Wat is een hulpwerkwoord van aspect?
Niemand die Nederlands spreekt vindt het gek dat je een verleden tijd in de werkwoordsvorm uitdrukt. De zin Het regent kun je in één klap in de verleden tijd zetten door het werkwoord te veranderen: Het regende. Daar is helemaal geen extra woord voor nodig. Je kunt er natuurlijk wel gisteren bij zetten, of net, maar dat hoeft niet. Alleen al door te zeggen Het regende in plaats van het regent heb je uitgedrukt dat de regen in het verleden plaatsvond.
Eigenlijk is dat maar gek. De meeste betekenissen zijn uitgedrukt in aparte woorden. Zoals aspectuele betekenissen. Aspectu-wat?
Lees meer/ minder/ printversie
Als je een gebeurtenis aan een tijd wilt koppelen, kan dat op twee manieren: je kunt iets zeggen over een tijdstip dat met die gebeurtenis samenvalt (bijvoorbeeld gisteren), of je kunt iets zeggen over het begin, het einde of de duur van een gebeurtenis. In de taalkunde heet het eerste (koppelen aan tijdstip) ook wel "tempus," en het tweede (begin, duur, einde) heet "aspect".
Tempus zit in het Nederlands in de vorm van het werkwoord. Aspect niet. Aspect druk je uit met extra woorden. Van het regent maak je het regende, en dan zeg je iets over een tijdstip dat aan de regen gekoppeld is. Als je iets wilt zeggen over het begin, het einde of de duur van de regen, dan heb je daar extra woorden voor nodig: het regende van drie tot vier uur, of het begint te regenen.
Aspect kun je in het Nederlands ook met een hulpwerkwoord uitdrukken. Als je zegt het gaat regenen, dan zeg je iets over het begin van de regen. Het gaat regenen is hetzelfde als het regent, met als extra betekenis: het begint. Zet er maar eens een tijdstip bij (het gaat om drie uur regenen), en je ziet dat nu precies het begin van de regen gekoppeld is aan het tijdstip om drie uur. Dit is anders dan bij het regent om drie uur, waarmee je alleen zegt dat het om drie uur aan het regenen is. Dan kan het best al eerder begonnen zijn.
Er zijn twee aspectuele betekenissen die je in het Nederlands met een hulpwerkwoord kunt uitdrukken: begin en duur. De zin Ik koop een tijdschrift is neutraal. Met het hulpwerkwoord gaan wordt het Ik ga een tijdschrift kopen. Het verschil is alleen aspectueel ("begin"). In plaats van gaan kun je hier ook komen gebruiken: Ik kom een tijdschrift kopen. En zelfs zijn is mogelijk: Ik ben een tijdschrift kopen. Nu is het verschil in betekenis wel wat anders: je zegt nu dat het kopen van een tijdschrift een gebeurtenis is die op dit moment bezig is. Je rekt de gebeurtenis als het ware uit met de heenreis en terugreis naar de winkel erbij. Maar ook dat is allemaal aspectueel. Het gaat nu meer om de duur van de gebeurtenis.
Een speciaal geval vormen de zogeheten "werkwoorden van lichaamshouding." Dat zijn zitten, liggen, staan, hangen en lopen. Die werkwoorden zeggen allemaal iets over je lichaamshouding (je kunt ze ook bij voorwerpen gebruiken), maar als je ze bij een ander werkwoord plaatst, hebben ze voornamelijk een aspectuele betekenis. Kijk maar: neem de zin Ik fluit een liedje. Daar kun je van maken Ik zit een liedje te fluiten, ik lig een liedje te fluiten, ik sta een liedje te fluiten, ik loop een liedje te fluiten, en misschien ook wel ik hang een liedje te fluiten (al moet je hier een beetje je fantasie bij gebruiken). In al die gevallen zeg je iets over de duur van die gebeurtenis: je fluit een liedje, en dat duurt een tijdje.
Je kunt zo'n hulpwerkwoord van lichaamshouding niet toevoegen bij werkwoorden die een plotselinge, korte gebeurtenis uitdrukken: De bom staat te ontploffen bijvoorbeeld, dat klinkt heel erg gek. Dat komt omdat het hulpwerkwoord zegt dat het wat langer duurt, terwijl ontploffen helemaal niet lang kán duren. Of ik loop me de hele tijd te stoten. Dat kun je wel zeggen, maar omdat stoten een plotselinge gebeurtenis is, en loop probeert die gebeurtenis "uit te rekken", krijg je nu een soort herhalingseffect. Ik loop me de hele tijd te stoten betekent dat je je telkens weer opnieuw stoot.
Waarom drukt het Nederlands tempus uit in de vorm van het werkwoord, en aspect in een hulpwerkwoord? Geen idee. Dat is blijkbaar zo ontstaan. Er zijn ook talen die aspect in de werkwoordvorm uitdrukken. Of talen die de tempus in een hulpwerkwoord hebben. Of talen waarbij aspect alleen in een bepaling kan zitten. Talen hebben die keuze.
Is dit allemaal belangrijk om te weten? Hmm. In ieder geval wel als je over taal en betekenis wilt kunnen meepraten. Want dit zijn de termen waarin dat gebeurt. Maar het is ook wel een belangrijk inzicht. In de taal drukken we uit hoe wij de wereld zien. Tempus en aspect zijn de middelen waarmee wij gebeurtenissen kunnen koppelen aan de tijd. Gebeurtenissen hebben een begin, een duur en een einde, en ze kunnen samenvallen met tijdstippen. Als we geen middelen hadden om dat uit te drukken, zouden we nooit iets kunnen zeggen over onze herinneringen of onze toekomstverwachtingen. Dan hadden we het alleen maar over dingen die hier en nu gebeurden: "Hee, het regent! Hee, het regent niet. Hee, en nu weer wel!" Dan zaten in ieder geval Erwin Kroll en Marjon de Hond zonder werk.
Lees minderGepubliceerd door Taalprof om 16:26 | Permanente link | Reacties (10) | Reageer






Laatste reacties