Uitgehuldigd
Het was vorige week zaterdag, 6 december. De presentator van Studio Sport kondigde de onderwerpen in de uitzending aan, onder andere een reportage over olympisch kampioen Maarten van der Weijden. Die was, zo merkte hij op, nog niet uitgehuldigd.
Hè? Nog niet uitgehuldigd? Dat klinkt wel heel erg vreemd. Wat is hier aan de hand?
Lees meer/ minder/ printversie
Is dat niet gewoon fout, nog niet uitgehuldigd zijn? Het werkwoord uithuldigen bestaat toch niet? Dat is waar, maar dat is geen goede reden om het af te keuren.
Er bestaat in het Nederlands een productief procedé, dat bestaat uit het toevoegen van het voorvoegsel uit- aan een werkwoord, met als betekenis iets als "tot het einde toe". Bijvoorbeeld, Laat me eerst even uiteten. Dat betekent: "Laat me eerst even tot het einde toe eten, eten totdat ik klaar ben." Het werkwoord uiteten bestaat ook niet, en toch ontstaat het als gevolg van deze grammaticale mogelijkheid.
Je kunt zo bijna ongelimiteerd nieuwe woorden maken. Stel je hebt een vers werkwoord als telemarketeren. Als je daarmee bezig bent, dan kan er best iemand langskomen en opmerken: Zo, ben je nou nog niet uitgetelemarketeerd? Niks mis mee.
Het voorvoegsel uit- wordt heel vaak toegevoegd aan voltooide deelwoorden (zoals getelemarketeerd in het laatste voorbeeld), die dan worden gecombineerd met het werkwoord zijn: ik ben uitgetelemarketeerd. Maar wat is dat eigenlijk voor een constructie? Dat lijkt wel een voltooide tijd, maar is het dat wel?
De meeste werkwoorden maken een voltooide tijd met het hulpwerkwoord hebben: ik heb gelezen, ik heb getelemarketeerd, ik heb gegeten. Toch krijg je in deze constructie zonder uitzondering zijn: ben je al uitgelezen, uitgetelemarketeerd, uitgegeten? Da's gek.
Dat bewijst allemaal nog niks, het zou kunnen dat er door toevoeging van uit- een nieuw werkwoord ontstaat dat een voltooide tijd met zijn maakt. Er bestaan immers werkwoorden die een voltooide tijd met zijn hebben, zoals komen, arriveren, veranderen.
Toch is er wel een bewijs dat die constructie met uit- en voltooid deelwoord geen voltooide tijd is. Dat kun je zien aan de test die ik al vaker heb genoemd met een tijdsbepaling als zaterdag: neem de zin Ben je zaterdag uitgewinkeld? Kan die zin begrepen worden als een vraag over afgelopen zaterdag? Nee dat kan niet. De enige interpretatie die hierin zit is dat je vraagt of iemand aanstaande zaterdag klaar is met winkelen. Een voltooide tijd is altijd dubbelzinnig, die kan of op de toekomst, of op het verleden betrekking hebben (Ben je zaterdag gearriveerd? bijvoorbeeld).
Het is dus geen voltooide tijd. Maar wat is het dan wel? Ik denk dat het naamwoordelijk gezegde is. Door toevoeging van uit- aan een voltooid deelwoord krijg je een nieuw woord, met als betekenis ongeveer "klaar met...", dat meer bijvoeglijk is dan werkwoordelijk. En net zoals Ben je klaar met winkelen? naamwoordelijk is, zou je dat van Ben je uitgewinkeld? ook kunnen veronderstellen.
Maar nou weten we nog niet waarom Hij is nog niet uitgehuldigd een gekke zin is. Dat komt ten eerste omdat je niet bij elk werkwoord uit- kunt toevoegen, en ten tweede omdat de toevoeging van uit- een andere betekenis oplevert dan de hier bedoelde.
Je kunt uit- eigenlijk alleen maar toevoegen bij werkwoorden die geen lijdend voorwerp hebben, of die hun lijdend voorwerp kunnen missen. Dus wel bij winkelen (heeft geen lijdend voorwerp), en ook bij eten (lijdend voorwerp kan achterwege blijven), maar niet bij verorberen of haten (die moeten echt een lijdend voorwerp hebben). *Ben je uitverorberd? kan niet, en ook *Ben je uitgehaat? is onmogelijk.
Huldigen is een werkwoord dat per se een lijdend voorwerp nodig heeft. Als je aan een burgemeester vraagt wat de plannen voor vanmiddag zijn, zal hij of zij niet zomaar kunnen zeggen: *Vanmiddag moet ik even huldigen. Daar moet altijd iemand of iets bij.
Dat is één reden waarom Hij is nog niet uitgehuldigd gek is. De andere is dat die constructie, als hij wel kan, de betekenis oplevert dat het onderwerp van zijn ook als onderwerp van het werkwoord begrepen wordt. Zeg je Zij is uitgeshopt, dan is zij degene die geshopt heeft. En als je zegt Casanova is uitgekust, dan is Casanova degene die aan het kussen was.
Als de zin Maarten is uitgehuldigd dus al zou kunnen, dan zou hij moeten betekenen dat Maarten klaar is met huldigen. En dat is niet de bedoeling.
Oké, maar waarom zei die presentator dat dan zo? Ik denk dat hij uitgehuldigd ten onrechte als een lijdende vorm beschouwde. Hij is uitgegaan van de zin Maarten is gehuldigd, wat de voltooide tijd is van Maarten wordt gehuldigd (kijk maar naar de betekenis van Maarten is zaterdag gehuldigd), en hij heeft in die constructie uit- toegevoegd, zich niet realiserend dat hij daarmee een naamwoordelijk gezegde maakte met een omgekeerde betekenis.
Of hij realiseerde zich dat wel, maar hij kon zo gauw geen alternatief bedenken en dacht: dat horen de kijkers toch niet. Maar de taalprof hoort alles.
Lees minderGepubliceerd door Taalprof om 13:37 | Permanente link | Reacties (7) | Reageer






Laatste reacties