GrammatiQA #3
Nieuw op het Taalprof Weblog! Af en toe een Grammatica-Quizvraag met Antwoord.
De vorige waren wel heel gemakkelijk, nu een echte grammaticale breinbreker:
Moet je nou toch eens kijken!
Hoe zit deze zin in elkaar?
Dit lijkt inderdaad het beste antwoord.
Hoewel het hier om een lastige ontleding gaat, is dit waarschijnlijk niet het beste antwoord. Het beste antwoord is (c).
In ieder geval zijn de andere mogelijkheden slechter. De zin Moet je nou toch eens kijken! is geen gebiedende wijs (antwoord a). Je kunt wel zeggen dat er de betekenis van een gebod in zit, maar dat zegt niet zoveel. Ook kun je aanvoeren dat het om een tweede persoon gaat (moet je). Dat heb je ook wel bij een gebiedende wijs (Kom jij eens hier), maar bij een gebiedende wijs gaat het dan altijd om jij, en wat belangrijker is: er is altijd een variant zonder onderwerp. Dat heb je hier niet. Het onderwerp je is verplicht. Moet nou toch eens kijken! is geen goede zin.
De Algemene Nederlandse Spraakkunst erkent wel de betekenisrelatie met een gebiedende wijs (imperatief), en spreekt hier over een "vaste combinatie met moeten ter omschrijving van een imperatief." Maar dat zegt verder weinig over hoe de zin in elkaar zit. Dat is een minimale beschrijving van hoe de zin eruit ziet.
Antwoord (b) is nog onwaarschijnlijker. Strikt genomen heeft de zin inderdaad de volgorde van een vraagzin, maar uit niets blijkt dat het inderdaad een vraagzin is. Je kunt hem niet uitspreken met de intonatie van een vraagzin, je kunt er niet op antwoorden. Er zijn geen andere voorbeelden bekend van vraagzinnen die niet echt vragen zijn, of het moeten de retorische vragen zijn (Moet ik hier nog op ingaan?), maar die klinken in elk geval nog als vragen, en die doen net of je erop kunt antwoorden. Deze zin doet dat helemaal niet.
Het idee dat het hier een bijzin betreft (antwoord d) is interessant, maar toch ook waarschijnlijk niet het geval. Je hebt inderdaad die constructie met een bijzin met persoonsvorm op de eerste plaats, maar dan volgt eigenlijk altijd nog een hoofdzin. In Hou je van vlees (dan) braad je in Croma is Hou je van vlees de bijzin en braad je in Croma de hoofdzin. Die ontleding is trouwens alleen ingegeven door de betekenisrelatie tussen die twee, want aan de woordvolgorde kun je het niet zien (of het moet die mogelijke toevoeging van dan bij het tweede deel zijn). Die betekenisrelatie is een als-dan-relatie: Als je van vlees houdt, dan braad je in Croma. Maar in onze constructie heb je geen hoofdzin, en Moet je nou toch eens kijken betekent niet Als je nou toch eens moet kijken. Je zou zo'n betekenisrelatie wel kunnen proberen te forceren door er een zinnetje achter te zetten: Moet je nou toch eens kijken! Kun je lachen! Daar zou je met enige goede wil nog wel een als-dan-betekenis in kunnen zien (Als je nou kijkt dan kun je lachen), maar het is onmiddellijk duidelijk dat het hier een totaal andere constructie betreft. De intonatie is compleet anders: een als-dan heeft een karakteristieke stijging van de toonhoogte in het eerste deel, gevolgd door een daling in het tweede deel. Daarvan is hier geen sprake.
Als de andere drie onwaarschijnlijk zijn, is dan automatisch antwoord (c) het beste? Dat zou je wel zeggen omdat het een meerkeuzevraag is, maar zijn daar ook nog argumenten voor? Ik denk het wel. In ieder geval bestaan er varianten van de constructie waarin dit de enige analyse is die mogelijk is. Ik doel op gevallen als Moet je nou toch eens lezen! In die zin ontbreekt het lijdend voorwerp bij lezen, en als je het toevoegt kan het op verschillende plaatsen komen te staan: je kunt wel zeggen (alhoewel het wat stroefjes klinkt) Moet je nou dat boek toch eens lezen! maar beter is: Moet je nou toch eens lezen, dat boek! Die laatste variant is interessant, want daar staat het lijdend voorwerp op een eigenaardige plaats, zo achter het werkwoord. Daar staat het in normale zinnen niet (Je moet toch eens lezen dat boek). Die constructie kan eigenlijk alleen als er nog een voorlopig lijdend voorwerp bij staat (Je moet het toch eens lezen, dat boek). Probeer je dat in onze constructie toe te voegen, dan komt het vooraan te staan: Dat moet je nou toch eens lezen, dat boek. Met andere woorden: Moet je nou toch eens lezen dat boek lijkt een constructie waarin het voorlopig lijdend voorwerp in eerste zinspositie is weggelaten, en Moet je nou toch eens lezen lijkt daardoor een constructie waarin het lijdend voorwerp in laatste zinspositie én het voorlopig lijdend voorwerp in eerste zinspositie is weggelaten.
Maar nu zitten we dus met het gegeven dat van Moet je nou toch eens lezen! beargumenteerd kan worden dat het een constructie is waar iets op de eerste zinsplaats is weggelaten. Dat verantwoordt waarom het geen gebiedende wijs, vraagzin of bijzin is. Dan is de vraag: kan die analyse ook niet toegepast worden op Moet je nou toch eens kijken! Daar lijkt het wel op: Moet je nou toch eens kijken, die rommel is een voorstelbare uitbreiding waar precies dezelfde redenering opgaat.
Belangrijke aanwijzing voor de correctheid van deze analyse is het feit dat je bijna alleen maar werkwoorden in de constructie kunt invullen die ook een lijdend voorwerp bij zich hebben. Je kunt niet zeggen Moet je nou toch eens lachen! of Moet je nou toch eens slapen!
Maar hoe zit het dan met die variant Moet je nou dat boek toch eens lezen! Daar staat het lijdend voorwerp toch op zijn normale plaats ingevuld? Wat is daar dan weggelaten op de eerste zinsplaats? Ik merkte al op dat deze zin "stroefjes" klinkt. Misschien dat deze variant juist wel onder de bijzinsanalyse valt, en daarom een andere intonatie krijgt waardoor een hoofdzinsvervolg verwacht wordt: Moet je nou dat boek toch eens lezen, dan val je van je stoel, zo slecht is het!
Kortom: dit was echt een breinbreker. Voor alle antwoorden is wel wat te zeggen, en ik wil zelfs toegeven dat er nog best discussie mogelijk is. Het gaat er in deze vraag dus niet om welke oplossing je uiteindelijk als de beste aanwijst (of welke ik aanwijs), maar dat het interessant is om de argumenten tegen elkaar af te wegen op grond waarvan je kunt redeneren.
De Algemene Nederlandse Spraakkunst erkent wel de betekenisrelatie met een gebiedende wijs (imperatief), en spreekt hier over een "vaste combinatie met moeten ter omschrijving van een imperatief." Maar dat zegt verder weinig over hoe de zin in elkaar zit. Dat is een minimale beschrijving van hoe de zin eruit ziet.
Antwoord (b) is nog onwaarschijnlijker. Strikt genomen heeft de zin inderdaad de volgorde van een vraagzin, maar uit niets blijkt dat het inderdaad een vraagzin is. Je kunt hem niet uitspreken met de intonatie van een vraagzin, je kunt er niet op antwoorden. Er zijn geen andere voorbeelden bekend van vraagzinnen die niet echt vragen zijn, of het moeten de retorische vragen zijn (Moet ik hier nog op ingaan?), maar die klinken in elk geval nog als vragen, en die doen net of je erop kunt antwoorden. Deze zin doet dat helemaal niet.
Het idee dat het hier een bijzin betreft (antwoord d) is interessant, maar toch ook waarschijnlijk niet het geval. Je hebt inderdaad die constructie met een bijzin met persoonsvorm op de eerste plaats, maar dan volgt eigenlijk altijd nog een hoofdzin. In Hou je van vlees (dan) braad je in Croma is Hou je van vlees de bijzin en braad je in Croma de hoofdzin. Die ontleding is trouwens alleen ingegeven door de betekenisrelatie tussen die twee, want aan de woordvolgorde kun je het niet zien (of het moet die mogelijke toevoeging van dan bij het tweede deel zijn). Die betekenisrelatie is een als-dan-relatie: Als je van vlees houdt, dan braad je in Croma. Maar in onze constructie heb je geen hoofdzin, en Moet je nou toch eens kijken betekent niet Als je nou toch eens moet kijken. Je zou zo'n betekenisrelatie wel kunnen proberen te forceren door er een zinnetje achter te zetten: Moet je nou toch eens kijken! Kun je lachen! Daar zou je met enige goede wil nog wel een als-dan-betekenis in kunnen zien (Als je nou kijkt dan kun je lachen), maar het is onmiddellijk duidelijk dat het hier een totaal andere constructie betreft. De intonatie is compleet anders: een als-dan heeft een karakteristieke stijging van de toonhoogte in het eerste deel, gevolgd door een daling in het tweede deel. Daarvan is hier geen sprake.
Als de andere drie onwaarschijnlijk zijn, is dan automatisch antwoord (c) het beste? Dat zou je wel zeggen omdat het een meerkeuzevraag is, maar zijn daar ook nog argumenten voor? Ik denk het wel. In ieder geval bestaan er varianten van de constructie waarin dit de enige analyse is die mogelijk is. Ik doel op gevallen als Moet je nou toch eens lezen! In die zin ontbreekt het lijdend voorwerp bij lezen, en als je het toevoegt kan het op verschillende plaatsen komen te staan: je kunt wel zeggen (alhoewel het wat stroefjes klinkt) Moet je nou dat boek toch eens lezen! maar beter is: Moet je nou toch eens lezen, dat boek! Die laatste variant is interessant, want daar staat het lijdend voorwerp op een eigenaardige plaats, zo achter het werkwoord. Daar staat het in normale zinnen niet (Je moet toch eens lezen dat boek). Die constructie kan eigenlijk alleen als er nog een voorlopig lijdend voorwerp bij staat (Je moet het toch eens lezen, dat boek). Probeer je dat in onze constructie toe te voegen, dan komt het vooraan te staan: Dat moet je nou toch eens lezen, dat boek. Met andere woorden: Moet je nou toch eens lezen dat boek lijkt een constructie waarin het voorlopig lijdend voorwerp in eerste zinspositie is weggelaten, en Moet je nou toch eens lezen lijkt daardoor een constructie waarin het lijdend voorwerp in laatste zinspositie én het voorlopig lijdend voorwerp in eerste zinspositie is weggelaten.
Maar nu zitten we dus met het gegeven dat van Moet je nou toch eens lezen! beargumenteerd kan worden dat het een constructie is waar iets op de eerste zinsplaats is weggelaten. Dat verantwoordt waarom het geen gebiedende wijs, vraagzin of bijzin is. Dan is de vraag: kan die analyse ook niet toegepast worden op Moet je nou toch eens kijken! Daar lijkt het wel op: Moet je nou toch eens kijken, die rommel is een voorstelbare uitbreiding waar precies dezelfde redenering opgaat.
Belangrijke aanwijzing voor de correctheid van deze analyse is het feit dat je bijna alleen maar werkwoorden in de constructie kunt invullen die ook een lijdend voorwerp bij zich hebben. Je kunt niet zeggen Moet je nou toch eens lachen! of Moet je nou toch eens slapen!
Maar hoe zit het dan met die variant Moet je nou dat boek toch eens lezen! Daar staat het lijdend voorwerp toch op zijn normale plaats ingevuld? Wat is daar dan weggelaten op de eerste zinsplaats? Ik merkte al op dat deze zin "stroefjes" klinkt. Misschien dat deze variant juist wel onder de bijzinsanalyse valt, en daarom een andere intonatie krijgt waardoor een hoofdzinsvervolg verwacht wordt: Moet je nou dat boek toch eens lezen, dan val je van je stoel, zo slecht is het!
Kortom: dit was echt een breinbreker. Voor alle antwoorden is wel wat te zeggen, en ik wil zelfs toegeven dat er nog best discussie mogelijk is. Het gaat er in deze vraag dus niet om welke oplossing je uiteindelijk als de beste aanwijst (of welke ik aanwijs), maar dat het interessant is om de argumenten tegen elkaar af te wegen op grond waarvan je kunt redeneren.
Gepubliceerd door Taalprof om 12:32 | Permanente link






Hmm, ik had a.....
Geplaatst door: Festina Lente | 6 november 2009 om 18:33
@Festina Lente: Ja, de betekenis stuurt je wel meteen die kant op, en er is ook best iets voor te zeggen. Maar ik denk toch dat het anders zit. Enfin, ik waarschuwde al dat het een breinbreker was.
Geplaatst door: taalprof | 7 november 2009 om 8:43