Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

18 september 2006

Een specifiek geval

In de kennisbijlage van de Volkskrant van zaterdag 16 september 2006 staat een artikel over kindertaalverwerving. Kinderen, zo staat er in de kop "struikelen [langdurig] over lastige zinsconstructies". En: "Tot twaalf jaar kan Ernie nog best hemzelf wassen". Wie dit snapt mag het zeggen, maar het zal wel bedoeld zijn om de lezer te prikkelen.

Komen wij te weten wat er precies aan de hand is? Ik denk het niet. De journaliste moet zich in allerlei krampachtige bochten wringen om een beetje grammaticale terminologie te vermijden, wat maar weer eens aantoont dat je geen behoorlijk gesprek over taal kunt voeren als je de woorden en begrippen niet kent.

Hoe zit het dan met die kinderen?

Lees meer/ minder

Dit is wat er in het artikel staat: kinderen maken geen verschil tussen de zinnen Wil jij één kopje twee keer omdraaien? en Wil jij twee keer één kopje omdraaien? Waar ligt dat aan? Nou, dat zijn "lastige zinsconstructies". O ja? Ja, en "de verklaring voor dit soort hobbels in de ontwikkeling van het taalbegrip ligt in een aantal beperkingen van de jeugdige luisteraar". Maar draai er toch niet zo omheen, wat is er dan aan de hand? Gelukkig, onderzoekster Helen de Hoop vertelt "dat taal correct begrijpen direct samenhangt met het zich kunnen verplaatsen in de spreker. Wat bedoelt die, waar is die mee bezig: vanuit die invalshoek snappen luisteraars de boodschap snel en correct. Kinderen kunnen zich nog niet goed verplaatsen in een ander." Pardon?

Ik heb het artikel drie keer doorgelezen, maar ik word er niets wijzer van. Ja, het gaat om onderzoek van dr. Irene Kraemer (die voorzover de taalprof weet haar naam doorgaans als "Krämer" spelt), en dr. Helen de Hoop. De "Groningse taalkundige dr. Petra Hendriks" geeft nog een "aanvullende verklaring": "Wanneer volwassenen een zin horen, strepen ze om te beginnen intuïtief een aantal interpretatiemogelijkheden weg." Totale verwarring!

Wie dit allemaal kan snappen zonder een volledige universitaire opleiding taalwetenschap te hebben afgerond, wil ik dolgraag een keer uitgebreid komen bezichtigen. Ik heb respect voor de moedige pogingen van de journaliste om een wetenschappelijk onderzoek te beschrijven, maar in haar angst om het niet te moeilijk te maken blijft zij steken in allerlei vage formuleringen die om de hete brij heendraaien. Daardoor wordt het nooit echt duidelijk hoe het echt zit.

Maar is dat dan niet gewoon te moeilijk? Dat lijkt me sterk. Het zou wel gek zijn als van alle wetenschappen alleen de taalwetenschap niet aan de geïnteresseerde leek uit te leggen is.

Misschien dat er een paar lezers zijn die het logje van de taalprof over bepaald en onbepaald hebben gelezen. Daar worden de termen specifiek en nonspecifiek uitgelegd. Was dat moeilijk? Ik dacht het niet. Je moet het maar eens lezen, maar het is in één alinea samen te vatten:

Verwijzen kan bepaald en onbepaald. Doe je het bepaald, dan geef je aan dat het om iets gaat dat in het gesprek bekend is. Met een onbepaalde verwijzing introduceer je iets nieuws in het gesprek. Een onbepaalde verwijzing kan specifiek en nonspecifiek zijn. Specifiek betekent dat je ervan uitgaat dat je gesprekspartner niet weet waarover het gaat, maar jij wel, en bij nonspecifiek weten jullie het allebei niet.

Als je bijvoorbeeld zegt Ik ga op vakantie en ik wil twee boeken graag meenemen betekent dat dat jij al weet welke twee boeken dat zijn, maar jouw gesprekspartner weet dat nog niet. Zeg je Ik ga op vakantie en ik wil graag twee boeken meenemen, dan weet je het zelf ook nog niet. Kijk, daar komt het "zich verplaatsen in de ander" om de hoek kijken!

Het onderzoek van Krämer en De Hoop toont blijkbaar aan dat kinderen het verschil tussen specifiek en nonspecifiek niet maken. Waarom heeft dit te maken met "een lastige zinsconstructie"? Omdat het verschil tussen specifiek en nonspecifiek in het Nederlands niet uitgedrukt wordt door een woord, maar door de woordvolgorde.

De taalprof zegt het nog maar eens: je hebt kennis van de termen en begrippen van de grammatica nodig, om over taal iets interessants te kunnen lezen. Of schrijven.


Lees minder

14 september 2006

Onbepaald maakt onbemind?

Wie houdt er eigenlijk van het onbepaald voornaamwoord? Persoonlijke voornaamwoorden, ja, die staan in het brandpunt van de aandacht. Hun voorop natuurlijk (Hun hebben) of u (is het u hebt of u heeft?), en niet te vergeten hij of zij. Maar ook de aanwijzende voornaamwoorden (die in die huis) mogen zich in een voortdurende aandacht verheugen. Vragende voornaamwoorden, die zijn altijd leuk, en zelfs het betrekkelijk voornaamwoord (het huis die) wordt scherp in de gaten gehouden. Maar denkt er wel eens iemand aan het onbepaalde voornaamwoord?

Lees meer/ minder

10 september 2006

Bepaald en onbepaald

"Ben je weer een beetje gekalmeerd na die uitbarsting van gisteren?"
"Ja, ik ben het al weer bijna vergeten."
"Ik zal het nooit meer over spelling hebben."
"Fijn!"
"Maar jij was bezig met een log over bepaald en onbepaald, zei je."
"Ja."
"Vertel eens, wat was dat?"
"Heb je even?"
Lees meer/ minder