Taalpurist Scrubs sluit op taalpuristen.web-log.nl een bericht af met de zin Ik kan me met enige moeite nog net inhouden of ik begin spontaan te applaudisseren. Een van zijn lezers reageert meteen met de opmerking Wat een rottige laatste zin, Scrubs.
Er is inderdaad iets aan de hand met deze zin. Maar wat? De lezer stelt een alternatief voor, ...anders zou ik spontaan beginnen (te) applaudisseren, maar dat is natuurlijk alleen symptoombestrijding. Wat is hier de kwaal?
Lees meer/
minder/
printversie
Ik denk dat Scrubs hier eigenlijk een zin in zogeheten "balansschikking" bedoelt. Dat is een typisch Nederlandse constructie waarbij je een nevenschikking maakt met of, en een ontkenning (niet, nooit, nauwelijks) in het eerste deel: het is ook nooit bewolkt of het regent weer, ik ben nauwelijks thuis of de telefoon gaat. Het resultaat is een samengestelde zin met een soort "als-danbetekenis", waarmee je vaak een onmiddellijke opeenvolging van gebeurtenissen beschrijft.
Toevallig was de taalprof de vorige week precies over deze constructie in een zeer ingewikkelde discussie verwikkeld met een lezer (zie deze reactie en het vervolg daarop, maar let op: ik kom breintjes tekort om de moeilijkheidsgraad aan te geven). In die discussie ging het erover dat die "als-danbetekenis" een gevolg is van de logische wet die zegt dat niet-p of q hetzelfde is als als p dan q.
De balansschikking heeft echter niet altijd deze betekenis (de Algemene Nederlandse Spraakkunst onderscheidt maar liefts zes typen). Je hebt ook zinnen als ik twijfel er niet aan of je hebt gelijk, of het scheelt niet veel of ik begin te applaudisseren. In alle typen echter wordt het tweede deel als een of ander gevolg gezien. Iets wat zeker gebeurt, iets wat onmiddellijk gebeurt tot iets wat weliswaar niet, maar dan toch bijna gebeurd is.
De "als-danbetekenis" lijkt in deze laatste gevallen ver te zoeken, maar het laatste voorbeeld, het scheelt niet veel of ik begin te applaudisseren, kun je volgens mij nog net omvormen tot als het niet meer niet veel scheelt begin ik te applaudisseren. Wat is er bijzonder aan die zin? De ontkenning bij niet veel schelen is geen ontkenning bij het gezegde (het is niet zo dat het veel scheelt), maar alleen bij veel. Niet veel schelen betekent "weinig schelen", met andere woorden, "de grens naderen tussen wel iets en niets meer schelen". Bij het passeren van deze grens begin je te applaudisseren.
Scrubs kiest voor een andere formulering, waarin wel die "grensbenadering", maar niet een echte ontkenning zit: ik kan me met enige moeite nog net inhouden. Dat "klinkt rottig", want de balansschikking heeft zo'n ontkenning nodig, en bovendien komt de grensbenadering van de verkeerde kant: zelfs als hij had gezegd ik kan me nauwelijks inhouden of ik begin te applaudisseren was er iets mis geweest. Dat was technisch wel een goede balansschikking geweest, maar dan zou de betekenis worden opgeroepen dat hij begint te applaudisseren op het moment dat hij zich wél kan inhouden. En dat is niet de bedoeling.
Hoe had het dan wel gemoeten? Misschien is een formulering zonder balansschikking hier beter, bij gebrek aan een goed tegengestelde voor zich inhouden. Ik zou echter niet kiezen voor een formulering met anders, zoals de reageerder voorstelt. Als je dicht bij de oorspronkelijke zin wilt blijven, zou ik zeggen: ik kan me met enige moeite nog net inhouden om te beginnen te applaudisseren.
Lees minder
Laatste reacties