Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

13 augustus 2009

De keeper en de persoonsvorm

Bij het analyseren van een voetbalwedstrijd begin je altijd met de keeper. De keeper is de speler die meestal keepershandschoenen aanheeft, en andere kleren dan de rest van de spelers. Je vindt de keeper vaak tussen de doelpalen. Als de keeper geblesseerd uitvalt, wordt een andere speler de keeper. Wijs nu in de volgende tien videoclips de keeper aan.

Als je op deze manier de voetbalsport uitlegt, bereik je waarschijnlijk twee dingen: (1) je toeschouwers zullen nu in de meeste gevallen de keeper in een voetbalwedstrijd wel aan kunnen wijzen, maar ze begrijpen niet waar dat voor nodig is omdat ze niet snappen wat een keeper nu eigenlijk is, en (2) ze zullen er geen bal aan vinden.

Lees meer/ minder/ printversie

2 juli 2009

Werkwoordspelling

"Zeg luister eens"
"Ja wat is er?"
"Ik weet dat jij het nooit over spelling hebt, maar zou je toch eens iets willen zeggen over de werkwoordspelling?"
"De werkwoordspelling?"
"Ja, want dat is toch eigenlijk ook een beetje grammatica?"
"Hoezo?"
"Nou ja, dat je moet weten wanneer het voltooid deelwoord is en persoonsvorm en zo."
"Jaja"
"Heb je daar niet wat handige tips voor?"
"Hmm, ja, wat denk je hiervan: doe niet te moeilijk."

Lees meer/ minder/ printversie

29 september 2008

Ja dat mogen ze

De taalprof kreeg van zijn studenten een elektronische verjaardagskaart. Aangezien hij ze opleidt om allerlei interessante taalverschijnselen in het wild te ontdekken, zal de keuze voor deze kaart niet geheel toevallig zijn geweest.

Het ging om een e-card van de website kaartenhuis.nl met een animatie van een knallende champagnekurk en een taart met kaarsjes, alles onder de opzwepende tonen van het nummer Congratulations van Cliff Richard. Die kaarsjes (het waren er gelukkig maar vier) kon je virtueel “uitblazen” door ze aan te klikken, en dan verscheen de tekst Moge al je wensen uitkomen. Denk daar maar eens over na, moeten de studenten gedacht hebben.

Lees meer/ minder/ printversie

5 december 2007

Is de stamvorm ook de ik-vorm?

Is de stamvorm van een werkwoord ook de ik-vorm? Dat is een vraag die pas nog gesteld werd in de vragenrubriek, door Dominique en Ellen, maar nu zijn ook de docenten Nederlands op hun discussielijst daarover bezig. De taalprof gaf indertijd een antwoord dat natuurlijk wel klopt, maar achteraf gezien is dat niet het makkelijkste antwoord dat je kunt bedenken. Het makkelijke antwoord is namelijk dit:

Lees meer/ minder/ printversie

29 november 2006

Eeuwige kwesties (1): Onkruid vergaat niet

De taalprof zit nog steeds achter het IJzeren Rooster, maar als de nood hoog is, verschijnt hij op het toneel, om de woekeringen van het grammaticale onbegrip te bestrijden. Al twee logjes (dit en dit) heeft hij gewijd aan de kwestie een aantal, maar het betreft hier een hardnekkig onkruid. Er zijn nog steeds mensen die beweren dat een aantal mensen een enkelvoudige woordgroep is, en dat je dus altijd moet zeggen een aantal mensen is het hier niet mee eens, in plaats van een aantal mensen zijn het hier niet mee eens.

Wie heeft het toch ooit in ons hoofd gezet dat we deze belegen en onnatuurlijke taalvorm tot in lengte der dagen moeten handhaven? Het grote negentiende-eeuwse Woordenboek der Nederlandse Taal vond dit al een beetje te gortig. Zal ik eens precies citeren hoe de toenmalige lexicografen dat zeiden? Hou je vast!

Lees meer/ minder

27 augustus 2006

Weer een aantal fout(en)?

Je zou het bijna jammer vinden: mensen die nooit nadenken over taal, en die onbekommerd vanuit hun taalgevoel spreken en schrijven, doen het bijna altijd goed. En mensen die bewust proberen om zich te houden aan de "officiële grammaticaregels" zitten er heel vaak vreselijk naast.

De taalprof ziet dit echter positief: als je nooit fout zit, leer je ook nooit meer iets bij. Fouten maken is de brandstof voor je leerproces.  Daarom was hij blij, toen hij op nltaal.blog zag dat een lezer dacht een fout te signaleren in een zin die hij "uitgerekend op onzetaal.nl" had gelezen. Die zin luidde:

Lees meer/ minder

22 juli 2006

Een aantal toevoegingen

Soms flap je er in het vuur van je betoog wel eens wat uit waarvan je later denkt: klopt dat wel? Dan kun je wachten tot iemand je dat vraagt (of net doen of je zelf iemand anders bent en reageren), maar je kunt het je maar het beste openlijk zelf afvragen. Dat levert misschien nog wel eens een interessante log op.

Gisteren had ik het over het getal van een aantal mensen. Ik zei toen twee dingen zonder ze verder toe te lichten: allereerst, dat het aantal mensen "een heel andere constructie" was, en ten tweede, dat de context nooit een enkelvoud kon afdwingen. Klopt dat wel?

Lees meer/ minder

21 juli 2006

Eeuwige kwesties (1): een aantal

Hij scoort hoog in de toptien van taalkwesties: moet het zijn een aantal mensen heeft of een aantal mensen hebben? Ook op het taalprofweblog heeft het niet lang geduurd voordat iemand ermee aankwam. Het is een heel oude kwestie, die in alle taaladvieswerken uitvoerig wordt behandeld, meestal ook nog onder het kopje Grammatica. Afgesleten, uitgekauwd en ten onrechte als bijzonder belangwekkend beschouwd. Voor de rest toch verstandige taalkundigen putten zich uit in een omstandige uitleg dat je die constructie op twee manieren kunt bekijken en dat het dus allebei goed is, afhankelijk van hoe je het bekijkt, maar niemand heeft het lef om nu eens te zeggen waar het op staat.

Het zal wel beleefdheid zijn. Ook de taalprof aarzelt bij een rechtstreekse vraag om niet netjes een antwoord te geven waarbij niemand voor het hoofd gestoten wordt. Maar het is een harde wereld, en zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Daarom, beste taalliefhebbers, het is niet persoonlijk bedoeld, maar bijt even op uw tanden. Of sla de volgende alinea over.

Lees meer/ minder

14 februari 2006

Hou vol!

Ik had net een stukje over een leuke case geschreven, struikel ik meteen over een mooi voorbeeld. Zul je altijd zien.

Ik wil mijn weblog promoten en kijk op het forum. Daar staan een aantal raadgevingen, waarvan de laatste is: - Schrijf gewoon een leuk, boeiend, sexy, interessant log en houdt vol Zo is het, ik zal dat niet bestrijden (en ik moet nog maar zien dat ik het volhoud). Maar houdt vol is fout. Dat moet zijn houd vol of hou vol. Waarom? Omdat een imperatief tweede persoon enkelvoud is (volg deze link voor uitleg), en omdat jij ontbreekt achter de persoonsvorm. Dan blijft de -t altijd weg.

Nou zul je zeggen: maar je hebt het toch tegen meer dan één persoon, dus is het meervoud? Ja dat zou je zeggen, maar blijkbaar werkt de taal niet zo. Kijk maar eens naar andere werkwoorden zoals doen. Wat moet het zijn: doe lekker mee of doet lekker mee? Ik geloof niet dat iemand kan volhouden dat het laatste natuurlijk klinkt.

Bij zo'n werkwoord als doen hoor je duidelijk hoe het zit met die -t, bij houden is dat onmogelijk omdat dat zelf een -d heeft die aan het eind van een woord klinkt als een -t. Maar als je snapt hoe het zit met die gebiedende wijs begrijp je ook dat er geen enkele reden is om daar nog eens een extra -t achter te plakken.

Bittere noodzaak

In mijn uitleg over de persoonsvorm had ik het erover dat die altijd gemarkeerd was, of kon worden, voor tijd, getal en persoon. Een schijnbare uitzondering op deze regel lijkt de zogeheten imperatief, de gebiedende wijs, in een zin als Kom hier! of Lach niet!. De werkwoorden hierin worden traditioneel beschouwd als persoonsvormen, maar je kunt er geen verleden tijd van maken, en ze lijken ook geen getal- of persoonsmarkering te hebben. Uitzondering dan maar? Bittere noodzaak? Zoals alle echte regels heeft deze echter ook geen uitzonderingen. De imperatief is wel degelijk een echte persoonsvorm. Je moet alleen twee keer kijken om het te zien.

Alle imperatieven kun je namelijk een beetje "verzachten", door toevoeging van zogeheten modaalpartikels: maar, eens, even. Kijk maar: Kom eens even hier!, Lach maar niet!. Maar als je dat doet, kun je er ook het woordje jij bijzetten: Kom jij eens even hier!, Lach jij maar niet!.

Maar nu is de zin ineens niet zo bijzonder meer. Het is duidelijk dat de werkwoorden de tweede persoon enkelvoud aangeven. En je kunt ze ook gewoon in de verleden tijd zetten: Kwam jij eens even hier, dan zouden we veel plezier kunnen beleven, Lachte jij maar niet, dan was zij niet zo boos geworden. Niets bijzonders dus.

Nou zul je zeggen: ja maar misschien kan ik er ook wel iets anders dan jij bijzetten. Het feit dat je dat kunt bewijst niets. In dat geval is er nog een ander bewijs dat de gebiedende wijs een tweede persoon is. Kijk naar werkwoorden die altijd zich bij zich hebben: zich vergissen, zich schamen. In de imperatief krijg je dan: vergis je niet en schaam je!. Dat woordje zich richt zich altijd naar het onderwerp van de zin. Bij ik krijg je me of mezelf, bij jij krijg je je of jezelf. Bij imperatieven, ondanks het feit dat er geen onderwerp bij staat, krijg je altijd je. Dus de imperatief is tweede persoon, dus het is een persoonsvorm.

O ja: als deze kwestie al eens uitgelegd wordt in een schoolgrammatica, dan staat het bovenstaande er nooit bij. Wel wordt er meestal op gewezen dat je ook een meervoudige imperatief kunt hebben: komt allen!, en Hoort mij aan! Deze vormen zijn echter zo versleten dat ze alleen nog in een paar gevallen voorkomen. Daarmee versterk je alleen maar de indruk dat grammatica nergens over gaat. Maar grammatica gaat wél ergens over. Namelijk over je eigen taalgevoel. Dat een imperatief in plaats van zich je krijgt, kan iedereen zelf aanvoelen. Daar zijn geen lessen voor nodig.

12 februari 2006

Giep

Bij de log Wat is een naamwoordelijk gezegde staat een reactie in de vorm van een rijmpje over onregelmatigheden in de Nederlandse woordvorming. Dat gedicht is oorspronkelijk gebaseerd op een van de Ruizerijmen van de bekende Charivarius uit 1922, maar later verschillende keren aangevuld. Het is namelijk erg makkelijk om dit soort voorbeelden te vinden. Hoewel Charivarius het vast ironisch bedoelde (ik kan me niet voorstellen dat hij voortaan inderdaad eien als meervoud van ei zou willen hebben), wordt dit gedicht, of een van zijn bewerkingen, vaak gebruikt door mensen die daar uiterst serieus over lijken te zijn.

Veel mensen schijnen te denken dat het Nederlands inderdaad maar een rommeltje is met al zijn onregelmatigheden. Vaak wordt dit ook nog eens in verband gebracht met spellingveranderingen, en grote zorg over de verloedering van de taal in het algemeen.

Wat moet je hier nu over zeggen? Hangt het Nederlands inderdaad aan elkaar van onregelmatigheden? Deugt er dan werkelijk niets van? Dat is natuurlijk grote onzin. De meeste voorbeelden uit het gedichtje betreffen woordvormingen die in oudere fasen van de taal hebben plaatsgevonden, en die als een soort cultureel erfgoed zijn bewaard.

Die onregelmatige verleden tijden van de sterke werkwoorden zijn rechtstreeks afkomstig van de indogermaanse voorganger van het Nederlands waar de werkwoorden werden vervoegd met klankveranderingen (de zogeheten ablautsrijen). Voor de meeste werkwoorden had je een aparte klank voor de tegenwoordige tijd (bijvoorbeeld nemen), de verleden tijd enkelvoud (nam), verleden tijd meervoud (namen) en voltooid deelwoord (genomen).

Je had vijf ablautsrijen. Waarom? Tja, dat weet niemand, maar het lag in ieder geval niet aan de spellingcommissie, want van het indogermaans bestaan geen geschreven bronnen. Ook woordvorming verandert in de loop der jaren. Maar woorden die driehonderd jaar geleden gevormd zijn, dragen nog de sporen van de regels die je vroeger had. Is dat moeilijk? Tja, het is kennis die je niet meer in een hedendaagse regel kunt vangen. En het is ook niet voorspelbaar welke woorden wel sporen dragen van oudere taalfasen en welke niet. En dan verandert het ook nog eens. Er zijn maar weinig mensen meer die kloeg als verleden taal van klagen gebruiken. Is dat erg? Tja, misschien wel, maar ook hier valt weinig aan te doen. Het is de taalgemeenschap die beslist (ook hier zeggen taalkundigen en spellingcommissies maar weinig over).

Zou er werkelijk iemand zijn die dat allemaal liever regelmatig wil? Dat we het voortaan hebben over slapen, slaapte, geslaapt? En slot, slotten? Ik zou voorspellen dat daar binnen de kortste keren door de taalgemeenschap toch weer variatie in wordt aangebracht.

Het goede nieuws is dat wij mensen eigenlijk geen moeite hebben met al die onregelmatigheden. Zeker als kind beschikken we over een onnavolgbare vaardigheid in het oppikken en onthouden van allerlei woorden met de gekste eigenschappen. Er zijn geen aanwijzingen dat onregelmatige woorden gemakkelijker te onthouden zijn dan regelmatige. Sterker nog: er zijn aanwijzingen dat we zelfs van regelmatige woorden domweg alle vormen apart opslaan in onze hersenen.

Is het Nederlands bijzonder moeilijk in dit opzicht? Helemaal niet. Alle talen met een geschiedenis dragen daar de sporen van. En die zijn allemaal onregelmatig. Als ik me niet vergis bestaat het rijmpje van Charivarius ook voor het Engels. Daar heet het Why English is so hard. Auteur onbekend.

Hoezo Persoonsvorm?

In hoeveel soorten je woorden moet verdelen weet niemand, maar een ding is zeker: in alle talen heb je werkwoorden en naamwoorden. De meeste mensen leggen die woordsoorten zo uit: met werkwoorden beschrijf je gebeurtenissen (wat je doet bijvoorbeeld), en met naamwoorden beschrijf je dingen (personen) en eigenschappen. Toch zit het grammaticaal gezien anders. In ieder geval in talen als het Nederlands.

Werkwoorden en naamwoorden kunnen markeringen krijgen voor getal en persoon, maar alleen werkwoorden kunnen voor tijd gemarkeerd worden. Een woord als ontploffen kan een vormvariant ontplofte krijgen. Bij een woord als explosie (dat ruwweg dezelfde gebeurtenis beschrijft) kan dat niet. Daarom is ontploffen een werkwoord en explosie niet.

Nou hóéft een werkwoord die markeringen niet te krijgen, maar het kan wel. In een zin als ik ga slapen zijn ga en slapen allebei werkwoorden, maar markeringen voor tijd, getal en persoon kunnen alleen op ga zitten. Zo'n speciale woordsoort (werkwoord) op die speciale plaats (waar markering mogelijk is) noem je een persoonsvorm.

Wat voor markeringen zijn dat, tijd, getal en persoon? Wat dat betreft heeft het Nederlands een sterk vereenvoudigd systeem. Voor tijd bestaat er eigenlijk maar één markering: verleden tijd. Een werkwoord als slaap kan sliep worden en werk kan werkte worden. Alle andere tijden moet je in het Nederlands uitdrukken met hulpwoordjes (hulpwerkwoorden zoals zijn of hebben).

Een vorm als geslapen of gewerkt is geen persoonsvorm, want hij zegt niets over de tijd. Hoezo niet? Dat zit zo: Kijk eens naar een tijdsbepaling als zondag. Die kan op twee dagen slaan: "vorige zondag" of "volgende zondag". Met andere woorden: een zondag in het verleden of een zondag in de toekomst. Als je zegt ik belde je zondag op, dan kun je zondag nog maar op één manier opvatten (verleden). Zeg je ik bel je zondag op, dan gaat het om een zondag in de toekomst, of alle zondagen, in ieder geval niet alleen een zondag in het verleden. En hoe zit het met ik heb je zondag opgebeld? Nu kun je zondag nog op twee manieren opvatten: ofwel je hebt afgelopen zondag gebeld, ofwel je zult dat aanstaande zondag gedaan hebben. Daarom zegt geslapen niets over tijd en is het geen persoonsvorm.

En hoe zit het met die persoon- en getalsmarkeringen? Ook daarin is het Nederlands zeer eenvoudig: je kunt werkwoorden markeren als meervoud (of niet), en alleen als je dat niet doet (dus in het enkelvoud) kun je werkwoorden markeren voor een andere persoon dan jezelf. Van werk kun je werken maken (meervoud), óf werkt. In het laatste geval zeg je dat je niet zelf werkt, maar dat iemand anders (degene die je aanspreekt of iemand anders) het doet.

Er zijn een paar werkwoorden met een ander systeem (kunnen, mogen, willen, moeten, zullen). Die markeren alleen de tweede persoon (kunt, zult), of missen alle persoonsmarkering. En er is één werkwoord met drie verschillende vormen in het enkelvoud: het werkwoord zijn (ben, bent, is). Dat is geen systeem in de taal, maar een overblijfsel van oudere systemen. Waarom? Omdat die werkwoorden ontzettend vaak voorkomen en dus heel erg goed bestand zijn tegen taalverandering.