Weer eens een syntactische grap gespot! Wie kan zich nog de musical Mary Poppins herinneren? Onlangs (was het niet afgelopen zomer?) in de herhaling op de televisie geweest, met Julie Andrews en Dick van Dyke.
De kinderen Banks gaan met Mary en Dick op bezoek bij Uncle Arthur, die een mop vertelt waar iedereen van tegen het plafond komt te zweven. Hij gaat zo: "Speaking of names, I know a man with a wooden leg named Smith." "Really? What's the name of his other leg?" Ja, zo flauw maken ze ze niet meer. Maar deze komt zelfs voor in een universitair tentamen van de Groningse linguïst Jan-Wouter Zwart. Kun je nagaan.
Lees meer/
minder/
printversie
Je moet wel even oppassen met de vertaling. Ik meen dat ik het vroeger in het Nederlands gelezen heb als Ik ken een man met een houten been, genaamd Smit, maar dat is natuurlijk wel een stroeve vertaling. Zo zeg je dat niet in het Nederlands, een man, genaamd Smit.
Het probleem is natuurlijk dat je niet kunt vertalen Ik ken een man met een houten been, die Smit heet, want dan is de grap weg. Het betrekkelijk voornaamwoord die verraadt het antecedent man. Maak je er dat van Ik ken een man met een houten been, dat Smit heet, dan kan de bijzin niet meer bij man begrepen worden.
Je kunt het oplossen door in plaats van man een het-woord te kiezen: Ik ken een mannetje met een houten been, dat Smit heet. Of je maakt van houten been een de-woord: Ik ken een man met een klompvoet, die Smit heet.
Wat is hier eigenlijk taalkundig aan de hand? Ja, die bijzin is een bijvoeglijke bepaling bij man of klompvoet, dat is duidelijk, maar waarom kun je eigenlijk niet zeggen Ik ken een man die Smit heet met een klompvoet? Waarom is de dubbelzinnige variant beter dan de ondubbelzinnige?
De bijvoeglijke bijzin die Smit heet moet begrepen worden als een zogeheten "uitbreidende" bepaling. De bepaling voegt iets toe nadat de man geïntroduceerd is in het gesprek. Je introduceert een man (met een klompvoet), en vervolgens zeg je van die man dat hij Smit heet. De bijzin kun je voorzien van allerlei bepalingen die aangeven dat het hier extra informatie betreft: ik ken een man met een klompvoet, die trouwens Smit heet, die ook nog Smit heet, die tussen twee haakjes Smit heet. Zou je er met alle geweld een beperkende bepaling van willen maken, dan zou je iets moeten zeggen als Ik ken alléén een man met een klompvoet die Smit heet. Met klemtonen op alleen en Smit, en zonder komma-intonatie. Maar dit is niet de natuurlijke lezing. Bovendien verdwijnt in die lezing de grap.
De bijvoeglijke bepaling met een klompvoet is juist een "beperkende bepaling". Die moet begrepen worden tegelijk met de introductie van de man. Het gaat niet over een man, die ook nog eens een klompvoet heeft, nee, het gaat over een "klompvoetman". Zelfstandig naamwoord en bepaling identificeren tegelijk de man om wie het gaat. Bij deze bepaling is het vrijwel onmogelijk om diezelfde toevoegingen te zetten als bij de uitbreidende bepaling: Ik ken een man met trouwens een klompvoet, met tussen twee haakjes een klompvoet, met ook nog eens een klompvoet, die Smit heet.
De bijzin is dus uitbreidend en de woordgroep met een klompvoet is beperkend. Dat dwingt de gegeven volgorde af. Beperkende bepalingen staan altijd dichter bij het zelfstandig naamwoord dan uitbreidende. Dat komt omdat uitbreidende bepalingen eigenlijk niet alleen bij het zelfstandig naamwoord horen, maar bij de combinatie van het zelfstandig naamwoord met zijn beperkende bepalingen. De bijzin die Smit heet hoort eigenlijk niet bij man, maar bij man met een klompvoet.
Maar waarom is dit eigenlijk een grap? Niet omdat de kijker het meteen verkeerd begrijpt natuurlijk. Want dergelijke gevallen komen talloze keren voor. In bijna alle gevallen waarin je twee bijvoeglijke bepalingen na een zelfstandig naamwoord hebt staan, bevat die eerste bepaling wel een zelfstandig naamwoord. Toch zal niemand een grap met een baard die iedereen kent spontaan verkeerd begrijpen. En ook het omgekeerde geval, bijvoorbeeld een grap met een clou die niemand verwacht, zorgt vrijwel nooit voor merkbare dubbelzinnigheid.
Nee, de grap is niet de dubbelzinnigheid zelf. De grap is dat iemand de luisteraar wijst op een interpretatie waar hij zelf niet in eerste instantie aan gedacht heeft, waardoor die verkeerde (en absurde) betekenis zich onweerstaanbaar blijft opdringen. De grap is het frustreren van de luisteraar. Je lacht om jezelf.
Lees minder
Laatste reacties