Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

11 april 2009

Witteman komt er niet goed uit

Het is niet nieuw, maar soms is het toch weer verrassend. Misschien moet je het een fout noemen, en er zullen ook wel weer mensen zijn die er een contaminatie in zien, maar dat moet dan maar. Gisteravond, bij de afsluiting van het programma Pauw & Witteman, kondigde Paul Witteman een documentaire aan met de woorden: Dit komt daar onder andere in te zien.

Het klinkt gek, dat geef ik onmiddellijk toe. Maar als je het ontleedt is het lang niet zo gek als het klinkt.

Lees meer/ minder/ printversie

6 november 2008

Goede raad kost duur

Naar aanleiding van een lezersvraag gisteren herinnerde de taalprof zich een oudere discussie (zie punt 4 in de link, en de voorgaande discussie), over de zin Hoeveel kost die auto? Die discussie zat een beetje verborgen in de vragenrubriek van deze site, maar hij is eigenlijk best een aparte bespreking waard.

Daarom nu: Hoeveel kost die auto? en wat is dan Hoeveel?

Lees meer/ minder/ printversie

28 juli 2006

Wij zijn schoften (de baas ook)

De titel van deze log is een heel oud mopje, uit de tijd dat het woord schoften een gebruikelijker vorm was van het werkwoord schaften (dat, ik zeg het er maar even bij, "eten" of "lunchen" betekent). De grap is dat bouwvakkers die waren gaan eten de mededeling Wij zijn schoften op een bord hadden geschreven, en dat een of andere grapjas eronder had gezet (de baas ook).

Het grapje is natuurlijk moeilijk te vertalen. Misschien is Wij zijn ouwehoeren wel een mogelijkheid, maar het is onwaarschijnlijk dat je dat op een bord zet*. Dat is jammer, want zo gaat een mooi voorbeeld verloren van het aspectuele hulpwerkwoord zijn.

Lees meer/ minder

*Deze zou ook nog kunnen: het personeel van een dierenwinkel zet een bord in de etalage met de tekst Wij zijn eten, en zet dat vlak bij die doorzichtige bak met die schattige konijntjes. Iemand schrijft erbij: Prettige Kerstdagen. Maar misschien kan niet iedereen daarmee lachen.

7 maart 2006

Gekke koppelwerkwoorden

Sommige woorden zijn wel heel uitzonderlijk als koppelwerkwoord. Wie mijn uitleg gelezen heeft (en begrepen), zal echter onmiddellijk inzien dat de volgende gevallen wel degelijk als koppelwerkwoord beschouwd moeten worden:

  • komen, maar alleen in vrij, gereed, klaar, af, goed komen. In al deze gevallen kun je zeggen: als iets goed komt, dan is het daarna ook goed. komen kun je hier dus zien als een vervanging van worden of raken.
  • lopen, maar alleen in verbindingen als leeg lopen, waar het resultaat weer is dat iets leeg is. Merk op dat er een verschil is met bijvoorbeeld goed lopen. Wat goed loopt, is daardoor niet goed, het loopt alleen goed. In deze verbinding is lopen dus geen koppelwerkwoord.
  • staan, in bekend staan (eigenlijk hetzelfde als zijn).
  • vallen, in dat valt me zwaar (ook een soort zijn) zitten, in ergens verlegen mee zitten.

Al deze voorbeelden staan in de Algemene Nederlandse Spraakkunst. Maar er zijn er veel meer. Bij sommige uitdrukkingen met voorzetsels zie je ook vaak "gekke" koppelwerkwoorden. Wat denk je bijvoorbeeld van: goed in elkaar zitten (of steken) in tweestrijd verkeren (of staan) aan het schreeuwen slaan op hol slaan Sommige zijn misschien heel uitzonderlijk, maar in alle gevallen lijkt er wel degelijk een soort zijn- of worden-betekenis uitgedrukt door het werkwoord.

14 februari 2006

Er bestaat maar één koppelwerkwoord

"Een naamwoordelijk gezegde is altijd voorzien van een koppelwerkwoord. Er zijn er negen, die je allemaal uit je hoofd moet kennen." Dit is zo ongeveer de "uitleg" die er in de meeste grammaticaboekjes staat. En eigenlijk is het onzin.

Ik zal niet zeggen dat je beter niets van buiten kunt leren. Ons hoofd zit vol met nutteloze kennis, daar kan zo'n rijtje koppelwerkwoorden best bij. Maar als je een werkwoord alleen maar een koppelwerkwoord noemt omdat het in een rijtje staat mis je een belangrijk feit uit de grammatica. En je snapt niet waarom een koppelwerkwoord een koppelwerkwoord is.

In een zin met een naamwoordelijk gezegde wordt uitgedrukt dat iets het geval is. Dit in tegenstelling tot een zin met een werkwoordelijk gezegde, waar iets gebeurt of iemand iets doet. Waar werkwoordelijke gezegdes in feite een vorm van doen zijn, zijn naamwoordelijke gezegdes een vorm van zijn. Hieruit volgt dat het werkwoord in een naamwoordelijk gezegde eigenlijk altijd zijn is.

Wat moet dat dan met al die andere koppelwerkwoorden? Het antwoord is: alle koppelwerkwoorden zijn eigenlijk varianten op het woord zijn. Neem worden en blijven. Naast Het is droog kun je zeggen Het wordt droog en Het blijft droog. Gebruik je worden, dan geef je aan dat de droogte begint, met blijven druk je uit dat de periode van droogte gedurende langere tijd aanhoudt.

In feite zijn dat twee kanten van dezelfde medaille. Want als het droog wordt blijft het niet nat, en als het droog blijft wordt het niet nat (waarbij nat eigenlijk betekent: "niet droog").

Waarom kunnen juist deze twee betekenissen aan zijn worden toegevoegd? Ze hebben allebei te maken met de overgang van de ene toestand in de andere. Het werkwoord worden zegt iets over de overgang tussen niet en wel (niet-droog naar droog), en blijven zoomt in op de overgang tussen wel en niet (droog naar niet-droog). Droog worden zegt dat de overgang tussen niet-droog en droog eraan komt, en droog blijven zegt dat de overgang tussen droog en niet-droog juist niet aanstaande is. Het is een wonderlijke samenhang, maar hij zit precies zo in de taal opgesloten.

Als je dit snapt, begrijp je ook dat er meerdere werkwoorden als koppelwerkwoord kunnen dienen. Zo heb je ook raken dat heel goed in plaats van worden kan worden gebruikt. En eigenlijk is gaan in de uitdrukking dood gaan ook een koppelwerkwoord!

Maar hoe zit het dan met die andere zes? Nou ja, eigenlijk zijn dat helemaal geen koppelwerkwoorden. Het zijn modale hulpwerkwoorden. Neem lijken, blijken, schijnen. Die kun je bij andere werkwoorden toevoegen om een modaliteit uit te drukken. Je geeft ermee aan hoe jouw inschatting (of die van iemand anders) is ten aanzien van de gebeurtenis of toestand.

Zeg je bijvoorbeeld Het lijkt te regenen, dan betekent dat, dat het volgens jouw inschatting (of die van anderen) regent, maar dat het waarschijnlijk toch niet zo is. Bij blijken was het ieders inschatting dat het niet regende, maar het regent toch, en met schijnen druk je uit dat het niet jouw inschatting is maar voornamelijk die van anderen.

Gebruik je lijken, blijken, schijnen bij het koppelwerkwoord zijn, dan blijft zijn meestal weg: in plaats van Het lijkt droog te zijn zeg je meestal Het lijkt droog. Wil je volhouden dat een naamwoordelijk gezegde altijd een koppelwerkwoord heeft, dan moet je aannemen dat het hulpwerkwoord lijkt nu die functie heeft overgenomen.

En heten, dunken en voorkomen? Waarom zijn dat koppelwerkwoorden? Wel, allereerst komen die haast nooit meer voor. Tenminste niet als koppelwerkwoord. Dat zijn ze namelijk alleen in hun modale gebruik (hij heet geschikt (te zijn), hij dunkt mij geschikt (te zijn), en hij komt mij geschikt voor). In al deze gevallen geldt dezelfde uitleg als voor lijken, blijken, schijnen. Het zijn eigenlijk modale hulpwerkwoorden. Als je het koppelwerkwoord zijn weglaat, neemt het hulpwerkwoord die functie over. Althans, zo hoor je het te benoemen. Waarom? Omdat je daarmee laat zien dat je begrepen hebt dat de hele zin naamwoordelijk is.

Er bestaat dus eigenlijk maar één koppelwerkwoord: zijn. Alle werkwoorden die een of andere vorm van zijn uitdrukken ("zijn" plus een of ander betekenisaspect), zou je om die reden als koppelwerkwoord moeten benoemen. Dat er daarvan zes (worden, raken, blijven, lijken, blijken, schijnen) gebruikelijk zijn, zou je best van buiten kunnen leren. Maar het hoeft niet.