Je zou zeggen: dit is zo'n typisch geval als zeggen: voorkomen dat er iets niet gebeurt als je bedoelt voorkomen dat er iets gebeurt, waarbij er ten onrechte een ontkenning in het lijdend voorwerp staat. Je herkent de verborgen ontkenning niet die al in het werkwoord voorkomen zit, en dus zet je ten onrechte een ontkenning in de bijzin. En heeft zich inhouden ook al niet zo'n verborgen ontkenning? Het betekent toch "zorgen dat je iets niet doet"?
Toch zie je onmiddellijk dat die redenering niet klopt als je de zin ontleedt. Want wat is dat eigenlijk voor een bijzin, om niet te gaan fluiten in de zin ik moet me inhouden om niet te gaan fluiten? Het is geen voorwerp bij zich inhouden, want zich inhouden heeft helemaal geen voorwerpen. Het is dus een bijwoordelijke bijzin. En wat moet die betekenen? Om daar achter te komen, moet je proberen hem anders te formuleren.
Nou heb je verschillende mogelijkheden voor herformulering. Je kunt zeggen: "Ik moet me inhouden, zodat (of opdat) ik niet ga fluiten", of "Ik moet me inhouden, teneinde niet te gaan fluiten". In beide gevallen staat er terecht niet.
Het lijkt dus eerder het weglaten van niet, dat op een gebrek aan taalgevoel duidt. Waarom zou iemand die neiging dan hebben, om te zeggen: "weg met dat niet"? Ik denk dat dat te maken heeft met de neiging om die bijzin toch als een soort "voorwerp" bij inhouden te beschouwen. Iets naar analogie van zich ervan weerhouden om te gaan fluiten. Dan is om te gaan fluiten namelijk wél een voorwerpszin (om precies te zijn: een voorzetselvoorwerpszin). En dan moet het inderdaad zonder niet.
Maar, zoals gezegd: zich inhouden heeft nu eenmaal geen voorwerp. Dus die hele taalkritiek is misplaatst. De bekritiseerde zin is geheel en al correct, en er is niets dubbelzinnigs aan. Hij betekent dat je moet inhouden, want anders begin je te fluiten.
Nou moet ik heel eerlijk zijn: er bestáát wel een manier om die zin ik moet me inhouden om te gaan fluiten goed te krijgen. Dan moet je een stevige klemtoon op inhouden leggen, dan een komma-intonatie, en dan de bijzin met een sterk dalende intonatie uitspreken: ik moet me inhouden, om te gaan fluiten. Dan krijg je de betekenis: "Teneinde te kunnen gaan fluiten, moet ik me inhouden". Ja, dat kán. Maar het is absoluut geen mogelijkheid die zich meteen opdringt. Ik zou het zelfs geforceerd willen noemen.
En wat is er mis met Ik moet me inhouden, of ik ga fluiten? Niet veel, maar wel een beetje. Dit is een voorbeeld van een zogeheten "balansschikking". Twee hoofdzinnen, verbonden door of, met een ontkenning in de eerste zin. Ander voorbeeld: Hij was nog niet binnen of hij begon al ruzie te maken. De betekenis is dan Toen hij binnenkwam begin hij (meteen) ruzie te maken. In die betekenis valt de ontkenning weg ten gunste van een soort "als-danbetekenis".
Hoe zit dat hier? Ik moet me inhouden of ik ga fluiten? Om dat goed te vinden moet je aannemen dat zich inhouden een ontkenning bevat. Dat is niet onmogelijk, maar het wordt een beetje stroef om de betekenis uit te drukken. Dat wordt dan: Als ik me niet inhoud, ga ik fluiten. Dat extra woordje niet neutraliseert de ontkenning in zich inhouden. Kan, maar geef mij maar Ik moet me inhouden om niet te gaan fluiten.
Dit voorbeeld illustreert hoe gevaarlijk een beetje nadenken is. Als je helemaal niet nadenkt, zul je het automatisch goed doen. Mensen zullen ongetwijfeld spontaan niet plaatsen in de bijzin. Ga je een beetje nadenken, dan brengt je dat aan het twijfelen. Dan moet je ook helemaal tot het einde toe doordenken en de zin ontleden. Dat is dus een grammaticale vaardigheid die je hier hard nodig hebt.
Lees minder
Laatste reacties