Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

15 november 2009

Grammaticale Puzzel week 47

In het kader van de extra aandacht voor het onderwijs zal de Taalprof vanaf heden elke week een grammaticale puzzel op zijn weblog publiceren. Hij maakt hiertoe voorlopig gebruik van een gratis voorziening voor het creëren van zogeheten polls, waardoor je wel allerlei reclame-uitingen erbij krijgt. Als dat te gek wordt gaan we het anders proberen.

De puzzels hebben steeds dezelfde vorm: je krijgt een rijtje taalvormen, en eentje hoort niet in het rijtje thuis. Maar let op: het gaat niet om "het goede antwoord," want in principe kunnen alle antwoorden gemotiveerd worden.

Je kunt de puzzels in het onderwijs gebruiken om het nadenken te stimuleren over de verschillende eigenschappen van de taalvorm. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je leerlingen niet tevreden zijn met het kiezen van een antwoord, maar ze aan het denken zetten over wat er goed is aan elk antwoord. Want ik zeg het nog eens: elk antwoord is te verdedigen, en wel met taalkundige argumenten. Die argumenten kunnen liggen op het terrein van de klank, de woordsoort, de volgorde van elementen, de opbouw, de betekenis, de gebruiksmogelijkheden, de acceptabiliteit, enzovoort. Dat lijkt soms niet echt het geval, maar ik daag je uit om erover na te denken. Geef gerust commentaar, dan krijgen we discussie en dan wordt er al helemaal nagedacht. Ook als je een verzoek hebt voor een thema uit de grammatica bedenk ik er graag een puzzel bij.

Welnu! Daar gaan we. De puzzel voor week 47:

Welk van de volgende woorden hoort niet in het rijtje thuis?
veraf
verkoop
vergezicht
 
pollcode.com free polls

14 november 2009

Taalprof klapt uit Schoolvak Nederlands

Om zijn nominatie voor de Dutch Bloggies 2009 in de categorie Onderwijs waar te maken, komt de taalprof ook wel eens op een conferentie. Gisteren was hij in Den Haag, op de conferentie Het Schoolvak Nederlands, waar hij de hand wist te leggen op een interessante powerpointpresentatie over grammaticaonderwijs.

Door verschillende conferentiedeelnemers daartoe aangespoord, maar in alle eerlijkheid tegenover de mensen die niet geregistreerd hebben, stelt de taalprof deze presentatie beschikbaar, met een kleine drempel.

Vul in onderstaand invoerveld de code in van het lokaal waar de betreffende presentatie gehouden werd. Code zonder spaties of leestekens, en letters in hoofdletters. Klik dan op de downloadknop. Mocht het niet lukken, neem dan contact op via e-mail.

23 oktober 2009

Wat betekent een zelfstandig naamwoord?

"Mag ik jou eens een gekke vraag stellen?"
"Doe eens."
"Wat is eigenlijk een zelfstandig naamwoord?"
"Hoe bedoel je dat?"
"Nou, hoe leg ik uit wat een zelfstandig naamwoord is aan iemand die dat niet weet?"
"Dat is toch niet zo moeilijk?"
"Doe eens voor dan. Als het kan in één zin."

Lees meer/ minder/ printversie

16 september 2009

Het is weer het gebruikelijke rommeltje

Ik probeer echt te begrijpen wat ze bedoelen, de mensen die zich graag (?) ergeren aan allerlei taalverschijnselen. Sterker nog, ik snap heel goed dat je sommige taalvormen prettig vindt en andere onprettig, of lelijk, of storend. Het gaat pas mis als je vervolgens probeert daar allerlei redeneringen bij op te hangen. Dan haak ik af.

Lees meer/ minder/ printversie

2 september 2009

Ze leren het nooit

Op de site van de taalwinkel van de HvA/UvA staat een grammaticatoets. Ha, een grammaticatoets! Eerst even maken, en dan verder lezen.

Lees meer/ minder/ printversie

13 augustus 2009

De keeper en de persoonsvorm

Bij het analyseren van een voetbalwedstrijd begin je altijd met de keeper. De keeper is de speler die meestal keepershandschoenen aanheeft, en andere kleren dan de rest van de spelers. Je vindt de keeper vaak tussen de doelpalen. Als de keeper geblesseerd uitvalt, wordt een andere speler de keeper. Wijs nu in de volgende tien videoclips de keeper aan.

Als je op deze manier de voetbalsport uitlegt, bereik je waarschijnlijk twee dingen: (1) je toeschouwers zullen nu in de meeste gevallen de keeper in een voetbalwedstrijd wel aan kunnen wijzen, maar ze begrijpen niet waar dat voor nodig is omdat ze niet snappen wat een keeper nu eigenlijk is, en (2) ze zullen er geen bal aan vinden.

Lees meer/ minder/ printversie

19 april 2009

Volkskrantredactie blundert

"Goede journalistiek verloochent zich niet. Als de inrichting van de journalistiek honderd jaar geleden naar tevredenheid functioneerde, zouden we terug moeten kunnen naar die situatie." Bent u het daarmee eens? Dan wilt u dus terug naar de tachtigjarige oorlog, toen iedereen maar raak schreef en niemand kon lezen.

Tenminste, dat vindt Quiny Danko, chef redactie van de Volkskrantbijlage VK-banen.

Lees meer/ minder/ printversie

15 februari 2009

Taalprof door het lint

De taalprof is een gelijkmoedig persoon, die je niet zo gauw op de kast zult krijgen. Hij kijkt natuurlijk kritisch naar alles wat mensen beweren over grammatica, maar daarbij belicht hij behalve de negatieve ook de positieve kanten. Maar nu heeft hij het moeilijk.

Gisteren kocht hij, voor zeventien euro vijftig, het boek De Taaltoets-pabo haal je zo, uitgegeven in 2008, dus splinternieuw. Vannacht lag hij huilend in bed en nu zoekt hij wanhopig naar iets positiefs wat hij over dit oefenboekje kan zeggen.

Maar wacht eens even: dat hóéft ook helemaal niet!

Lees meer/ minder/ printversie

8 februari 2009

Dat was taal, nu: rekenen

Woordenschat is het toverwoord van de laatste tijd. Woordenlijsten verschijnen op placemats, en de getallen buitelen in de media over elkaar heen. Dit is een citaat uit BN De Stem, maar ik had net zo goed een andere krant kunnen aanhalen:

Tot een jaar of acht leren kinderen 'vanzelf' zo'n 800 woorden per jaar erbij. Aan het begin van groep 3 kennen ze er gemiddeld 4500. Een kind dat met 1000 woorden groep 1 binnenkomt, moet er in de ruim twee jaar kleuteronderwijs dus 3500 leren om gemiddeld mee te kunnen in groep 3. Dat is 1500 woorden in een schooljaar van 38 weken: dat is 8 per dag. Elke dag weer 8 nieuwe woorden per dag! Dat kan alleen als je gericht aan die woorden werkt.

Rekent u even mee?

Lees meer/ minder/ printversie

Het wordt maar niet beter

Het is weer eens zover: weer luidt iemand de noodklok over het bedroevende niveau van de taalvaardigheid van de Nederlandse jongeren. Ditmaal is het prof. dr. Lex Bouter, rector van de Vrije Universiteit Amsterdam, die op een congres van het Taalcentrum-VU de resultaten bespreekt van een taaltoets die in september 2008 door alle eerstejaars is afgelegd.

Vaak hoor je dit soort kreten, en dan zijn ze ongefundeerd. Mooi dat er nu eens keihard cijfermateriaal aan ten grondslag ligt. Even kijken wat die test precies inhoudt...

Lees meer/ minder/ printversie

28 oktober 2008

Grammatica is geen liefdewerk

Je hoort het heel vaak: grammatica leer je op school omdat je het ergens anders voor nodig hebt. Op de website van BRUUTtaal staat het met zoveel woorden: "Het ontleden dat je bij Nederlands doet, staat dus voor een belangrijk deel in dienst van het vreemde talen onderwijs". En in het ledenblad van de vereniging Beter Onderwijs Nederland, Vakwerk, stelt Hans Vorstheuvel Labrand het nog scherper: "Het is mijn overtuiging dat iedere vorm van grammaticatraining te allen tijde ondergeschikt moet blijven aan een streven naar een correct gebruik van de aanvaarde standaardtaal."

Dat klinkt allebei alsof je het daar niet mee oneens kunt zijn. Maar vanwaar die kruiperige houding? Is er iets mis met kennis over taal? Is het zinloos om te weten hoe taal in elkaar zit?

Lees meer/ minder/ printversie

7 maart 2008

Het holt achteruit (update)

Eerder deze week schreef ik over de uitspraak dat het met de schrijfvaardigheid van de Nederlanders snel bergafwaarts zou gaan. Deze uitspraak van de voorzitter van de VTN (de Vereniging Taleninstituten Nederland) zou gebaseerd zijn op "eigen onderzoek." Vanaf vandaag staat een samenvatting van dat onderzoek op de VTN-website. Het betreft een ledenonderzoek (of "bracheonderzoek") dat uitgevoerd is in de afgelopen twee jaar, en dat gaat over "de markt, de bedrijfsvoering en de toekomstverwachtingen" van de instituten.

Helaas wordt er in de samenvatting van dat onderzoek niet gesproken over de schrijfvaardigheid van de Nederlanders. Wellicht bevat het onderzoek vragen naar de meningen van de taalinstituten over die schrijfvaardigheid, maar die hebben de samenvatting dan niet gehaald.

De taleninstituten klagen over veeleisende opdrachtgevers en shoppende klanten die prijs belangrijker vinden dan kwaliteit. Desondanks ziet 85% van de VTN-leden de toekomst optimistisch tegemoet. Dat kan betekenen dat ze voor zichzelf steeds meer werk zien, maar ook dat hun werk vruchten afwerpt en daardoor aantrekkelijker wordt voor nieuwe klanten. Dan zou het juist de goede kant op gaan met de schrijfvaardigheid van de Nederlanders. Tenminste, als het aan de VTN-leden ligt.

4 maart 2008

Het holt achteruit

"Hier, kijk, daar heb je het weer!"
"Wat?"
"Nou lees maar"
"Ehh... Het gaat snel bergafwaarts met de schrijfvaardigheid van Nederlanders, bedoel je dat?"
"Ja, is het niet vreselijk? Je mag wel opschieten met die taalprofsite, anders kan straks niemand het meer lezen."
"Nou, er staat niet Het gaat snel bergafwaarts met de leesvaardigheid van Nederlanders."
"Nee maar dat is toch hetzelfde? Of het hangt samen, weet ik veel."

Lees meer/ minder/ printversie

24 december 2007

Geen woord teveel?

De taalcolumnist Ewoud Sanders zul je zelden op taalintolerantie betrappen. Hij beziet afwijkingen doorgaans meer met verbazing dan met ergernis, en als taalhistoricus is hij natuurlijk bij uitstek geïnteresseerd in ongedocumenteerde verschijnselen, want daar valt tenminste iets nieuws aan te ontdekken.

Maar afgelopen vrijdag schoot hij ineens uit zijn slof, toen zijn jongste zoontje op de vijfde klas van de basisschool had moeten leren wat het woord eergetouw betekende. Dat was toch wel het toppunt, vond vader Sanders: "ik vond het compleet belachelijk dat mijn zoontje van acht een woord moest leren dat ik in geen decennia had gehoord of gelezen."

Ik kan hier met mijn verstand niet bij.

Lees meer/ minder/ printversie

Update: met hulp van de Taaladviesdienst van Onze Taal is het raadsel van het woord eergetouw opgelost: het staat inderdaad niet in het WNT, en pas vanaf de tiende druk in Van Dale, maar het staat wel in het Middelnederlands Woordenboek, en het blijkt afgeleid van een oud werkwoord eren, dat "ploegen" betekent (Latijn: arare). Dat werkwoord staat trouwens nog wel in het WNT. Een eergetouw is dus een oud woord voor "een werktuig om te ploegen". Soms is de werkelijkheid ineens heel poëtisch, maar soms is het ook gewoon de werkelijkheid.

5 december 2007

De jeugd van tegenwoordig

Een goede (of een slechte) journalist zit nooit om een stevige uitspraak verlegen. Wat denk je van deze, uit een berichtje over het ontstaan van SMS: "Helaas is er ook een keerzijde: door SMS (en waarschijnlijk ook MSN) is de jeugd nog nooit zo slecht in taal geweest."

Mooi hè? Ik weet zeker dat er bij zo'n uitspraak door menig lezer instemmend geknikt zal worden. Zo is het! Die jeugd van tegenwoordig doet maar!

Lees meer/ minder/ printversie

7 oktober 2007

Vind de taalfout

"Mediaopleiding HvA pikt taalfouten niet meer," kopt het Parool. Studenten van de opleiding Media, Communicatie en Informatie krijgen voortaan puntenaftrek voor taalfouten in hun tentamens.

Wat zijn dat voor taalfouten? Daar is de taalprof altijd wel benieuwd naar. Dat staat in de volgende zin: "Geen werkgever zal het waarderen als een student tijdens zijn stage geen d van een t kan onderscheiden en me in plaats van mij gebruikt."

Met die d en t zullen wel de bekende dt-fouten worden bedoeld in de spelling van de werkwoordvervoeging. Maar waarom zou je geen me in plaats van mij mogen gebruiken? Is dit niet een taalfout van de Parooljournalist zelf? De taalprof denkt van wel.

Lees meer/ minder/ printversie

28 mei 2007

Ha, lekker rijtjes grammatica stampen!

In zijn NRC-column van zaterdag 26 mei 2007 haalt schrijver Joost Zwagerman uit naar onderwijsminister Plasterk, die het Nieuwe Leren "nog een kans wil geven".  Wat Zwagerman zelf precies wil wordt niet helemaal duidelijk (de leerlingen moeten weer Vondel, Multatuli, Vestdijk en Reve kennen), maar van Plasterk had hij een meer kritische houding verwacht.

De taalprof is natuurlijk geen onderwijsdeskundige, dus die mengt zich niet in een onderwijsdebat. Maar hij schiet wel in de stress bij het volgende citaat: Plasterk meende: "We moeten niet terug naar de jaren vijftig. Niet alleen rijtjes grammatica stampen." Hè?

Je zou denken dat Zwagerman hier een kritische noot bij plaatst, en dat doet hij ook wel, maar volgens hem is het allemaal te extreem geformuleerd. Geen woord over dat rijtjes grammatica stampen. Terwijl dat natuurlijk het meest trieste van het citaat is. Onze minister van onderwijs weet niet wat grammatica is.

Lees meer/ minder/ printversie

20 mei 2007

Basisvaardigheden Grammatica

Basisvaardigheden Grammatica, wat zijn dat? Dat is nog niet zo'n makkelijke vraag. Geen fouten maken in je zinnen en formuleringen, zullen de meeste mensen zeggen. Maar dat zijn eigenlijk Basisvaardigheden Formuleren. In hoeverre je daarbij Basisvaardigheden Grammatica nodig hebt is een al jaren voortslepende discussie. Waarschijnlijk kun je prima leren formuleren zonder dat je weet hoe je zinnen grammaticaal in elkaar zitten.

Maar dit alles vertelt ons niet wat Basisvaardigheden Grammatica precies zijn, hooguit waar ze eventueel nuttig voor zouden zijn. Wat zijn het dan wel, die Basisvaardigheden Grammatica?

Lees meer/ minder/ printversie

9 mei 2007

Grammatica in de onderbouw

Sinds 1 augustus 2006 zijn er voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs 58 kerndoelen van kracht. Dat lijkt veel, maar het waren er vroeger 103 (en zelfs 122). Op de website van het SLO staan ze toegelicht, in voorbeelduitwerkingen die dienen als inspiratiebron voor scholen, die binnen de kerndoelen hun eigen keuzes kunnen maken.

Waar zit de grammatica in deze kerndoelen? Dat is voor de taalprof, wie de grammatica zo ter harte gaat, even slikken: de grammatica is verstopt in Kerndoel 02: Correct taalgebruik: "De leerling leert zich te houden aan conventies (spelling, grammaticaal correcte zinnen, woordgebruik) en leert het belang van die conventies te zien."

Waarom is dat even slikken? Dat is toch prima zo? Daar gaat het toch om, correct taalgebruik?

Lees meer/ minder/ printversie

7 februari 2007

Ontleden voor je leven

"Mooi is dat!"
"Mooi is wat?"
"Zitten we in één klap weer vijftig jaar terug in de tijd!"
"Hoezo?"
"Nou pleit iedereen weer ineens voor die geestdodende grammatica-oefeningetjes van vroeger. Dat alle leerlingen weer gedachteloos persoonsvorm en naamwoordelijk gezegde leren benoemen, waar ze helemaal niets aan hebben."
"Ehh..."
"Daar ben jij zeker ook voor, niet?"
"Ehh..."
Lees meer/ minder/ printversie

27 januari 2007

Taalprof valt onschuldigen lastig

"Moeten wij onze leerlingen met grammatica lastigvallen?" Deze vraag wordt de taalprof vaak door docenten gesteld (eigenlijk vooral door onderwijsontwikkelaars). Het is natuurlijk een retorische vraag. Je kunt niet met goed fatsoen "ja" antwoorden, want het lastigvallen van leerlingen is hoe dan ook niet bevorderlijk voor de motivatie, waar je dat ook mee doet.

Het is natuurlijk het makkelijkst om de vraag te beantwoorden met een wedervraag: "Vind je grammaticale kwesties niet interessant genoeg om ze geloofwaardig over te brengen?" Of, in een even tendentieuze formulering als de oorspronkelijke vraag: "Wil je je leerlingen grammaticaal dom houden?"

Maar het kan ook aardiger.

Lees meer/ minder/ printversie

25 januari 2007

Voor de zoveelste keer

"Ik snap jou niet"
"Wat?"
"Ik snap jou niet"
"Hoezo?"
"Nou heb je in de media ineens zo de wind mee, en je maakt er op geen enkele manier gebruik van?"
"Ik begrijp niet wat je bedoelt"
"Je leest toch wel kranten?"
"Wat stond daarin dan?"
"Dat het in snel tempo bergafwaarts gaat met onze Nederlandse taal!"
"Dat heb ik gemist. Waar stond dat dan?"
Lees meer/ minder/ printversie

16 januari 2007

...en grammatica

Studenten kunnen niet meer spellen kopte de NRC zaterdag, en de discussie brandt weer los. De studenten blijken "steeds meer moeite" te hebben met "spelling en grammatica". Je hoort mij niet zeggen dat het onzin is, maar wat doet dat en grammatica daar steeds bij?

Ik lees bijna alle discussies hierover in brievenrubrieken, op nieuwssites en weblogs, en het gaat nooit over grammatica. Het gaat steeds over d's en t's, over tussen-ennen, en over die verfoeilijke en talloze spellingwijzigingen, die zo onlogisch zijn dat iedereen de weg kwijt is. Of dat het voldoende is dat mensen begrijpen wat je bedoelt (dat zou inderdaad al heel wat zijn), en dat mensen niet zo moeten zeuren omdat het allemaal overdreven is. Maar grammatica, ho maar.

Lees meer/ minder/ printversie

14 januari 2007

Aan de directeur van de school

Geachte [naam verwijderd],

het inspectierapport van de visitatiecommissie voor het aquatisch onderwijs geeft mij aanleiding tot enige bezorgdheid ten aanzien van de inhoud van de lessen aan uw instelling. In het bijzonder gaat het om de Aquatic Survival Course, die door een team van bevoegde badmeesters en -juffrouwen wordt gegeven. Ik stel vast dat de inhoud van deze cursus op gespannen voet staat met de leerdoelen.

Kerndoel van de Aquatic Survival Course is dat de leerlingen de vaardigheid verwerven om snel en efficiënt uit het water te komen. De lessen zijn echter voor een belangrijk deel gevuld met het aanleren van vaardigheden als de verschillende typen zwemslagen (schoolslag, borstcrawl, watertrappelen), die niet voldoende gericht zijn op de leerdoelen. Daarnaast bevatten de meeste lessen zelfs oefeningen waarbij leerlingen in het water leren springen, hetgeen nota bene tegengesteld is aan het doel van de cursus.

Lees meer/ minder/ printversie

13 december 2006

Taalprof overspeelt zijn hand?

Ik zal het maar ronduit zeggen: ik zit een beetje met een kater. Niet dat ik zielig wil doen, of verongelijkt, maar er ontglipt mij hier iets. Wat precies, daar kan ik niet meteen de vinger op leggen, maar ik merk dat het mij irriteert.

Wie niet geïnteresseerd is in de zielenroerselen van de taalprof moet vooral niet verder lezen, en zeker niet reageren. Ook zit ik niet echt te wachten op adhesiebetuigingen (die ik overigens in ander verband zeker waardeer), maar ik schrijf het even van me af. Kijken of ik het dan kwijt ben.

Lees meer/ minder

23 oktober 2006

Waarom moeilijk als het makkelijk kan?

"Is dat nou wel verstandig wat je doet?"
"Wat doe ik?"
"Twee van die moeilijke logs, net nou iedereen even komt kijken omdat je genomineerd bent?"
"Moeilijk?"
"Ja man, eerst het betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent, en nou weer het persoonlijk tot en met het onbepaalde voornaamwoordelijke [hijg] bijwoord!"
"En wat zou dat?"
"Ja, zo krijg je nooit stemmen! Zo jaag je iederéén van je weblog weg."
"O is dat zo?"
"Dacht ik wel ja."

Lees meer/ minder

9 oktober 2006

In de docentenkamer (2)

"Ja, nou snap ik het helemáál niet meer!"
"Wat is er?"
"Heb je zaterdag de NRC gelezen?"
"Hoezo?"
"Bijlage Kennis en Onderwijs, groot interview met Max Planckdirecteur Pim Levelt?"
"Neuh, geen tijd man! Ik had een etentje voor vrienden, en ik moest nog lessen voorbereiden, proefwerken nakijken. Ik snap niet waar jij de tijd vandaan haalt voor al die onzin!"
"Nou ja, onzin, onzin, het staat anders wél in de krant."
"Maar waar ging het dan over?"

Lees meer/ minder

4 september 2006

Ontleedoefening

Let op! Een ontleedoefening, om je kennis van de grammatica te testen. Zoek het onderwerp in de volgende zinnen. Hint: het onderwerp staat schuingedrukt:

  • Deze oefening is erg eenvoudig.
  • Ongeïnteresseerd maakte de leerling de ontleedoefening.
  • Mij wordt nooit eens opgedragen om dit goed uit te leggen.
  • Maak jij nog maar eens een extra oefening!
  • Waarom verbaasden de docent de vele goede antwoorden?

Jezus, wat flauw! Wat wil de taalprof met deze "oefening" bereiken?

Lees meer/ minder

29 augustus 2006

Ontleden voorkomt blunderen?

Ik snap wel dat de LOI iets moet doen om een cursus Spelling en Grammatica aan te prijzen, maar waarom moet dat zo makkelijk? "Vermijd tekstblunder en leer nu de juiste spelling", kopt de onderwijsinstelling. En onder het kopje Grammatica: "Weet je eenmaal hoe een goede zin in elkaar zit, dan zul je niet snel fouten maken." Wie verzint deze onzin?

Lees meer/ minder

24 juni 2006

Grammatica, wat heb je eraan?

Stel je moet een spreekbeurt houden over je favoriete hobby. Je houdt een gloedvol betoog over de fijne details van het nieuwste computerspel, of je geeft een compleet overzicht van de carrière van je popidool. Je illustreert het allemaal met prachtige foto's, filmpjes en mp3-tjes, en je laat op alle mogelijke manieren blijken wat voor een fantastisch en interessant onderwerp het is. En dan, na afloop, zit er zo'n eigenwijze kneus achter in de klas, die al de hele tijd verveeld achterover leunde (en aan wie je trouwens achteraf altijd al een hekel had), en die vraagt: "Ja, maar wat heb je er eigenlijk aan?" Ja, HALLO!

Lees meer/ minder

20 juni 2006

Objection, your honor!

In de log Het verraderlijke voorzetselvoorwerp heb ik het over de moeilijkheden bij de benoeming van het voorzetselvoorwerp. Daar blijkt dat dat nog niet zo makkelijk is. Erger nog, je kunt erover discussiëren of iets nu wel of niet een voorzetselvoorwerp is. Wat moeten we daarmee? Is dat erg? Of kunnen we hier iets moois van leren?

Het is een wijdverbreid misverstand dat in de zinsontleding alles al vaststaat. De ontleding van sommige zinnen is nog een groot probleem, en over veel gevallen rollen taalkundigen vechtend over straat. Nou zou je zeggen: zoek het dan eerst uit en val ons er pas mee lastig als je het zeker weet. Maar dan ga je voorbij aan de lol van de grammatica.

Als je iemand van moord beschuldigt, dan kun je dat officieel, voor een rechtbank doen. Je gaat dan op zoek naar argumenten. Echter, als je er goed over nadenkt, besef je dat bijna geen enkel argument echt bewijst dat iemand de moordenaar is. Iemand kan een bekentenis afgelegd hebben, maar die kan onder dwang verkregen zijn, of de verdachte sprak in een vlaag van verstandsverbijstering. Er kunnen getuigen zijn, maar zijn die wel betrouwbaar? Vingerafdrukken, dna-sporen, dat zijn allemaal sterke aanwijzingen voor schuld, maar de advocaat van de verdachte zal alles in twijfel proberen te trekken. Waar het om gaat is dat je argumenten overtuigend zijn.

Maar zo is het ook in de ontleding. Je zinsdeel- of woordsoortbenoeming is een beschuldiging, die je met argumenten moet waarmaken. Tegenover wie? Nou ja, als je op school zit, tegenover je docent. Zie de docent als een bevooroordeeld rechter, die mogelijk al door andere advocaten (de grammaticaboekjes, of een leermeester) is "bewerkt". Het is jouw opgave om hem of haar van je ontleding te overtuigen. Bedenk dat geen enkele benoeming "waar is". Er zijn alleen ontledingen waar iedereen het tot nu toe over eens is.

Ontleden is dus niet hetzelfde als het oplossen van een puzzel. Bij een puzzel staat de oplossing vast. In de wetenschap zijn alle oplossingen onzeker.

14 juni 2006

In de docentenkamer

"Koffie?"
"Ja lekker! Daar ben ik wel aan toe op maandagmorgen."
"En? Heb je het slechte nieuws gelezen?"
"Welke wedstrijd bedoel je?"
"Nee, ik bedoel de kennisbijlage van de NRC van 10 juni 2006."
"Wat stond daarin dan?"
"Je hebt hem niet open gehad."
"Nee, druk druk druk. Barbecue, vrienden op bezoek, je weet hoe dat gaat."
"Jaja"
"Maar wat was dat slechte nieuws dan?"
"Nou, paginagroot artikel, met de kop Grammatica bestaat niet."
"Zo! Dan kan De Groot wel inpakken met zijn lessen Nederlands. Hee, daar heb je hem net."

Lees meer/ minder

31 mei 2006

Dit wordt weer vreselijk

Brain01_1 Brain01_1 Brain01_1

Kan dat nou niet eens een keer ophouden? Dat iedereen die het woord "grammatica" of "zinsontleding" in de mond neemt, zich meteen verontschuldigt dat het allemaal zo lastig en vervelend is? Zelfs (juist?) mensen die proberen om grammatica aan een breder publiek uit te leggen maken zich hier schuldig aan. Als je op de markt een schoonmaakmiddel aanprijst, ga je toch ook niet zeggen: "Ja sorry, hier wordt alles vreselijk smerig van maar het is toch beter dat u dit aanschaft"?

Lees meer/minder

22 mei 2006

Hollandse Eenheidsworsten-Maatschappij

De warenhuizen nemen onze grammatica over. Lees ik eerst in een taalcolumn dat de HEMA hogere taalkunde gebruikt in reclameteksten, nu staat er weer in een weblog dat ditzelfde warenhuis spellinglessen verkoopt. En hoewel de HEMA al jaren de kinderboekhelden Jip en Janneke als beeldmerk gebruikt, zijn die spellinglessen bepaald niet in Jip en Janneketaal gesteld.

Nu heeft de taalprof plechtig beloofd het nooit over spelling te hebben, maar eigenlijk gaan die lessen over grammatica. En daar schiet hij dus te hulp.

Lees meer/minder

14 maart 2006

Stappenplan

In de lessen grammatica krijg je meestal een "stappenplan" of een "ontleedschema" voorgelegd, waarmee je op een "eenvoudige" manier kunt leren ontleden.

Allereerst moet je de zin "vragend" maken, en het woord dat dan "meestal" vooraan komt te staan noem je de persoonsvorm. Dan neem je de persoonsvorm, en zet er Wie of wat voor, en het antwoord op die vraag is het onderwerp. Dan zoek je de eventuele andere werkwoorden en dat is het gezegde.

Vervolgens kijk je of dat naamwoordelijk en werkwoordelijk is en afhankelijk daarvan zoek je het naamwoordelijk deel of de voorwerpen erbij. Dan kijk je zo'n beetje wat over is en dat benoem je als bijvoeglijke of bijwoordelijke bepaling, of (schrik niet) bepaling van gesteldheid. En dan leun je tevreden achterover. Weer een zin ontleed. Ik vind dat allemaal maar niks.

Lees meer/ minder

10 februari 2006

Wat is er mis met een ezelsbruggetje?

De schoolgrammatica's zijn vergeven van de ezelsbruggetjes. Van 't kofschip tot de wie/wat-proef, de gekste trucjes worden uit de kast gehaald om het juiste antwoord op een spellings- of ontleedvraag te vinden. Prima toch? Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Nou sorry, maar daar heb ik een andere mening over. Als het er alleen maar gaat om een voldoende te halen voor een test of proefwerk kun je net zo goed frauderen, dat is niet eens zoveel gevaarlijker en een stuk zekerder. Naast een grammaticafreak gaan zitten en afkijken, dat lijkt me dan het beste.

Maar even serieus: het gaat bij het vak grammatica natuurlijk helemaal niet om de goede antwoorden. Daar gaat het bij andere vakken ook niet om. Het gaat erom dat je begrijpt hoe het zit. Dat je daarmee vragen kunt beantwoorden is alleen bedoeld als bewijs dat je het snapt. Nou kun je wel die hele stap van het begrip proberen over te slaan en meteen het goede antwoord te geven, maar wie schiet daar nou iets mee op? Het is net alsof iemand een tenniswedstrijd speelt en ineens denkt: "Hee, als ik dat scorebord nou zo verander dan win ik óók! Daar hoef ik helemaal niet voor te kunnen tennissen! Vet zeg!"

Daarom heb ik iets tegen ezelsbruggetjes. Ze leiden de aandacht af van wat er werkelijk aan de hand is, en ze geven de indruk dat het alleen om de antwoorden gaat. Natuurlijk zijn er wel dingen die je niet anders dan met een ezelsbruggetje kunt onthouden (bijvoorbeeld willekeurige rijtjes), maar als er onderliggende principes zijn kun je beter proberen díe te begrijpen.

8 februari 2006

Waarom zou je iets van grammatica willen weten?

Als je mee wilt praten over voetbal, moet je termen als buitenspel en 4-4-3-systeem kunnen gebruiken. Als je mee wilt praten over muziek moet je het verschil tussen hiphop en grunge eigenlijk kennen. Als je mee wilt praten over taal, moet je daar ook de termen voor kennen.

Waarom zou je mee willen praten over taal? Nou ja, iedereen doet het. Iedereen heeft een mening over taal. Over jongerentaal of straattaal, over SMS-taal of taalverloedering. Over invloed van het Engels of nieuwe woorden. En bij alle discussies over taal valt op hoe onbeholpen mensen praten over iets wat ze zo na aan het hart ligt.

Het is net of mensen sterk in voetbal geïnteresseerd zijn, en op de tribune tegen elkaar praten hoe die leuke man met die handschoentjes zijn schoenveters heeft geknoopt. Iedere kenner zal opmerken dat dit een weinig zinvolle conversatie is. Althans, als je denkt iets over voetbal te beweren.

En dan nog eens wat: het is ook nog eens een vreselijk interessant onderwerp! Tussen je derde en je zesde jaar heb je de belangrijkste grammaticale principes van je moedertaal geleerd, en je hebt eigenlijk geen flauw benul hoe die taal in elkaar zit.