Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

6 november 2009

GrammatiQA #3

Nieuw op het Taalprof Weblog! Af en toe een Grammatica-Quizvraag met Antwoord.

De vorige waren wel heel gemakkelijk, nu een echte grammaticale breinbreker:

Moet je nou toch eens kijken! 

Hoe zit deze zin in elkaar?

(a) Het is een gebiedende wijs: in feite gaat het om een opdracht, al is die dan heel erg afgezwakt;
(b) Het is een vraagzin, dat kun je zien aan de woordvolgorde. De vraag is wel afgezwakt tot een aansporing;
(c) Het is een gewone zin waarin het eerste zinsdeel is weggelaten;
(d) Eigenlijk gaat het om een bijzin met hoofdzinsvolgorde: daar staat ook altijd de persoonsvorm voorop, zoals in Hou je van vlees, dan braad je in Croma.

19 oktober 2009

Verkiezing Taalzuurpruim 2009

Er kan gestemd worden! De voorronde van de eerste verkiezing van de Taalzuurpruim van het jaar is afgelopen, en de nominaties zijn vastgesteld. In de rechterkolom kun je je keuze maken voor de zurigste taalzeurder, of de meest irritante taalmopperaar. Wie zit er steeds onder jouw taalkundige vingernagels?

Deze nieuwe enquête betekent tevens het einde van de vorige verkiezing, namelijk die van je meest favoriete zinsdeel. De winnaar van die verkiezing is geworden de persoonsvorm (682 stemmen), die de runner up, het onderwerp (223 stemmen), op grote afstand achter zich laat. Het minst populair blijken de bijwoordelijke bepaling (88) en het naamwoordelijk deel (66), die op ruime afstand van de grote middenmoot (138-165 stemmen) eindigden.

Dit beeld bevestigt dat van de vorige verkiezing ("Ik heb het meeste moeite met..."). De bovenaan eindigende zinsdelen zijn de eerste die in de lessen zinsontleding behandeld worden, en het naamwoordelijk deel is waarschijnlijk het eerste dat echt voor problemen zorgt. Blijkbaar houden we niet van problemen.

De impopulariteit van de bijwoordelijke bepaling zal toe te schrijven zijn aan het feit dat het behandeld wordt als een restcategorie: als je het niet meer weet zal het wel bijwoordelijke bepaling zijn. Ook dat wordt blijkbaar niet erg gewaardeerd.

De complete lijst:

persoonsvorm [30,1%] (682)
onderwerp [9,9%] (223)
lijdend voorwerp [7,4%] (168)
naamwoordelijk gezegde [7,3%] (165)
bepaling van gesteldheid [7,2%] (163)
voorzetselvoorwerp [6,8%] (153)
werkwoordelijk gezegde [6,4%] (145)
bijvoeglijke bepaling [6,2%] (140)
meewerkend voorwerp [6,0%] (135)
tussenwerpsel [6,0%] (135)
bijwoordelijke bepaling [3,9%] (88)
naamwoordelijk deel [2,9%] (66)

20 september 2009

GrammatiQA #2

Nieuw op het Taalprof Weblog! Af en toe een Grammatica-Quizvraag met Antwoord.

Wederom naar aanleiding van een grap uit de rubriek Ruggespraak (Onze Taal, september 2009):

Wegwerp scheermesjes voor heren
met vaste kop

Grappen hebben heel vaak een grammaticale achtergrond. Welke is het hier?

(a) met vaste kop is bedoeld als een bijwoordelijke bepaling, maar je leest het bijvoeglijk;
(b) met vaste kop lees je als bijvoeglijke bepaling bij het verkeerde woord;
(c) het voorzetsel met heeft twee verschillende betekenissen, en je leest hier de verkeerde;
(d) Bij het woord heren hoort niet het woord kop maar hoofd.

3 juli 2009

Nog eentje dan

De taalprof lijkt wel een beetje van zijn principes af te stappen, want had hij het de vorige keer al over taalnorm, de keer daarvoor ging het zelfs over spelling. En dat terwijl hij bij diverse gelegenheden bij hoog en bij laag beweerde zich daar nooit de vingers aan te zullen branden!

Toch is het volgende staartje te leuk om te laten liggen.

Lees meer/ minder/ printversie

25 juni 2009

"Allerlei grammaticale fouten"

In zijn rubriek Woordhoek in de NRC verwijst Ewoud Sanders naar een creatie uit de Camera Obscura van Nicolaas Beets: Keesje het diakenhuismannetje. Zijn taal wordt door Beets tamelijk natuurgetrouw weergegeven: "Meheer in plaats van meneer, na in plaats van naar, gekommen in plaats van gekomen, en dullezan als verhaspeling van het Franse diligence. Keesje heeft het over een apteker in plaats van over een apotheker, hij zegt fassoendelek en hij maakt allerlei grammaticale fouten."

He, da's nou jammer, dat Sanders daar geen voorbeelden van geeft. Wat zijn dat dan voor fouten?

Lees meer/ minder/ printversie

10 juni 2009

Hoeveel woorden heeft een taal?

Kun je de woorden in een taal tellen? Als je de Global Language Monitor moet geloven wel. En het NOS journaal en de Telegraaf kunnen het ook niet laten om het berichtje op te pikken. En wie weet hoeveel nieuwsdiensten het klakkeloos gaan overnemen: Web 2.0 is het miljoenste woord in de Engelse taal. Maar het is grote onzin.

De taalkundigen op Language Log hebben het al overtuigend aangetoond: als je Web 2.0 een woord noemt, dan is het hek van de dam. Zijn dat geen twee woorden? Wat zijn je criteria om iets een woord te noemen? Als samenstellingen woorden zijn heb je in principe al een oneindig aantal woorden.

De Taaladviesdienst van de Taalunie citeerde al eens de oud-hoofdredacteur van Van Dale, Van Sterkenburg, die ooit 60 miljoen verschillende woordvormen voor het Nederlands in zijn tekstbestanden geteld had. Maar dan reken je tel, telt, telde, tellen, geteld allemaal apart.

Je kunt natuurlijk de woorden in een taal helemaal niet tellen. Een taal kun je niet eens behoorlijk afbakenen in de tijd of de regionale variatie. Hoogstens kun je woorden tellen in een verzameling woorden (een tekst, verschillende teksten). En dan nog moet je allerlei gevallen samen nemen, of uitsluiten omdat ze te weinig voorkomen of aperte schrijffouten zijn, kortom, het is niet te doen. Woorden tellen kan helemaal niet.

Maar het is wel een geheide manier om de media te halen, dat wel natuurlijk.

15 maart 2009

Verborgen boodschap in boekenweekgeschenk

Het boekenweekgeschenk Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé lijkt op het eerste gezicht een naturalistische novelle, die niet veel blijk geeft van een optimistische levenshouding, maar aan de andere kant ook niet bol staat van moralisme en opvoedkundig verantwoorde inhoud.

Toch zit er een belangrijke boodschap in het verhaal verborgen. En die gaat ook nog eens over grammatica.

Wie het boekje nog niet gelezen heeft, moet dat misschien eerst even doen. In wat nu volgt staan sommige plotwendingen genoemd die belangrijk zijn voor de afloop van het verhaal. Als je die afloop nog niet wilt weten, lees dan niet verder.

Lees meer/ minder/ printversie

10 maart 2009

Grammatica voor uilskuikens

Het was wel een handige zet van de UvA. Vlak vóór de boekenweek een persbericht over een onderzoek van UvA-wetenschapper Jelle Zuidema over de taal van vogels. Helaas werd het bericht in bijna alle media voorgesteld als een onderzoek naar de afwijkende zang van stadsmerels (wat het niet was), maar het was toch maar mooi exposure.

Waar ging het dan wel over? Tja, dat kwam ook niet erg helder in de berichtgeving tot uitdrukking. Neem bijvoorbeeld dit citaat "Toch zit er volgens Zuidema in de zang van sommige vogels een structuur van grammaticaregels. Die hebben echter geen enkele betekenis..." Een structuur van grammaticaregels? Wat is dat?

Lees meer/ minder/ printversie

15 februari 2009

Taalprof door het lint

De taalprof is een gelijkmoedig persoon, die je niet zo gauw op de kast zult krijgen. Hij kijkt natuurlijk kritisch naar alles wat mensen beweren over grammatica, maar daarbij belicht hij behalve de negatieve ook de positieve kanten. Maar nu heeft hij het moeilijk.

Gisteren kocht hij, voor zeventien euro vijftig, het boek De Taaltoets-pabo haal je zo, uitgegeven in 2008, dus splinternieuw. Vannacht lag hij huilend in bed en nu zoekt hij wanhopig naar iets positiefs wat hij over dit oefenboekje kan zeggen.

Maar wacht eens even: dat hóéft ook helemaal niet!

Lees meer/ minder/ printversie

8 februari 2009

Het wordt maar niet beter

Het is weer eens zover: weer luidt iemand de noodklok over het bedroevende niveau van de taalvaardigheid van de Nederlandse jongeren. Ditmaal is het prof. dr. Lex Bouter, rector van de Vrije Universiteit Amsterdam, die op een congres van het Taalcentrum-VU de resultaten bespreekt van een taaltoets die in september 2008 door alle eerstejaars is afgelegd.

Vaak hoor je dit soort kreten, en dan zijn ze ongefundeerd. Mooi dat er nu eens keihard cijfermateriaal aan ten grondslag ligt. Even kijken wat die test precies inhoudt...

Lees meer/ minder/ printversie

18 januari 2009

Nooit meer drie keer niks

Interessant citaat op de voorkant van het Volkskrant Magazine. Uit een interview met de operazangeres Eva Maria Westbroek: Ik dacht: het wordt drie keer nooit wat.

Er zullen nu ongetwijfeld lezers zijn die onmiddellijk denken: Ha, contaminatie! Maar die discussie lijkt de taalprof bij voorbaat drie keer niks, dus liever vraagt hij zich af wat deze zin ons vertelt over hoe de constructie in elkaar zit.

Lees meer/ minder/ printversie

4 oktober 2008

Meer is les

Gisteren stelde een lezer een vraag waar de taalprof zowaar een nachtje over moest slapen. De vraag ging over de zin Meer jongeren hebben computer dan tv, een kopje uit de Standaard Online. "Ergens schuurt dit met mijn taalgevoel," merkte de lezer op.

Mooi gezegd! Maar wat is er grammaticaal aan de hand? Dat is met eenvoudige zinsontleding niet meteen op te lossen. Hier moeten we echt het grammaticale vergrootglas bij nemen. En even gaan zitten. Want het is een mooie les.

Lees meer/ minder/ printversie

16 september 2008

Het grootste gevaar voor de grammatica

Veel mensen ergeren zich vaak aan allerlei taalverschijnselen (zoals bijvoorbeeld de zin Veel mensen irriteren zich vaak aan allerlei taalverschijnselen of zoals bijvoorbeeld in plaats van alleen zoals of bijvoorbeeld). Hoe zit het met de taalprof? Of is dat weer zo'n supertolerante alles-moet-kunnentaalkundige? Nee hoor, ook de taalprof wordt het wel eens rood voor ogen. Met name ergert hij zich groen en geel aan stempeltermen.

Lees meer/ minder/ printversie

4 augustus 2008

Schrijf je titels zelf

In de NRC van vrijdag staat een recensie van het boek Het einde van de standaardtaal van Joop van der Horst. Die recensie, geschreven door Jan Stroop, draagt de titel 'w8 ff' is evengoed standaardtaal. Volgens mij heeft Stroop die titel niet zelf bedacht, en het zou me verbazen als hij hem vóór publicatie gezien heeft.

Lees meer/ minder/ printversie

16 maart 2008

De taalverloedering in beeld

Ik geniet altijd van artikelen waarin de auteur eens flink retorisch uitpakt tegen de in zijn (of haar) ogen onstuitbare verloedering van het Nederlands. Als ik in De Groene Amsterdammer een stuk aangekondigd zie met de titel Verloedert het Nederlands?, van de bekende schrijver Rob van Erkelens, dan ga ik daar eens even lekker voor zitten. Het antwoord op de in de titel gestelde vraag zal vast niet zijn: "Nou nee, dat valt wel mee."

Lees meer/ minder/ printversie

7 maart 2008

Het holt achteruit (update)

Eerder deze week schreef ik over de uitspraak dat het met de schrijfvaardigheid van de Nederlanders snel bergafwaarts zou gaan. Deze uitspraak van de voorzitter van de VTN (de Vereniging Taleninstituten Nederland) zou gebaseerd zijn op "eigen onderzoek." Vanaf vandaag staat een samenvatting van dat onderzoek op de VTN-website. Het betreft een ledenonderzoek (of "bracheonderzoek") dat uitgevoerd is in de afgelopen twee jaar, en dat gaat over "de markt, de bedrijfsvoering en de toekomstverwachtingen" van de instituten.

Helaas wordt er in de samenvatting van dat onderzoek niet gesproken over de schrijfvaardigheid van de Nederlanders. Wellicht bevat het onderzoek vragen naar de meningen van de taalinstituten over die schrijfvaardigheid, maar die hebben de samenvatting dan niet gehaald.

De taleninstituten klagen over veeleisende opdrachtgevers en shoppende klanten die prijs belangrijker vinden dan kwaliteit. Desondanks ziet 85% van de VTN-leden de toekomst optimistisch tegemoet. Dat kan betekenen dat ze voor zichzelf steeds meer werk zien, maar ook dat hun werk vruchten afwerpt en daardoor aantrekkelijker wordt voor nieuwe klanten. Dan zou het juist de goede kant op gaan met de schrijfvaardigheid van de Nederlanders. Tenminste, als het aan de VTN-leden ligt.

4 maart 2008

Het holt achteruit

"Hier, kijk, daar heb je het weer!"
"Wat?"
"Nou lees maar"
"Ehh... Het gaat snel bergafwaarts met de schrijfvaardigheid van Nederlanders, bedoel je dat?"
"Ja, is het niet vreselijk? Je mag wel opschieten met die taalprofsite, anders kan straks niemand het meer lezen."
"Nou, er staat niet Het gaat snel bergafwaarts met de leesvaardigheid van Nederlanders."
"Nee maar dat is toch hetzelfde? Of het hangt samen, weet ik veel."

Lees meer/ minder/ printversie

24 januari 2008

Mensen zoals ik

Ik kan wel onzichtbaar vragen blijven beantwoorden, maar ik kan het af en toe ook in de vorm van een logje doen. Zoals deze vraag: de zin Voor mensen als ons is dat niet zo gemakkelijk is volgens de ANS fout. Het moet zijn Voor mensen als wij is dat niet zo moeilijk. Want, zo zegt de ANS, je kunt hier een bijzin aanvullen met de onderwerpsvorm: Voor mensen als wij zijn is dat niet zo moeilijk. Toch klinkt de foute zin minder fout dan Mensen als ons hebben het niet zo gemakkelijk. Daar voelen de meeste mensen wel aan dat Mensen als wij hebben het niet zo gemakkelijk beter is. Hoe komt dat?

In de visie van de ANS is het mensen als wij, omdat het eigenlijk een samentrekking is uit mensen als wij zijn. Maar klopt dat wel?

Lees meer/ minder/ printversie

31 december 2007

De grammaticale termen van 2008

De grammatica is sterk veronachtzaamd, dat is geen opmerkelijke uitspraak.  Zij staat in een kwade reuk, is gebrandmerkt als ingewikkeld, onbegrijpelijk, onlogisch en volslagen nutteloos, en tot overmaat van ramp zijn de kerndoelen van het Nederlandse onderwijs ook nog eens vakkundig gezuiverd van subversieve grammaticale elementen. Je zou zeggen: dat komt nooit meer goed.

Aan de andere kant is er misschien wel geen beter middel tot popularisering dan het verwijderen uit het onderwijs. In de kerndoelen van het basisonderwijs of in het eindexamenpakket van de middelbare scholen ontbreekt iedere verwijzing naar de voetbalsport of de wederwaardigheden van Bekende Nederlanders, en er zijn geen twee onderwerpen te vinden waar de gemiddelde Nederlander meer van afweet. Dus wie weet.

Ondertussen is het wel duidelijk dat sommige onderwerpen uit de grammatica nog minder aandacht krijgen dan de grammatica in het algemeen. De taalprof zet de belangrijkste daarvan in een top drie. Want zo hoort dat, op de laatste dag van het jaar.

Lees meer/ minder/ printversie

24 december 2007

Geen woord teveel?

De taalcolumnist Ewoud Sanders zul je zelden op taalintolerantie betrappen. Hij beziet afwijkingen doorgaans meer met verbazing dan met ergernis, en als taalhistoricus is hij natuurlijk bij uitstek geïnteresseerd in ongedocumenteerde verschijnselen, want daar valt tenminste iets nieuws aan te ontdekken.

Maar afgelopen vrijdag schoot hij ineens uit zijn slof, toen zijn jongste zoontje op de vijfde klas van de basisschool had moeten leren wat het woord eergetouw betekende. Dat was toch wel het toppunt, vond vader Sanders: "ik vond het compleet belachelijk dat mijn zoontje van acht een woord moest leren dat ik in geen decennia had gehoord of gelezen."

Ik kan hier met mijn verstand niet bij.

Lees meer/ minder/ printversie

Update: met hulp van de Taaladviesdienst van Onze Taal is het raadsel van het woord eergetouw opgelost: het staat inderdaad niet in het WNT, en pas vanaf de tiende druk in Van Dale, maar het staat wel in het Middelnederlands Woordenboek, en het blijkt afgeleid van een oud werkwoord eren, dat "ploegen" betekent (Latijn: arare). Dat werkwoord staat trouwens nog wel in het WNT. Een eergetouw is dus een oud woord voor "een werktuig om te ploegen". Soms is de werkelijkheid ineens heel poëtisch, maar soms is het ook gewoon de werkelijkheid.

18 december 2007

Slechte taalbeheersing

Het is weer eens zo laat. "Nederlander beheerst taal slecht" kopt het Reformatorisch Dagblad. Daar gaan we eens even lekker voor zitten. Eens kijken wat er nu weer voor tenhemelschreiende staaltjes van taalverloedering worden opgedist.

Maar dat valt tegen.

Lees meer/ minder/ printversie

5 december 2007

De jeugd van tegenwoordig

Een goede (of een slechte) journalist zit nooit om een stevige uitspraak verlegen. Wat denk je van deze, uit een berichtje over het ontstaan van SMS: "Helaas is er ook een keerzijde: door SMS (en waarschijnlijk ook MSN) is de jeugd nog nooit zo slecht in taal geweest."

Mooi hè? Ik weet zeker dat er bij zo'n uitspraak door menig lezer instemmend geknikt zal worden. Zo is het! Die jeugd van tegenwoordig doet maar!

Lees meer/ minder/ printversie

29 november 2007

Je ding doen

Ook weer zoiets waar veel mensen zich aan storen: je ding doen. Dat kun je in sommige kringen maar beter niet zeggen, want je wordt er onmiddellijk om uitgelachen. Je ding doen, dat is naast zoiets hebben van toch wel het meest verwerpelijke anglicisme dat er de afgelopen tien jaar ontstaan is. Wat? Nou ja, de afgelopen twintig jaar dan. Of vijftig, wat kan mij het schelen, het komt in ieder geval uit het Engels. Wat zeg je? Hûh?

Lees meer/ minder/ printversie

4 juni 2007

De taalkundigen hebben het gedaan

Geen gemakkelijker mikpunt van spot dan de taalkundigen. Zelfs de meest serieuze taalcolumnisten kunnen de neiging soms niet bedwingen om af te geven op de wetenschappers die zich met de taal bezighouden. Zie de meest recente aflevering van de rubriek Woordhoek van Ewoud Sanders.

Sanders hanteert een beproefd recept, dat ook veelvuldig door de ergste taalcritici wordt toegepast: humor. Zet een aantal enormiteiten op een rij, en je scoort gegarandeert punten. Feiten checken is nergens voor nodig, het gaat immers niet om de feiten maar om het effect.

Lees meer/ minder/ printversie

28 mei 2007

Ha, lekker rijtjes grammatica stampen!

In zijn NRC-column van zaterdag 26 mei 2007 haalt schrijver Joost Zwagerman uit naar onderwijsminister Plasterk, die het Nieuwe Leren "nog een kans wil geven".  Wat Zwagerman zelf precies wil wordt niet helemaal duidelijk (de leerlingen moeten weer Vondel, Multatuli, Vestdijk en Reve kennen), maar van Plasterk had hij een meer kritische houding verwacht.

De taalprof is natuurlijk geen onderwijsdeskundige, dus die mengt zich niet in een onderwijsdebat. Maar hij schiet wel in de stress bij het volgende citaat: Plasterk meende: "We moeten niet terug naar de jaren vijftig. Niet alleen rijtjes grammatica stampen." Hè?

Je zou denken dat Zwagerman hier een kritische noot bij plaatst, en dat doet hij ook wel, maar volgens hem is het allemaal te extreem geformuleerd. Geen woord over dat rijtjes grammatica stampen. Terwijl dat natuurlijk het meest trieste van het citaat is. Onze minister van onderwijs weet niet wat grammatica is.

Lees meer/ minder/ printversie

20 mei 2007

Basisvaardigheden Grammatica

Basisvaardigheden Grammatica, wat zijn dat? Dat is nog niet zo'n makkelijke vraag. Geen fouten maken in je zinnen en formuleringen, zullen de meeste mensen zeggen. Maar dat zijn eigenlijk Basisvaardigheden Formuleren. In hoeverre je daarbij Basisvaardigheden Grammatica nodig hebt is een al jaren voortslepende discussie. Waarschijnlijk kun je prima leren formuleren zonder dat je weet hoe je zinnen grammaticaal in elkaar zitten.

Maar dit alles vertelt ons niet wat Basisvaardigheden Grammatica precies zijn, hooguit waar ze eventueel nuttig voor zouden zijn. Wat zijn het dan wel, die Basisvaardigheden Grammatica?

Lees meer/ minder/ printversie

9 mei 2007

Grammatica in de onderbouw

Sinds 1 augustus 2006 zijn er voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs 58 kerndoelen van kracht. Dat lijkt veel, maar het waren er vroeger 103 (en zelfs 122). Op de website van het SLO staan ze toegelicht, in voorbeelduitwerkingen die dienen als inspiratiebron voor scholen, die binnen de kerndoelen hun eigen keuzes kunnen maken.

Waar zit de grammatica in deze kerndoelen? Dat is voor de taalprof, wie de grammatica zo ter harte gaat, even slikken: de grammatica is verstopt in Kerndoel 02: Correct taalgebruik: "De leerling leert zich te houden aan conventies (spelling, grammaticaal correcte zinnen, woordgebruik) en leert het belang van die conventies te zien."

Waarom is dat even slikken? Dat is toch prima zo? Daar gaat het toch om, correct taalgebruik?

Lees meer/ minder/ printversie

24 februari 2007

Is de Taalprof een Britse jongere?

Het Grammaticale Onbenul is overal. Op de Amerikaanse site Language Log voeren taalkundigen al jaren een wanhopige strijd tegen taalkundige mythen en misvattingen in de media. Zo besteedden ze het afgelopen jaar een paar keer aandacht aan de uitspraak dat Britse jongeren tegenwoordig een zo kleine woordenschat zouden hebben, dat ze maar 20 woorden gebruiken voor 30% van alles wat ze zeggen. In Nederland deed Quest Magazine die uitspraak deze maand nog eens dunnetjes over.

Lees meer/ minder/ printversie

7 februari 2007

Ontleden voor je leven

"Mooi is dat!"
"Mooi is wat?"
"Zitten we in één klap weer vijftig jaar terug in de tijd!"
"Hoezo?"
"Nou pleit iedereen weer ineens voor die geestdodende grammatica-oefeningetjes van vroeger. Dat alle leerlingen weer gedachteloos persoonsvorm en naamwoordelijk gezegde leren benoemen, waar ze helemaal niets aan hebben."
"Ehh..."
"Daar ben jij zeker ook voor, niet?"
"Ehh..."
Lees meer/ minder/ printversie

27 januari 2007

Taalprof valt onschuldigen lastig

"Moeten wij onze leerlingen met grammatica lastigvallen?" Deze vraag wordt de taalprof vaak door docenten gesteld (eigenlijk vooral door onderwijsontwikkelaars). Het is natuurlijk een retorische vraag. Je kunt niet met goed fatsoen "ja" antwoorden, want het lastigvallen van leerlingen is hoe dan ook niet bevorderlijk voor de motivatie, waar je dat ook mee doet.

Het is natuurlijk het makkelijkst om de vraag te beantwoorden met een wedervraag: "Vind je grammaticale kwesties niet interessant genoeg om ze geloofwaardig over te brengen?" Of, in een even tendentieuze formulering als de oorspronkelijke vraag: "Wil je je leerlingen grammaticaal dom houden?"

Maar het kan ook aardiger.

Lees meer/ minder/ printversie

25 januari 2007

Voor de zoveelste keer

"Ik snap jou niet"
"Wat?"
"Ik snap jou niet"
"Hoezo?"
"Nou heb je in de media ineens zo de wind mee, en je maakt er op geen enkele manier gebruik van?"
"Ik begrijp niet wat je bedoelt"
"Je leest toch wel kranten?"
"Wat stond daarin dan?"
"Dat het in snel tempo bergafwaarts gaat met onze Nederlandse taal!"
"Dat heb ik gemist. Waar stond dat dan?"
Lees meer/ minder/ printversie

21 januari 2007

Grammatica lost niets op

Iedere krant, iedere nieuwswebsite, en zelfs de taalprof liet zich deze week meeslepen door het spelalarm: studenten (paboleerlingen, docenten, jongeren-in-het-algemeen) kunnen niet meer spellen. Let wel: niet meer spellen. Honderden reacties op weblogs die het bericht brachten. Er is iets aan de hand, zoveel is duidelijk.

Spelling is de aanleiding, maar grammatica wordt er in één adem bij genoemd. Mooi toch? De taalprof zou toch als eerste de champagne moeten ontkurken, zou je zeggen. Aandacht voor de grammatica! Prachtig! Maar de taalprof vreest dat het de ultieme actie is van het Grammaticale Onbenul, waar hij al eeuwen een verbeten strijd tegen voert.

Lees meer/ minder/ printversie

16 januari 2007

...en grammatica

Studenten kunnen niet meer spellen kopte de NRC zaterdag, en de discussie brandt weer los. De studenten blijken "steeds meer moeite" te hebben met "spelling en grammatica". Je hoort mij niet zeggen dat het onzin is, maar wat doet dat en grammatica daar steeds bij?

Ik lees bijna alle discussies hierover in brievenrubrieken, op nieuwssites en weblogs, en het gaat nooit over grammatica. Het gaat steeds over d's en t's, over tussen-ennen, en over die verfoeilijke en talloze spellingwijzigingen, die zo onlogisch zijn dat iedereen de weg kwijt is. Of dat het voldoende is dat mensen begrijpen wat je bedoelt (dat zou inderdaad al heel wat zijn), en dat mensen niet zo moeten zeuren omdat het allemaal overdreven is. Maar grammatica, ho maar.

Lees meer/ minder/ printversie

14 januari 2007

Aan de directeur van de school

Geachte [naam verwijderd],

het inspectierapport van de visitatiecommissie voor het aquatisch onderwijs geeft mij aanleiding tot enige bezorgdheid ten aanzien van de inhoud van de lessen aan uw instelling. In het bijzonder gaat het om de Aquatic Survival Course, die door een team van bevoegde badmeesters en -juffrouwen wordt gegeven. Ik stel vast dat de inhoud van deze cursus op gespannen voet staat met de leerdoelen.

Kerndoel van de Aquatic Survival Course is dat de leerlingen de vaardigheid verwerven om snel en efficiënt uit het water te komen. De lessen zijn echter voor een belangrijk deel gevuld met het aanleren van vaardigheden als de verschillende typen zwemslagen (schoolslag, borstcrawl, watertrappelen), die niet voldoende gericht zijn op de leerdoelen. Daarnaast bevatten de meeste lessen zelfs oefeningen waarbij leerlingen in het water leren springen, hetgeen nota bene tegengesteld is aan het doel van de cursus.

Lees meer/ minder/ printversie

26 december 2006

Kerstpuzzel

Om de zinnen te verzetten, en na alle gourmetschotels weer eens wat geestelijk voedsel te nuttigen, een citaat uit het Nederlandse taalverleden. De vraag is: uit welk jaar stamt dit citaat? Het is een wat lange lel, dus hou je vast.

Lees meer/ minder

14 december 2006

AKDmi's uh d=xi

"Zie je nou wat ervan komt?"
"Wat?"
"Ja, ik zie je wel een beetje sip voor je uit kijken, maar dat komt er nou van!"
"Hè?"
"Al dat moeilijke gedoe van de afgelopen dagen."
"Moeilijke gedoe?"
"Al die academische discussie, man, hou toch eens op met die onzin!"
"Ja maar..."
"Nou was je zo lekker bezig"
"Ja maar..."
"Nou had je net een beetje de lachers op je hand met wat leuke grapjes en een beetje eenvoudige uitleg van eenvoudige grammatica"
"Ja maar..."
Lees meer/ minder

Met de billen bloot: een Taalprof-manifest

In de discussie over ik ben aan het koken merkt een lezer op, dat er verschillende soorten argumenten door elkaar spelen: functionele argumenten (wat betekent het?) en constructie-argumenten (hoe gedraagt het zich?). Dat is een heel fundamentele kwestie: het is inderdaad precies waar het in deze, en soortgelijke, discussies om gaat. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de hele grammaticale analyse staat of valt met de keuzes die je hierin maakt.

Hoe staat de taalprof hiertegenover? Vindt hij de betekenis niet belangrijk (genoeg)? Tijd voor een beginselverklaring. Maar let op: ook als je het niet met de taalprof eens bent, kan de volgende uiteenzetting nuttig zijn!

Lees meer/ minder

13 december 2006

Taalprof overspeelt zijn hand?

Ik zal het maar ronduit zeggen: ik zit een beetje met een kater. Niet dat ik zielig wil doen, of verongelijkt, maar er ontglipt mij hier iets. Wat precies, daar kan ik niet meteen de vinger op leggen, maar ik merk dat het mij irriteert.

Wie niet geïnteresseerd is in de zielenroerselen van de taalprof moet vooral niet verder lezen, en zeker niet reageren. Ook zit ik niet echt te wachten op adhesiebetuigingen (die ik overigens in ander verband zeker waardeer), maar ik schrijf het even van me af. Kijken of ik het dan kwijt ben.

Lees meer/ minder

11 november 2006

In de herhaling

"Ja, daar ga je weer!"
"Wat bedoel je?"
"Met dat laatste logje over, over, hoe noemde je dat ook al weer, die eeuwige kwestie."
"Wat is daarmee?"
"Moet dat nou weer zo ingewikkeld? Waarom moeten wij dat allemaal weten? Wat is dat voor een wereldvreemde houding om te vinden dat iedere Nederlander een taalgeleerde moet zijn om fatsoenlijk te kunnen praten?"
"Waar zeg ik dat dan?"

Lees meer/ minder

Sprookjes van Chomsky: een koninklijk huwelijk

Er was eens een prinses die Eten heette. Wat een rare naam, zul je denken, maar in Woordenland bestaat de taal alleen uit woorden die tegelijkertijd de namen van de inwoners zijn. Jouw naam is ook wel een woord, maar jouw taal kent ook nog heel veel andere woorden dan alleen de namen van jou en je vriendjes en vriendinnetjes.

Lees meer/ minder

Sprookjes van Chomsky: de opmaat

De afgelopen maanden hebben er al twee lezers aan de taalprof de vraag gesteld om een "morfologisch sprookje" te verzinnen. Blijkbaar loopt er ergens een leraar of lerares Nederlands rond die deze opdracht verzint.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik er aanvankelijk niet veel mee aankon. Een morfologisch sprookje? Wat zou je je daarbij voor moeten stellen? Woorden die elkaar tegenkomen en samen, als een ander woord avonturen beleven? Het sprookje van de pannenkoek die zich verslikte in een extra n? Hee, dat is eigenlijk best een leuke invalshoek! Weet je wat? Dat ga ik eens lekker na-apen!

Lees meer/ minder

26 oktober 2006

De flipperkast van Marco Borsato

Uit onderzoek naar hersenactiviteit tijdens taalverwerking is bekend dat er een speciaal plekje in je brein geactiveerd wordt als je iets geks hoort. Onderzoekers lieten proefpersonen luisteren naar woordgroepen als het gewone Patat met ... mayonaise en het gekke Patat met ... hond, en wat bleek? Bij dat gekke zinnetje ontstond er ineens activiteit in een heel ander deel van je hoofd.

Volgens mij weet Marco Borsato dit.

Lees meer/ minder

23 oktober 2006

Waarom moeilijk als het makkelijk kan?

"Is dat nou wel verstandig wat je doet?"
"Wat doe ik?"
"Twee van die moeilijke logs, net nou iedereen even komt kijken omdat je genomineerd bent?"
"Moeilijk?"
"Ja man, eerst het betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent, en nou weer het persoonlijk tot en met het onbepaalde voornaamwoordelijke [hijg] bijwoord!"
"En wat zou dat?"
"Ja, zo krijg je nooit stemmen! Zo jaag je iederéén van je weblog weg."
"O is dat zo?"
"Dacht ik wel ja."

Lees meer/ minder

9 oktober 2006

In de docentenkamer (2)

"Ja, nou snap ik het helemáál niet meer!"
"Wat is er?"
"Heb je zaterdag de NRC gelezen?"
"Hoezo?"
"Bijlage Kennis en Onderwijs, groot interview met Max Planckdirecteur Pim Levelt?"
"Neuh, geen tijd man! Ik had een etentje voor vrienden, en ik moest nog lessen voorbereiden, proefwerken nakijken. Ik snap niet waar jij de tijd vandaan haalt voor al die onzin!"
"Nou ja, onzin, onzin, het staat anders wél in de krant."
"Maar waar ging het dan over?"

Lees meer/ minder

25 september 2006

Met een t

Afgelopen zondagochtend luisterde ik maar half naar het programma Vroege Vogels op radio 1. Twee mannen, op locatie, hadden het over het natuurgebied de Veluwe. Een van de mannen haalde een slogan aan van de "Vrienden van de Veluwe". Die luidde: De Veluwe verdient beter. Hij leek wat te aarzelen, en voegde een beetje lacherig toe: "Met een t natuurlijk." De andere man antwoordde bevestigend: "Ja, haha, met een t".

De twee mannen gaven de indruk dat ze elkaar uitstekend begrepen, en dat die toevoeging uiterst zinvolle informatie bevatte, maar ik heb er een halve dag over lopen nadenken. Ik snap natuurlijk wel dat je verdient met een t of met een d kunt schrijven, maar wat is dat in dit gesprek voor informatie? Waar gáát dit over?

Ik denk nu dat ik het weet.

Lees meer/ minder

20 september 2006

Prutswerk in de schijnwerpers

Taalkundige analyse is erg gemakkelijk, tenminste als je het "bureau voor geschreven communicatie"  Sabel moet geloven.  Dit bureau publiceert een dag na de troonrede al een "analyse" (inmiddels wijselijk verwijderd van de site) die moet uitwijzen dat het taalgebruik van die troonrede samenbindend en toekomstgericht is.

Bij nadere bestudering lijkt deze "analyse" meteen na de publicatie van de troonrede op het internet, tijdens de middagborrel in elkaar geflanst. Zo kan mijn kleine broertje het ook, merkt de taalprof hierbij op, maar zelfs die zou dit niet durven publiceren.

Lees meer/ minder

9 september 2006

Geprüft

"Hee, ben je druk bezig?"
"Ja, ik ben bezig met een logje over bepaald en onbepaald en dan moet ik ook nog een paar emails beantwoorden en een syllabus schrijven en ..."
"Jaja, ho maar, ik wou je alleen iets laten zien. Kan dat effe tussendoor?"
"Ehh, nou vooruit, waar gaat het over?"
"Nou ik was net in de reformzaak en daar hadden ze een reclamekaartje op de kassa staan en daar stond op, je gelooft je ogen niet, wacht, ik heb het opgeschreven, hier, moet je kijken!"
"Chokoladeknappers. Die moet u geproeft hebben. Jaja. Zeker van een Duitse bakker?"
"Ja, van de Bio-Bäckerei, hoe wist je dat?"
Lees meer/ minder

4 september 2006

Ontleedoefening

Let op! Een ontleedoefening, om je kennis van de grammatica te testen. Zoek het onderwerp in de volgende zinnen. Hint: het onderwerp staat schuingedrukt:

  • Deze oefening is erg eenvoudig.
  • Ongeïnteresseerd maakte de leerling de ontleedoefening.
  • Mij wordt nooit eens opgedragen om dit goed uit te leggen.
  • Maak jij nog maar eens een extra oefening!
  • Waarom verbaasden de docent de vele goede antwoorden?

Jezus, wat flauw! Wat wil de taalprof met deze "oefening" bereiken?

Lees meer/ minder

2 september 2006

Helemaal ernaast

Onder de titel Taal: helemaal geweldig schrijft Lucas Gasthuis deze week een column in de Elsevier. De titel verraadt al waar het stukje over gaat: het bijwoord helemaal. Wat is daarmee aan de hand dan? Wel, het is tegenwoordig populair, omdat het -volgens de columnist- past in onze "emo-cultuur" om hevig te overdrijven. Lekkere quote: "het einde van de overtreffende trappen is nog lang niet in zicht". En, o ja, het is "bijna altijd overbodig". Ook dat nog.

Hoe moet je beginnen om volslagen wartaal te bekritiseren?

Lees meer/ minder

29 augustus 2006

Ontleden voorkomt blunderen?

Ik snap wel dat de LOI iets moet doen om een cursus Spelling en Grammatica aan te prijzen, maar waarom moet dat zo makkelijk? "Vermijd tekstblunder en leer nu de juiste spelling", kopt de onderwijsinstelling. En onder het kopje Grammatica: "Weet je eenmaal hoe een goede zin in elkaar zit, dan zul je niet snel fouten maken." Wie verzint deze onzin?

Lees meer/ minder

25 augustus 2006

Spreken meer dan zilver

Sommige mensen houden er wel heel vreemde denkbeelden op na. Er zijn zelfs lezers van dit weblog, die het wel eens met de taalprof oneens zijn. Het moet niet veel gekker worden.

Een sterk voorbeeld is te lezen op het weblog www.tothiertoe.nl, waar de auteur op 9 augustus 2006 onder het kopje Talen leren het onderzoek van Jansen en Van Onna aanhaalt, en de bespreking daarvan door de Taalprof. De weblogster formuleert haar commentaar aldus:

Lees meer/ minder

7 augustus 2006

De taalprof corrigeert zichzelf

Nou deed ik gisteren zelf wat ik de columnist Hofland verweet: alleen maar retoriek, en nauwelijks inhoud. Het zal wel aan het tijdstip hebben gelegen (de taalprof stapt ook wel eens met het verkeerde been uit bed), maar wat gebeurd is, is gebeurd. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het taalprof-weblog.

Laat ik dan toch maar eens proberen om iets verstandigs te zeggen zonder grappen en grollen. Niet gemakkelijk, maar wel nodig.

Lees meer/ minder

2 augustus 2006

Ze bakken er weer niets van

Paniek! Op 31 juli 2006 werd de noodklok geluid over de taalbeheersing van de Nederlanders. "Taalbeheersing Nederlanders belabberd", kopten de meeste kranten elkaar na. Van de Metro tot de NRC, van nu.nl tot Tubantia, ze waren het roerend eens: het is droevig gesteld met de taalbeheersing van de Nederlanders.

De Taalprof ziet dat alles hoofdschuddend aan. Er is in ieder geval één ding belabberd, en dat is de berichtgeving in deze kwestie. Want eigenlijk is het een hoax.

Lees meer/ minder

De veroorzakers zijn twee Nijmeegse communicatiewetenschappers, Bert van Onna en Carel Jansen, die onderzoek hebben gedaan naar het zelfbeeld dat mensen van zichzelf hebben wat betreft hun taalbeheersing. Die taalbeheersing, die kun je meten (daar zitten op zijn zachtst gezegd ook wel wat haken en ogen aan) en in een code uitdrukken. Die codes lopen van A1 (beginnersniveau) via A2, B1, B2, en C1 tot C2 (vergevorderd). Het resultaat van zo'n meting kun je vergelijken met de inschatting die mensen van zichzelf maken, en dan krijg je een idee over hun "zelfbeeld".

Het rapport over dit onderzoek kun je downloaden van de site van Jansen. Ik weet niet of ik dat zou aanraden, want het is natuurlijk wetenschappelijk proza, en laten we wel wezen, als de taalbeheersing van de Nederlanders zo belabberd is, dan is het natuurlijk uiterst onwaarschijnlijk dat net deze twee onderzoekers heel hoog scoren. Maar de Taalprof heeft het uiteraard wél allemaal bestudeerd.

Kort gezegd blijken uit dit rapport twee dingen: Nederlanders schatten hun taalbeheersing hoger in dan andere Europeanen, of het nou om de eigen taal gaat of om andere Europese talen. En de gemiddelde taalbeheersing van de Nederlanders blijkt juist lager te zijn dan die van hun Europese medeburgers.

Nergens in het rapport wordt de term belabberd gebezigd, en zelfs de neutralere term slecht kan niet worden waargenomen. Het is allemaal van een voorzichtige wetenschappelijkheid, met als opperste uitbarsting van emotie de laatste zin: Vooralsnog geven de uitkomsten van dit eerste onderzoek naar de werkelijke en ingeschatte taalvaardigheden in Nederlandse organisaties weinig aanleiding tot gerustheid over de taalvaardigheden waarover Nederlanders anno 2006 beschikken. Geen zin van niveau C2, zou ik denken, maar blijkbaar door de journalisten van het ANP aangegrepen voor een stevige kop, waarschijnlijk omdat ze zich door de rest van het rapport nauwelijks heen konden worstelen (waardoor het rapport zichzelf weer eens bevestigde). Vooral dat anno 2006 is in die laatste zin een subtiele formulering, die gewoonlijk gebezigd wordt in verontwaardigde aanklachten tegen vreselijke misstanden.

De taalprof wil daar twee opmerkingen bij maken (los van wat hij al tussen de regels heeft gezegd). Ten eerste: Zelfoverschatting, is dat slecht, of juist goed? Alle deskundigen zijn het erover eens dat je een taal, en zeker een tweede taal, alleen maar goed kunt leren door hem vaak te gebruiken. Het ergste wat je daarbij kan overkomen is dat je denkt dat je er niks van kunt en daardoor je mond houdt. Dan kun je beter jezelf een beetje overschatten waardoor je vaker geneigd bent om met jan en alleman te converseren. Dus die zelfoverschatting, vooral houden zo! Alleen maar positief!

En ten tweede: hoe zit het met die taalbeheersing van de eigen taal nou precies? Wat zou je moeten verwachten? Het zal toch niet zo zijn dat je verwacht dat iedereen, ongeacht leeftijd of opleiding in de eigen taal niveau C2 haalt? Enige spreiding moet er wel in zitten, zou je zeggen. Misschien mag je gemiddeld B2 verwachten ("zelfstandige gebruiker: kan zo vlot en spontaan communiceren dat interactie met moedertaalsprekers voor geen van beide partijen lastig is"). Het niveau daaronder (B1: "op weg naar zelfstandigheid") zal toch ook nog wel vaak voorkomen, en het niveau daar net boven (C1: "effectief operationeel gebruiker") is misschien voor de meeste mensen te hoog gegrepen. Ik heb geen idee wat dat betekent, "effectief operationeel gebruiker", maar in ieder geval wordt er gesproken over "academische doelen" dus dat mag je eigenlijk alleen van hoger opgeleiden verwachten.

Hoe scoren die 293 proefpersonen dan gemiddeld voor het Nederlands? Voor lezen 65% B2 en 24% B1, voor schrijven 52% B2 en 35% B1 (dat is ook lastiger), en voor luisteren 59% B2 en 30% B1. Meer dan 85% valt binnen niveau B1 en B2, waarom verbaast me dat niet? Ik weet niet wat er in andere Europese landen gemiddeld voor genieën wonen, maar ik zou het wantrouwen als de score veel hoger was.

In het rapport staat ook een uitsplitsing naar leeftijd en opleidingsniveau, maar er staat niet bij of dat de globale resultaten betreft (dus inclusief de beheersing van de vreemde talen), of alleen de moedertaalbeheersing (ik denk het eerste). Maar los daarvan, hoe zit dat in elkaar? Van de hoger opgeleiden scoort 50% B2, 18% C1 en 26% B1. Dus laten we zeggen 94% zit in B2 en aangrenzend niveau. Bij de middelhoog opgeleiden (mbo/havo/vwo) zit 47% in B1, en 96% in B1 en aangrenzend niveau. En bij de lager opgeleiden is het nog een niveau lager. Daar zit 50% in A2, en 93% in A2 en aangrenzende niveau's, waarbij ik nog aanteken dat nog altijd 41% in B1 zit, en dus maar 2% in A1.

Voor wie het duizelt, met al die getallen: van de hoger opgeleiden scoort 94% rond B2, van de middelhoog opgeleiden scoort 96% rond B1 en de lager opgeleiden zitten voor 93% op de rand van A2 en B1. Is dat slecht? Ik zou werkelijk niet weten hoe dat veel anders zou kunnen liggen.

Zo belabberd lijkt het dus allemaal niet. En daar komt nog een gedachte bij, die ik eigenlijk van een communicatiewetenschapper wel verwacht zou hebben: de meest efficiënte communicatie krijg je, als je je aanpast aan het gemiddelde niveau. In dat licht bezien heeft het weinig zin om bijvoorbeeld je woordenschat uit te breiden met woorden die alleen in een academische of gespecialiseerde omgeving gebruikt worden, als dat niet de omgeving is waarin je normaal gesproken verkeert. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat we allemaal proberen C2 te halen. Daar is een efficiënte communicatie niet bij gebaat.

Dat wordt nog maar eens geïllustreerd door de hele berichtgeving rond dit onderzoek. Het wordt allemaal met academische precisie uitgesponnen (dat zal best C1 zijn), maar voor de krant moet het worden vertaald naar B2 of B1. Dan wil je nog wel eens een subtiele en voorzichtige formulering kernachtig samenvatten in één woord. Belabberd.
Lees minder

24 juni 2006

Grammatica, wat heb je eraan?

Stel je moet een spreekbeurt houden over je favoriete hobby. Je houdt een gloedvol betoog over de fijne details van het nieuwste computerspel, of je geeft een compleet overzicht van de carrière van je popidool. Je illustreert het allemaal met prachtige foto's, filmpjes en mp3-tjes, en je laat op alle mogelijke manieren blijken wat voor een fantastisch en interessant onderwerp het is. En dan, na afloop, zit er zo'n eigenwijze kneus achter in de klas, die al de hele tijd verveeld achterover leunde (en aan wie je trouwens achteraf altijd al een hekel had), en die vraagt: "Ja, maar wat heb je er eigenlijk aan?" Ja, HALLO!

Lees meer/ minder

23 juni 2006

Exotische Indianentaal

In de NRC van donderdag 22 juni staat een groot artikel over de taal van de Aymara, een Zuid-Amerikaans indianenvolk. De Aymarataal is opmerkelijk in een aantal opzichten. Zo beschouwen de Aymara de toekomst als iets wat achter je ligt, terwijl ze het verleden vóór zich zien. Hoe komt dat? De onderzoekers denken dat kennis voor de Aymara, meer dan voor andere volkeren, te maken heeft met wat je gezien hebt. Je verleden, dat heb je gezien, dus dat ligt vóór je, en je toekomst is onzichtbaar, dus achter je. Ze merken verder op dat "gezien hebben" in de Aymarataal een grote rol speelt. De verslaggever van de NRC drukt het als volgt uit: Een Aymara die zegt: "Gisteren kookte mijn moeder aardappels" gebruikt verschillende werkwoordsvormen wanneer hij dat zelf heeft gezien en wanneer hij dat niet heeft gezien.

Je hoort zo'n verslaggever bij het schrijven van die zin denken: "Rare jongens, die Aymara! Vreemde, exotische eigenschap in een taal, dat je verschillende werkwoordsvormen gebruikt als je iets vertelt waar je zelf bij geweest bent." Maar hoe exotisch is dat eigenlijk? Dat valt nog best wel mee.

Lees meer/ minder

20 juni 2006

Objection, your honor!

In de log Het verraderlijke voorzetselvoorwerp heb ik het over de moeilijkheden bij de benoeming van het voorzetselvoorwerp. Daar blijkt dat dat nog niet zo makkelijk is. Erger nog, je kunt erover discussiëren of iets nu wel of niet een voorzetselvoorwerp is. Wat moeten we daarmee? Is dat erg? Of kunnen we hier iets moois van leren?

Het is een wijdverbreid misverstand dat in de zinsontleding alles al vaststaat. De ontleding van sommige zinnen is nog een groot probleem, en over veel gevallen rollen taalkundigen vechtend over straat. Nou zou je zeggen: zoek het dan eerst uit en val ons er pas mee lastig als je het zeker weet. Maar dan ga je voorbij aan de lol van de grammatica.

Als je iemand van moord beschuldigt, dan kun je dat officieel, voor een rechtbank doen. Je gaat dan op zoek naar argumenten. Echter, als je er goed over nadenkt, besef je dat bijna geen enkel argument echt bewijst dat iemand de moordenaar is. Iemand kan een bekentenis afgelegd hebben, maar die kan onder dwang verkregen zijn, of de verdachte sprak in een vlaag van verstandsverbijstering. Er kunnen getuigen zijn, maar zijn die wel betrouwbaar? Vingerafdrukken, dna-sporen, dat zijn allemaal sterke aanwijzingen voor schuld, maar de advocaat van de verdachte zal alles in twijfel proberen te trekken. Waar het om gaat is dat je argumenten overtuigend zijn.

Maar zo is het ook in de ontleding. Je zinsdeel- of woordsoortbenoeming is een beschuldiging, die je met argumenten moet waarmaken. Tegenover wie? Nou ja, als je op school zit, tegenover je docent. Zie de docent als een bevooroordeeld rechter, die mogelijk al door andere advocaten (de grammaticaboekjes, of een leermeester) is "bewerkt". Het is jouw opgave om hem of haar van je ontleding te overtuigen. Bedenk dat geen enkele benoeming "waar is". Er zijn alleen ontledingen waar iedereen het tot nu toe over eens is.

Ontleden is dus niet hetzelfde als het oplossen van een puzzel. Bij een puzzel staat de oplossing vast. In de wetenschap zijn alle oplossingen onzeker.

14 juni 2006

In de docentenkamer

"Koffie?"
"Ja lekker! Daar ben ik wel aan toe op maandagmorgen."
"En? Heb je het slechte nieuws gelezen?"
"Welke wedstrijd bedoel je?"
"Nee, ik bedoel de kennisbijlage van de NRC van 10 juni 2006."
"Wat stond daarin dan?"
"Je hebt hem niet open gehad."
"Nee, druk druk druk. Barbecue, vrienden op bezoek, je weet hoe dat gaat."
"Jaja"
"Maar wat was dat slechte nieuws dan?"
"Nou, paginagroot artikel, met de kop Grammatica bestaat niet."
"Zo! Dan kan De Groot wel inpakken met zijn lessen Nederlands. Hee, daar heb je hem net."

Lees meer/ minder

31 mei 2006

Dit wordt weer vreselijk

Brain01_1 Brain01_1 Brain01_1

Kan dat nou niet eens een keer ophouden? Dat iedereen die het woord "grammatica" of "zinsontleding" in de mond neemt, zich meteen verontschuldigt dat het allemaal zo lastig en vervelend is? Zelfs (juist?) mensen die proberen om grammatica aan een breder publiek uit te leggen maken zich hier schuldig aan. Als je op de markt een schoonmaakmiddel aanprijst, ga je toch ook niet zeggen: "Ja sorry, hier wordt alles vreselijk smerig van maar het is toch beter dat u dit aanschaft"?

Lees meer/minder

11 mei 2006

Kennen dolfijnen zichzelf?

Zo, daar hoor ik van op: dolfijnen noemen elkaar bij de naam. Al eerder was bekend dat deze dieren zichzelf in de spiegel kunnen herkennen. Ze hebben dus een soort zelfbewustzijn. Maar nu lees ik dat ze in hun eigen fluittaal ook verschillende fluitjes gebruiken voor verschillende soortgenoten. Wie weet waar ze het met elkaar nog meer over hebben.

Wij vragen ons meteen weer af: hebben de dolfijnen dan een taal die vergelijkbaar is met mensentaal? Zit de dolfijnentaal hetzelfde in elkaar als mensentaal? Moeten we daar een aparte wetenschap van maken (de aqualinguïstiek?) en hoe kunnen wij dan straks de dolfijnentaalprof verstaan?


Lees meer/minder

5 mei 2006

Lekker zwemmen

"Ik snap jou niet"
"Huh?"
"Waarom moet dat allemaal zo moeilijk?"
"Moeilijk?"
"Die weblogsite van jou. Allemaal zo uitleggerig."
"Hoezo uitleggerig?"
"Man, waarom geef je niet gewoon een paar eenvoudige regeltjes om te leren ontleden? Dat willen de mensen toch?"
"Ja sorry hoor, daar kan ik niet aan beginnen."
"Waarom niet?"
"Jij bent nou net iemand die zegt: 'Ik wil niet leren zwemmen, ik wil alleen leren hoe ik uit het water kom.'"
"Wat is daar mis mee dan?"
Lees meer/ minder

27 april 2006

Ontleedgevecht in Disco OKEE

Als Taalprof heb je het niet gemakkelijk. Je moet voortdurend op je hoede zijn voor betweters die niets liever doen dan je onderuit halen. Dat is de prijs die je betaalt voor de roem. Het is een hard bestaan, maar iemand moet het doen.

Het was zo'n zwoele, broeierige avond, waarop het maar niet wilde afkoelen.
Lees meer/ minder

4 april 2006

Tarantino in de taal

Filmregisseur is een moeilijk vak. Zelfs het voorbereiden en het opnemen van één enkele scène is al een hele klus, waarbij je aan duizendenéén dingen moet denken. Toch is dit allemaal kinderspel vergeleken bij wat je moet doen om een zinnetje te maken.

Lees meer/ minder

14 maart 2006

Stappenplan

In de lessen grammatica krijg je meestal een "stappenplan" of een "ontleedschema" voorgelegd, waarmee je op een "eenvoudige" manier kunt leren ontleden.

Allereerst moet je de zin "vragend" maken, en het woord dat dan "meestal" vooraan komt te staan noem je de persoonsvorm. Dan neem je de persoonsvorm, en zet er Wie of wat voor, en het antwoord op die vraag is het onderwerp. Dan zoek je de eventuele andere werkwoorden en dat is het gezegde.

Vervolgens kijk je of dat naamwoordelijk en werkwoordelijk is en afhankelijk daarvan zoek je het naamwoordelijk deel of de voorwerpen erbij. Dan kijk je zo'n beetje wat over is en dat benoem je als bijvoeglijke of bijwoordelijke bepaling, of (schrik niet) bepaling van gesteldheid. En dan leun je tevreden achterover. Weer een zin ontleed. Ik vind dat allemaal maar niks.

Lees meer/ minder

13 februari 2006

Grammatica, wat is dat eigenlijk?

In de drie dagen dat deze weblog bestaat hebben nog maar een paar mensen reacties gegeven, maar ze gaan bijna allemaal een kant op die ik eigenlijk nooit heb gewild: het Nederlands is een moeilijke taal, en veel mensen maken fouten tegen de grammaticale regels.

Ik heb daar twee dingen op tegen: het klopt niet, of althans niet helemaal, en het leidt de aandacht af van wat er leuk is aan grammatica. Maar misschien had ik wel eerst moeten uitleggen wat ik onder grammatica versta.

Als je nadenkt over taal, moet je uiteindelijk tot de conclusie komen dat er maar één realiteit bestaat. Er is maar één ding dat werkelijk bestaat, en dat is het vermogen dat ieder individu in zijn of haar brein heeft.

Iedereen heeft een moedertaal geleerd, en die kennis zit op de een of andere manier in je hersenstructuur versleuteld. Dat vermogen is echt. Als het beschadigt (bijvoorbeeld bij een hersenbloeding) is het weg, of merkbaar aangetast. Het kan terugkomen, andere hersengebieden kunnen functies over nemen, maar het zit ergens in een fysieke vorm opgeslagen.

Het systeem dat in je hoofd zit kun je een grammaticaal systeem noemen. De Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky spreekt in dit verband over de competence. Het taalvermogen dat je in staat stelt om in beginsel perfect je taal te begrijpen en te produceren. Dat lukt trouwens nooit helemaal: de verwerking van taal wordt bemoeilijkt doordat je hersenen ook altijd iets anders doen dat in de weg kan zitten. Je kunt afgeleid zijn, ongeconcentreerd, gehinderd door allerlei associaties, enzovoorts. De uiteindelijke producten van je interne grammatica (Chomsky noemt dit de performance) kunnen daardoor "fouten" bevatten: je kunt je vergissen.

Wat in dit verband belangrijk is, is dat je je ook kunt realiseren dat je je vergist hebt. Als iemand je op een foutje wijst, kun je zeggen "Ja inderdaad, dat wist ik wel, maar ik zag het over het hoofd".

In een taalgemeenschap zullen de meeste individuen ongeveer hetzelfde grammaticale systeem in hun hoofd ontwikkelen. Die "grootste gemene deler" kun je ook een grammaticaal systeem noemen. Dat is het systeem dat de Franse taalkundige De Saussure ooit heeft omschreven met de term langue. Waar de competence van Chomsky individueel is, is de langue van De Saussure collectief. Tegelijk kun je daarbij constateren dat ook die taal die door de gemeenschap geproduceerd is, niet helemaal beantwoordt aan dit perfecte systeem. Sommige taaluitingen komen maar weinig voor, of zijn duidelijke vergissingen. Dit bracht De Saussure ertoe om naast de (in beginsel perfecte) langue ook de zogeheten parole te onderscheiden, de daadwerkelijke taaluitingen van een gemeenschap, waarvan er dus sommige buiten de taal zelf vallen.

Die langue van De Saussure, in hoeverre bestaat die nou echt? Dat is wel problematisch. Je kunt het zien als een soort statistische "grootste gemene deler", maar buiten de individuen bestaat er natuurlijk niet echt iets. De taal is geen levend organisme dat boven de gemeenschap uitstijgt, of dat buiten de taalgemeenschap kan doorbestaan. Een dode taal ís geen taal meer. Maar dat maakt de grammatica van de langue ook een beetje vreemd. Want die bestaat dan ook niet. Dat is dan ook alleen maar een illusie die gecreëerd wordt doordat er een stelletje individuen vindt dat ze samen een taalgemeenschap vormen.

Alsof dit nog allemaal niet erg genoeg is, ontstaat er meestal binnen een taalgemeenschap ook nog eens een stelsel van taalnormen: regels die mensen samen afspreken, of die van bovenaf opgelegd worden, en waar iedereen zich aan zou moeten houden. Ook dat heet verwarrend genoeg grammatica. Tegen die grammatica kun je inderdaad fouten maken, maar de status ervan is onduidelijk. Want wie zou mogen bepalen of de regels van die normengrammatica wel kloppen? De taalkundigen? Maar die houden zich met dit type grammatica helemaal niet bezig. Die kijken voornamelijk naar de eerste soort, de grammatica die zich in het hoofd van individuen bevindt. Die willen verklaren, en niet voorschrijven.

Dat zijn maar liefst drie opvattingen van het begrip "grammatica". Waardoor ontstaat deze schimmige toestand? Ik denk dat het zo zit: als je een taal leert (laten we zeggen, als kleuter tussen je derde en zesde jaar) heb je een antenne voor alles wat je om je heen hoort. Wat je daarbij met name opmerkt is of er iets verschilt van wat jij in je hoofd hebt. Jij hebt een bepaald grammaticaal systeem in je hoofd, en zodra je iets hoort wat daarmee niet in overeenstemming is, denk je: "Hee, wat is dat? Moet ik mijn systeem aanpassen of is dit een toevalligheidje?"

In het begin zul je vaker je eigen grammatica aanpassen, maar naarmate de tijd vordert raak je steeds zekerder van je zaak. In feite staat deze strategie gelijk aan de gedachte dat iedereen om je heen perfect Nederlands spreekt. Onbewust verkeer je voortdurend in de waan dat de perfecte taal ergens in je omgeving bestaat, en dat jij je daaraan aan moet passen. Maar die perfecte taal is een illusie. Niemand spreekt de perfecte taal (of iedereen spreekt zijn eigen perfecte taal, het is maar hoe je het bekijkt), en die perfecte taal bestaat ook eenvoudigweg niet.

Op latere leeftijd leidt die illusie (die bij het leren van je moedertaal heel functioneel is) tot de gedachte dat iedereen om je heen fouten maakt tegen "de grammatica". Die grammatica is dan de grammatica van wat De Saussure de langue noemt. Vervolgens begint iedereen dat te rationaliseren tot vereenvoudigde regeltjes (de normen), die bijna nooit kloppen en daarom de illusie versterken dat er flink fouten tegen gemaakt worden. Ten slotte ontstaat bij iedereen de indruk dat het bergafwaarts gaat met de taal. In feite is het waarschijnlijk nooit beter (of slechter) geweest.

Ik moet hier veiligheidshalve natuurlijk wel bij opmerken dat er voor allerlei geformaliseerde taaluitingen een veelheid van gedragsregels is ontstaan, waarvan we hebben afgesproken dat iedereen zich daaraan houdt. Spelling is zo'n systeem van gedragsregels, en zo bestaan er ook allerlei stijladviezen of -voorschriften. Met grammatica heeft dat allemaal weinig te maken. Hooguit zijn veel van die gedragsregels weer geformuleerd in grammaticale termen.

10 februari 2006

Wat is er mis met een ezelsbruggetje?

De schoolgrammatica's zijn vergeven van de ezelsbruggetjes. Van 't kofschip tot de wie/wat-proef, de gekste trucjes worden uit de kast gehaald om het juiste antwoord op een spellings- of ontleedvraag te vinden. Prima toch? Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Nou sorry, maar daar heb ik een andere mening over. Als het er alleen maar gaat om een voldoende te halen voor een test of proefwerk kun je net zo goed frauderen, dat is niet eens zoveel gevaarlijker en een stuk zekerder. Naast een grammaticafreak gaan zitten en afkijken, dat lijkt me dan het beste.

Maar even serieus: het gaat bij het vak grammatica natuurlijk helemaal niet om de goede antwoorden. Daar gaat het bij andere vakken ook niet om. Het gaat erom dat je begrijpt hoe het zit. Dat je daarmee vragen kunt beantwoorden is alleen bedoeld als bewijs dat je het snapt. Nou kun je wel die hele stap van het begrip proberen over te slaan en meteen het goede antwoord te geven, maar wie schiet daar nou iets mee op? Het is net alsof iemand een tenniswedstrijd speelt en ineens denkt: "Hee, als ik dat scorebord nou zo verander dan win ik óók! Daar hoef ik helemaal niet voor te kunnen tennissen! Vet zeg!"

Daarom heb ik iets tegen ezelsbruggetjes. Ze leiden de aandacht af van wat er werkelijk aan de hand is, en ze geven de indruk dat het alleen om de antwoorden gaat. Natuurlijk zijn er wel dingen die je niet anders dan met een ezelsbruggetje kunt onthouden (bijvoorbeeld willekeurige rijtjes), maar als er onderliggende principes zijn kun je beter proberen díe te begrijpen.

8 februari 2006

Waarom zou je iets van grammatica willen weten?

Als je mee wilt praten over voetbal, moet je termen als buitenspel en 4-4-3-systeem kunnen gebruiken. Als je mee wilt praten over muziek moet je het verschil tussen hiphop en grunge eigenlijk kennen. Als je mee wilt praten over taal, moet je daar ook de termen voor kennen.

Waarom zou je mee willen praten over taal? Nou ja, iedereen doet het. Iedereen heeft een mening over taal. Over jongerentaal of straattaal, over SMS-taal of taalverloedering. Over invloed van het Engels of nieuwe woorden. En bij alle discussies over taal valt op hoe onbeholpen mensen praten over iets wat ze zo na aan het hart ligt.

Het is net of mensen sterk in voetbal geïnteresseerd zijn, en op de tribune tegen elkaar praten hoe die leuke man met die handschoentjes zijn schoenveters heeft geknoopt. Iedere kenner zal opmerken dat dit een weinig zinvolle conversatie is. Althans, als je denkt iets over voetbal te beweren.

En dan nog eens wat: het is ook nog eens een vreselijk interessant onderwerp! Tussen je derde en je zesde jaar heb je de belangrijkste grammaticale principes van je moedertaal geleerd, en je hebt eigenlijk geen flauw benul hoe die taal in elkaar zit.