Ik moet snel zijn wil ik nog iets zeggen wat gelezen wordt. Elke dag halveert het aantal lezers van dit weblog, dus op den duur houd ik maar één lezer over en dat ben ik dan ook nog zelf. Dus nog maar even niet over het voornaamwoord. Misschien dat dat de mensen wegjaagt, en dan heb ik het betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent nog niet eens gehad, dat bewaar ik voor het laatst. Nee, ik wil nog graag heel even iets zeggen over goed en fout.
Hoewel mijn weblog bedoeld was voor mensen die moeite hebben met de grammaticale ontleding, gaan bijna alle vragen die ik krijg over goed of fout. Moet het dit zijn of dat? Is dit wel goed, en is dat niet fout? En ook al had ik het nog zo gevraagd, ook spellingkwesties kunnen blijkbaar niet vermeden worden. Beste lezer (ik gebruik maar vast het enkelvoud), mijn hart bloedt bij al die onzekerheid. Daarom nog één goede raad, voordat je weer verder surft en nooit meer terugkeert.
Lees meer/
minder
Het ontleden van zinnen is niet bedoeld om goed en fout van elkaar te onderscheiden. Grammaticale analyse geeft inzicht in de bouw van zinnen, net als een röntgenfoto van een schilderij niets zegt over hoe goed het is, maar wel over hoe de schilder te werk is gegaan. Omdat je zelf de kunstenaar bent van je eigen taal, geeft zinsontleding je zo een doorkijkje naar je eigen denkvermogens. Waarom kun jij het woordje
te niet weglaten in een zin als
wij zitten te tekenen, en wel in
wij hebben zitten te tekenen? Dat staat niet in de grammaticaboekjes, en je hebt er vast nooit bewust over nagedacht, en toch weet ik zeker dat jij zo denkt. Alleen al om dit interessante verschijnsel te beschrijven heb je grammaticale termen nodig. Dáárvoor is grammatica bedoeld.
Maar hoe zit dat dan met dat goed en fout? Niet alles is toch zomaar toegestaan, dat zou een mooie boel worden! Tja, ik weet het niet. Er zijn twee soorten goed en fout: wat je uit jezelf doet (of niet kunt), en wat andere mensen willen dat je doet (of niet doet). Wat je uit jezelf doet, daar hoor je niemand over. Dat vinden alleen taalkundigen interessant (waarom eigenlijk?). Maar sommige mensen hebben de onbedwingbare neiging om te willen dat taalgebruikers het anders doen dan ze het uit zichzelf doen. Hoe komt dat?
Ik heb daar al eens over geschreven in deze log. Simpel gezegd komt het hierop neer: het is naar mijn indruk een overblijfsel uit een vroege leerfase van de taal, waarin de indruk bestond dat er een perfect regelsysteem bestond dat iedereen beheerste. Helaas bestaat zo'n systeem niet, maar op latere leeftijd proberen mensen dat niet-bestaande systeem toch in concrete voorschriften uit te drukken: je moet hier hun gebruiken en daar hen, hier enkelvoud en daar meervoud, hier als en daar dan.
Die voorschriften kloppen nooit met wat mensen uit zichzelf doen (anders waren ze natuurlijk overbodig), maar ze versterken de gedachte dat we met zijn allen één taal spreken (wat we maar tot op zekere hoogte doen). Over het nut van die voorschriften kun je discussiëren, maar eigenlijk doe ik dat liever niet. Ik zie dat ze bestaan, dus ze zullen wel enig nut hebben, maar over hoe taal werkelijk in elkaar zit zeggen ze helemaal niets.
Het vervelende is wel, dat de meeste van die voorschriften gebruik maken van grammaticale ontleding. Daardoor ontstaat bij mensen de indruk dat die grammaticale ontleding onlosmakelijk verbonden is met regelzucht. Maar dat is dus niet zo. De grammatica wordt misbruikt door mensen die graag voorschriften maken.
Grammaticale analyse wordt vaak als een argument gebruikt in een goed-of-foutdiscussie. Vaak een blufargument, want de analyse blijft doorgaans beperkt tot het citeren van een paar clichévoorbeelden waardoor de tegenstander zo geïmponeerd raakt dat het pleit al half gewonnen is. Oei, "grammaticaal" (vaak ook nog strikt grammaticaal)! Dan zal het wel kloppen!
Tot overmaat van ramp wordt iemand die zich met grammatica bezighoudt als gevolg hiervan met de nek aangekeken als een strenge schoolmeester of een wereldvreemde studeerkamergeleerde die de levende taal in een keurslijf wil dwingen. Dat is helemaal een schande! Op die manier blijven de echte voorschriftenkampioenen (die meestal zwakke ontleders zijn) buiten schot, en worden de topontleders door iedereen bestookt met vragen over voorschriften. Geen wonder dat de taalkunde zo'n slecht imago heeft.
Dus, beste lezer, gebruik de grammatica nou eens waar hij voor bedoeld is: om erachter te komen hoe fraai en interessant het allemaal in elkaar zit. Voor mijn part zie je de taal als een kunstwerk waar je de ontstaansgeschiedenis van wilt achterhalen, of als je meest toegankelijke denkproces. Of beschouw de taal als cultureel erfgoed, of als belangrijkste sociale identificatiemiddel. Want dat is de taal allemaal. En je kunt er alleen maar iets interessants over zeggen als je het grammaticale instrumentarium kent.
Lees minder
Laatste reacties