Taalprof knust weblog op
Mooi woord gespot! Beetje laat, want het komt al duizenden keren op het internet voor, maar het kan niet al te oud zijn. De taalprof las het in een tijdschrift (?) waar een Ikea-ontwerper het over zijn eigen interieur had. Hij hield ervan de meubels af en toe een nieuw kleurtje te geven, oftewel "op te knussen, zoals we dat bij Ikea noemen."
Opknussen. Gezellig woord, maar hoe zit het in elkaar. Nou, da's toch niet zo moeilijk?
Lees meer/ minder/ printversie
Opknussen, dat is duidelijk een variant van opleuken. Net als opleuken betekent "leuker maken," zo zal opknussen betekenen "knusser maken." Niets bijzonders, zou je zeggen. Maar er zit wel iets eigenaardigs in die woordvorming.
Het woord opknussen is een werkwoord dat is gevormd uit het voorzetsel op en het bijvoeglijk naamwoord knus. Kan dat zomaar? Ja, dat kan. Voorbeelden als opfrissen, opvrolijken en opruwen bestaan al langer en daar kijkt niemand meer van op. Opleuken is wat jonger en doet ongetwijfeld sommige ouderen nog wel eens een wenkbrauw fronsen. Maar het procedé is dus bekend. En toch is het eigenaardig.
Waarom is dat bijzonder, een werkwoord gevormd uit een voorzetsel en een bijvoeglijk naamwoord? Wel, zo'n woordvorming geldt als een samenstelling, dat is een combinatie van werkwoord, bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord of voorzetsel. En samenstellingen hebben geen verandering van woordsoort tot gevolg.
Een samenstelling heeft gewoonlijk de woordsoort van het tweede lid. Pianospelen is een werkwoord omdat spelen een werkwoord is, goedmaken is een werkwoord omdat maken een werkwoord is, marineblauw is een bijvoeglijk naamwoord omdat blauw een bijvoeglijk naamwoord is, enzovoorts. De enige uitzondering die ik ken wordt gevormd door bijzondere (en uitgestorven) woordvormingen als trekkebenen en schokschouderen (waarbij het tweede lid een zelfstandig naamwoord is).
Maar er zijn toch heel veel werkwoorden die beginnen met een voorzetsel? Je hebt opbellen, inzien, overdoen, en noem maar op. Jawel, maar opbellen, inzien en overdoen zijn werkwoorden omdat bellen, zien en doen al werkwoorden zijn. En *knussen is geen werkwoord, net zomin als *leuken, *vrolijken, *frissen en *ruwen (nou ja, die laatste misschien wel).
Dat betekent dat op in opknussen eerder het karakter van een voorvoegsel heeft dan van een zelfstandig woorddeel. En opknussen is dus eerder een afleiding dan een samenstelling.
En hoe zit het dan met woorden als oppimpen, opkuisen, opbellen en oproepen? Dat zijn andere gevallen, omdat het versterkingen zijn van bestaande werkwoorden als pimpen, kuisen, bellen en roepen. Dat zijn dus wel echte samenstellingen, waarbij het woord op ongetwijfeld afkomstig is van een soort resultaatbepaling ("bellen waardoor iemand op springt").
Ook oudere woordvormingen als opkalefateren kunnen verklaard worden uit een bestaand werkwoord kalefateren (het dichten van naden in schepen). En opleuken moet vooral niet verward worden met het oudere opleukeren, dat een versterking is van een bestaand werkwoord leukeren ("warmer maken").
Iets voor een lijstje misschien? Ik geef hier de bijzondere werkwoorden met op uit Van Dale, Aangezien opknussen er niet bij staat, is het best mogelijk dat er nog andere voorbeelden zijn. Ik ben alleen geïnteresseerd in de afleidingen. Voor de duidelijkheid voeg ik enkele gevallen bij die er wel op lijken, maar het niet zijn (met tussen haakjes de reden erachter):
- opblauwen (versterking van blauwen)
- opbleken (opnieuw bleken)
- opblinken (versterking van blinken)
- opbollen (versterking van bollen)
- opbruinen (versterking van bruinen)
? opdiepen (twijfelgeval, er is wel een betekenis "dieper maken")
- opdirken (van zelfstandig naamwoord dirk)
- opdoffen (van zelfstandig naamwoord dof)
- opglanzen (versterking van glanzen)
+ opdikken
- opdrogen (versterking van drogen)
? opdunnen (twijfelgeval, heeft geen lijdend voorwerp)
? opfleuren (twijfelgeval, bijvoeglijk naamwoord is fleurig)
+ opfrissen
+ opgeilen
? opgroenen (twijfelgeval, heeft geen lijdend voorwerp)
+ ophelderen (tegenwoordig alleen in figuurlijke betekenis)
- ophitsen (van werkwoord hitsen)
+ ophogen
+ opklaren
+ opknappen
+ opknussen (niet in Van Dale)
- opkoelen ('koelen' is al een werkwoord)
+ opkorten
+ opkroezen (het haar kroes maken)
+ opleuken (niet in Van Dale)
+ oplichten (in de betekenis "lichter maken")
- oplossen (niet van bijvoeglijk naamwoord los)
+ opmonteren
- oppeppen (van zelfstandig naamwoord pep)
+ opschonen
+ opvrolijken
- opwitten (witten is al een werkwoord)
- opzoeten (heeft niets met zoet te maken)
- opzouten (betekent niet "zouter maken")
Gepubliceerd door Taalprof om 23:40 | Permanente link | Reacties (39) | Reageer






Laatste reacties