maar weer steekt hij de kop op: de redenering dat het zou moeten zijn De reizigers wordt verzocht over te stappen, in plaats van het correcte De reizigers worden verzocht over te stappen, zoals normale mensen zeggen. En altijd maar weer met diezelfde voorbeeldzin. Arme reizigers, die steeds maar weer verzocht wordt! Het is de hardnekkigste fout in de Nederlandse ontleding. Nu duikt hij weer op in de blogwereld, op  nltaal.blog. Net nou dit blog weer nieuw leven was ingeblazen. Het is om te huilen.

Lees meer/ minder/ printversie

[vervolg van deze discussie hier]

31 mei 2007

Een veel gemaakte fout

Taalcritici hebben het maar gemakkelijk. Lekker andere mensen op hun fouten wijzen, en zo zelf een onaantastbare indruk maken. Vooral de "hardnekkige fouten" worden liefdevol gekoesterd, want die maken het leven wel heel eenvoudig. Je hoeft er niet eens bij na te denken.

Toch loop je als criticus juist bij zo'n hardnekkige fout een groot risico. Want waarom zou een fout hardnekkig zijn? Meestal omdat hij eigenlijk niet fout is.

Lees meer/ minder/ printversie

8 mei 2007

Jij ook

"Prettig weekend!"
"Ja jij ook"
"Wat?"
"Jij ook een prettig weekend"
"Hoezo, jij ook?"
"Ik begrijp niet wat je bedoelt. Zeg ik iets verkeerds?"
"Je zegt jij ook"
"Nou en?"
"Is dat geen meewerkend voorwerp?"
"Huh?"
Lees meer/ minder/ printversie

1 mei 2007

Aan de borreltafel

"Die taalprof kan me nog meer vertellen."
"Man, schei uit! Ik ben al lang opgehouden met het lezen van die website. Wat had hij nou weer dan?"
"Hier, kijk, op 27 april, daar stelt iemand een eenvoudige vraag over hen en hun."
"O ja, hun hebben zeker"
"Nee, hier: Moet het zijn ik heb hen om raad gevraagd of ik heb hun om raad gevraagd?"
"Ja ja"
"Simpele vraag toch? Dat vinden jullie toch ook?"
"Ja, duidelijk."
"Ik snap niet wat het probleem is."
"Nou, en dan krijg je me toch een partij gedraai van die taalprof, hij begint echt steeds meer op een taalkundige te lijken."
"Zo!"
"Ja, dit en dat, en aan de ene kant en aan de andere kant... en de grammatica is hier niet voor bedoeld, en je kunt er zus tegenaan kijken of zo, en de een zegt dit en de ander dat, en het moet allemaal kunnen, kortom: zoek het zelf maar uit."
"Nee, dan was het vroeger anders"

Lees meer/ minder/ printversie

23 januari 2007

Meer over het meewerkend voorwerp

Dat zit me toch niet helemaal lekker. Probeer ik de onduidelijkheden bij het meewerkend voorwerp weg te nemen, komen er meteen twee, drie reacties van lezers die toch weer problemen zien. En terecht, laat ik dat meteen toegeven.

Als ik mijn antwoorden nog eens even doorlees, zie ik dat ik ook al snel het gevaar loop dat ik in een of andere glibberige redenering dreig terecht te komen, zodat je als lezer de indruk moet krijgen: jaja, de taalprof zegt wel dat hij een probleem oplost, maar hij krijgt er aan de andere kant ook weer problemen bij.

Er zit niets anders op: ik zal het nog eenvoudiger moeten maken.

Lees meer/ minder/ printversie

17 januari 2007

Wat betekent het meewerkend voorwerp?

Kom, we weten allemaal te weinig van de grammatica, laten we eens iets leren! Het meewerkend voorwerp, wat is dat eigenlijk? Weet iemand dat? Die term komt vaak langs, bijvoorbeeld als het gaat over hen en hun, en over de reizigers worden verzocht om over te stappen, maar wat ís dat precies, een meewerkend voorwerp? Hoe bepaal je of een zinsdeel meewerkend voorwerp is?

Opzoeken maakt je niet meteen veel wijzer. Of je nu de Wikipedia raadpleegt of de Algemene Nederlandse Spraakkunst, het is allemaal of onbegrijpelijk, of het klopt niet.

Lees meer/ minder/ printversie

30 november 2006

Vals alarm in domstad

Je moet tegenwoordig erg oppassen met wat je zegt, want voor je het weet staat de taalprof ineens over je schouder mee te kijken. Elke grammaticale noodkreet op het internet wordt onmiddellijk geregistreerd door de ultragevoelige grammaticale antennes die de taalprof op zijn ivoren toren heeft staan.

Utrechtse schakers hebben een bijzondere band met de grammatica. Op 17 november maakt er weer eentje een grammaticale opmerking: "Er wordt zaken gedaan; niet er worden zaken gedaan. Bel de Taalprof!". Dat is natuurlijk de goden verzoeken. Daar kun je dan  één minuut later wel aan toevoegen "(dit is een geintje; niet weer svp)", maar het kwaad is al geschied. Ook de brandweer rukt bij iedere melding uit.

Lees meer/ minder

12 november 2006

Een schaaknovelle

Gemor onder de Utrechtse schakers! Zij stelden een vraag over de zin De kinderen kan/kunnen op de regels worden gewezen. Mijn uitleg vonden ze echter "te veel woorden om iets zinnigs (?) te zeggen", en ze konden de concentratie niet opbrengen om alles te onthouden.

Nou jongens, dat is toch geen probleem? Dan doe ik er gewoon twee breintjes af, en giet ik het in de vorm van een schaakpartij-analyse!

Lees meer/ minder

11 november 2006

Eeuwige kwesties (2): Een voorwerp dat niet meewerkt

Interessante vraag! Wat is juist? De kinderen kunnen op de regels worden gewezen of De kinderen kan op de regels worden gewezen? Deze kwestie lijkt verwant aan de bekende de-reizigers-worden-verzocht-controverse, maar verschilt toch in een aantal opzichten daarvan.

Ik begin maar weer eens met te zeggen: de grammatica is niet bedoeld om juist en onjuist van elkaar te onderscheiden. Maar de grammatica is natuurlijk wel het geschikte middel om hierover te práten. Je moet er wel even voor gaan zitten. Doen?

Lees meer/ minder

Te lang? Te moeilijk? Lees dan deze log.

17 februari 2006

Wat moet dat met al die voorwerpen?

Lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, wat zijn dat voor dingen? Wie heeft dat nou weer verzonnen? Waarom is het van belang dat we dat weten? Gek dat deze vragen nooit worden beantwoord in een cursus zinsontleding. Wel allerlei ezelsbruggetjes om een lijdend voorwerp te vinden of een voorzetselvoorwerp te onderscheiden van een meewerkend voorwerp, maar een beetje uitleg ho maar. Toch is het allemaal niet zo moeilijk.

Misschien weet je (en anders moet je het nog maar eens nalezen in deze log) dat elke zin een ingewikkelde manier is om te zeggen dat er iets gebeurt (bijvoorbeeld iemand doet iets) of dat iets het geval is. Dat is het grote verschil tussen werkwoordelijke en naamwoordelijke zinnen.

Werkwoordelijke zinnen hebben als centraal woord een zogeheten zelfstandig werkwoord. Dat is een werkwoord met een "rijke betekenis". Een deel van die werkwoorden kan in zijn eentje voorkomen (zoals lachen, sneeuwen, wandelen), maar andere moeten aangevuld worden met een ander zinsdeel. Neem eten, daar hoort iets bij. Als je eet, eet je altijd iets. Dat zinsdeel iets maakt het werkwoord dus volledig, het completeert datgene wat door het werkwoord wordt uitgedrukt. Daarom wordt zo'n zinsdeel ook wel het complement genoemd.

Het werkwoord eten heeft als complement iets. Andere werkwoorden, zoals wachten, hebben ook een complement iets, maar daar moet altijd een voorzetsel bij. je wacht altijd op iets. Het opvallende is, dat dat voorzetsel eigenlijk vrijwel niets aan de betekenis toevoegt. Het staat er maar zo'n beetje als versiering bij. Maar het zit in de taal dat eten een complement iets heeft, en wachten op iets. Dat had voor hetzelfde geld ook anders kunnen zijn (vroeger was het trouwens ook iets wachten, denk aan die regel uit een kerstliedje "wij wachten het nieuwe jaar").

Die complementen worden ook wel objecten genoemd. Zo heten ze in bijna alle westerse talen. In het Nederlands is deze term (letterlijk) vertaald als voorwerp. Zo'n voorwerp zonder voorzetsel heet een lijdend voorwerp (direct object), en met voorzetsel heet het voorzetselvoorwerp (prepositioneel object). Lijdende voorwerpen en voorzetselvoorwerp zijn dus hetzelfde, op dat gekke betekenisloze voorzetsel na.

En wat is dan het meewerkend voorwerp? Dat is een beetje een probleem. Het klassieke meewerkende voorwerp is een tweede voorwerp, dat zowel met als zonder voorzetsel kan optreden. Het standaardvoorbeeld is het werkwoord geven, dat als eerste (lijdend) voorwerp iets heeft (je geeft iets), en als tweede voorwerp (aan) iemand: je geeft iemand iets, of je geeft aan iemand iets. In de internationale terminologie heet dat een indirect object, maar in het Nederlands noemen we dat meewerkend voorwerp.

Wat is daarbij het probleem? Nou, er zijn er een paar: de meeste meewerkende voorwerpen kun je aanvullen met aan, maar sommige moeten met voor (bijvoorbeeld (voor) iemand iets inschenken), en zelfs met bij (bijvoorbeeld (bij) iemand het voorhoofd afvegen).

Daarnaast heb je een speciale soort tweede object (ook wel de "ethische datief" genoemd), waar je niet echt een voorzetsel kunt toevoegen (hij heeft me toch een hoop dvd's!). Ook die worden gemakshalve tot de meewerkende voorwerpen gerekend.

Ten slotte komt het ook wel voor dat een werkwoord maar één voorwerp heeft dat toch met én zonder voorzetsel kan voorkomen (bijvoorbeeld (aan) iemand gehoorzamen). Die laatste eigenschap is een reden om dit voorwerp toch maar meewerkend te noemen.

Ook bij een naamwoordelijk gezegde heb je soms voorwerpen, maar dat zijn dan altijd meewerkende voorwerpen of voorzetselvoorwerpen: dat is (voor) mij te moeilijk, of ik ben trots op iets.  Er zijn ook werkwoorden met twee voorwerpen, waarbij je het ene als lijdend voorwerp en het andere als voorzetselvoorwerp moet beschouwen. Bijvoorbeeld iets met iets vergelijken. Dan is iets lijdend voorwerp en met iets voorzetselvoorwerp (omdat het voorzetsel verplicht is).

De meest eenvoudige manier om hier tegenaan te kijken is deze: alle completerende zinsdelen bij een werkwoord zijn te beschouwen als voorwerpen. Zijn het varianten op iets of iemand (zonder voorzetsel), dan zijn het lijdende voorwerpen. Moet er een voorzetsel bij, dan zijn het voorzetselvoorwerpen. Kan er een voorzetsel bij, maar hoeft dat niet (het gaat dan om aan, voor of bij), dan zijn het meewerkende voorwerpen. En het weglaatbare me in uitroepende zinnen is ook meewerkend voorwerp, bij gebrek aan een betere benoeming.

Waarom is dit belangrijk om te weten? Nou, werkwoordcomplementen staan centraal in de opbouw van de zin. Ze onderhouden de nauwste relaties tot het werkwoord, en als gevolg daarvan zie je vaak nieuwe woorden ontstaan als combinaties van werkwoorden met hun complement (een van de nieuwste woorden in deze soort is boekenspeler).

Bovendien moet je bij het leren van een taal in de eerste plaats leren welke werkwoorden met welke (en hoeveel) voorwerpen moeten (of mogen) worden aangevuld. Dat het geloven in iets en rekenen op iets is, moet je gewoon uit je hoofd kennen als je Nederlands als tweede taal leert. Gelukkig weet je die dingen als moedertaalspreker feilloos.