Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

30 december 2008

Kinderpredicatie

In mijn Ultrabeknopte Syntaxis had ik het over de drie (of vier) soorten inhoudswoorden: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden (en eventueel voorzetsels). Met die inhoudswoorden kun je woordgroepen maken. Die woordgroepen, zo voegde ik eraan toe, kun je in een "betekenisvol verband" plaatsen. Dat heet dan "predicatie".

Valt daar nog iets aan toe te voegen? Nou, eigenlijk niet. Maar ik kan het wel nog eens illustreren.

Lees meer/ minder/ printversie

18 december 2006

Rare jongens, die Engelsen

Als je in een Engelse grammatica naar de term bepaling van gesteldheid zoekt, kom je bij een aantal verschillende termen uit: subject complement, object complement, en predicative adjunct. Kijk je vervolgens bij subject complement, dan vind je dat dat weer overeenkomt met wat wij naamwoordelijk deel van het gezegde noemen. Hûh? Zijn die Engelsen nou helemaal gek geworden?

Lees meer/ minder

11 maart 2006

Wat de zin bij elkaar houdt.

"Zeg, weet jij wat predicatie is?"
"Pree-die-kaat-sie? Nee, zegt me niks. Wat is dat dan?"
"Nou, dat is-"
"O wacht even, dat is zeker weer iets van die grammatica van jou, niet?"
"Ja inderdaad!"
"Ja dat dacht ik wel. Goed, maar wat is het?"
"Predicatie is een van de belangrijkste mechanismen in de taal. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de zin zo'n beetje bij elkaar wordt gehouden door predicatie"
"Dat is niet mis. Maar waarom weet ik daar dan niets van? Waarom staat dat dan niet in de grammaticaboekjes?"
"In de Nederlandse grammatica spreken ze liever over zegt iets van."
"Wat?"
"Als er twee zinsdelen in een predicatieve relatie staan, dan zegt het ene iets over het andere."
"Maar dat is dan toch veel makkelijker?"
"Hoezo?"
"Nou zegt iets over lijkt me makkelijker dan predicatieve relatie, neem me niet kwalijk!"
"Toch is het verwarrender"
"Leg eens uit?"
"Neem de zin Dikke mensen eten hamburgers, wat zegt dan wat van wat anders?"
"Ehh, laat eens kijken, dikke zegt iets van mensen."
"Okee. Ga verder."
"Eh, eh, help eens even?"
"Zegt hamburgers iets van eten, of eten iets van hamburgers?"
"Eh, ja, eh, nee, misschien, eh, ja jezus ik weet het niet hoor!"
"Zie je wel? Dat is allemaal heel vaag, zegt iets van. Niemand weet goed wat dat betekent."
"Goed. Maar wat is predicatie dan?"
"Een predicaat zegt wel iets over iets of iemand, maar dat is niet zomaar iets. Een predicaat zegt wat iets of iemand is of doet."
"Hee dat komt me bekend voor!"
"Waar ken je dat van dan?"
"Was dat ook niet het verschil tussen naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde? Het naamwoordelijk gezegde is altijd zijn, en het werkwoordelijk gezegde is doen."
"Ja precies!"
"Dus een predicaat is gewoon een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?"
"Nou niet precies."
"Hè, doe nou eens niet zo moeilijk! Wat is het verschil dan?"
"Een werkwoordelijk gezegde wordt soms aangevuld, gecompleteerd, met voorwerpen: complementen. Bijvoorbeeld het lijdend voorwerp, het meewerkend voorwerp. Samen vormen ze het predicaat. Het naamwoordelijk gezegde bestáát al uit een koppelwerkwoord en een aanvulling."
"Jaja. Dus in die zin van net, Dikke mensen eten hamburgers is eten hamburgers het predicaat en eten het werkwoordelijk gezegde?"
"Precies!"
"Is dat alles?"
"Nee zeg!"
"Jij wordt nu een beetje irritant, weet je dat? Wat is er dan nog meer?"
"Predicatie is wat het onderwerp met het gezegde (en zijn voorwerpen) verbindt, maar predicatie zit op veel meer plaatsen in de zin."
"Jaja"
"Jij noemde zelf net al de relatie tussen dikke en mensen. Ook dat is predicatie, want dik is wat die mensen zijn."
"Okee, dat zie ik. En verder?"
"Zal ik eens een extreem voorbeeld geven?"
"[zucht] doe maar"
"De dronken rapper liep luid zingend over het podium"
"Dat noem jij extreem?"
"Daar zitten vier predicaties in"
"Vier?"
"Vier. Luid zingend over het podium lopen is wat de dronken rapper doet. Dat is één."
"Die zag ik!"
"Dronken is wat de rapper is. Dat is twee."
"Okee"
"Luid is wat het zingen is. Drie"
"Nou zul je het hebben. En nu?"
"Luid zingen is wat de dronken rapper ook nog doet. Vier"
"Die laatste zag ik niet."
"Geen wonder. Dat is de bepaling van gesteldheid. Maar daar zal ik het een andere keer nog wel eens over hebben."
"Doe dat. Ik moet hier eerst van bijkomen."

De Taalprof Live

  • Nascholingscursus met de Taalprof
    Dit is je kans om de Taalprof in levende lijve aan het werk te zien! Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Je moet wel eerste- of tweedegraadsdocent zijn.

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        

Taalprof op het net

Neem inhoud van deze site over (XML)