Wie is die Taalprof?

  • Kijk snel hier.

    De Taalprof ontmaskerd?

    Lees hier de waarheid!

    De Taalprof op reis

    Waar was de Taalprof in augustus 2006?

    Sensationele Onthullingen!

    De bladen worden wakker!

Laatste reacties

  • taalprof @Henk: Interessante link! He
  • Henk Het is nog wel de moeite waa
  • Jan Beste Taalprof, Bedankt. Fi
  • taalprof @Jan: De Algemene Nederlands
  • Jan Beste taalprof, Ik heb een
  • Marieke de Boer Goedemorgen, Ook ik was rui
  • Taalprof @Eric: Wat jij hier opmerkt
  • Eric Daarbij wil ik nog even toev
  • Eric De stam is bij voorbaat niet
  • taalprof @Arminius: Ja dat is een int

« "Allerlei grammaticale fouten" | Hoofdmenu | Bij hun op school wel ja »

2 juli 2009

Werkwoordspelling

"Zeg luister eens"
"Ja wat is er?"
"Ik weet dat jij het nooit over spelling hebt, maar zou je toch eens iets willen zeggen over de werkwoordspelling?"
"De werkwoordspelling?"
"Ja, want dat is toch eigenlijk ook een beetje grammatica?"
"Hoezo?"
"Nou ja, dat je moet weten wanneer het voltooid deelwoord is en persoonsvorm en zo."
"Jaja"
"Heb je daar niet wat handige tips voor?"
"Hmm, ja, wat denk je hiervan: doe niet te moeilijk."

Lees meer/ minder/ printversie

Reacties

Het valt me op dat je hier, in afwijking van Klooster, het begrip 'stam' niet gebruikt.
En voorts, dat je het hebt over 'vervoeging -t' en niet, zoals ik denk dat het zou moeten, 'vervoegings -t' (met 's').

@Steven: wat het eerste betreft: mijn idee was dat het intuïtieve verschil tussen 'verbran-de' en 'verbrand-de' eenvoudigweg te verwoorden is met de constatering: 'verbran' is geen woord. Daar heb je het begrip "stam" niet bij nodig.

Uiteindelijk is dat begrip "stam" gedefinieerd als dat stuk van het werkwoord waar je de vervoegingen aan toevoegt. Het lijkt dus ook een beetje dubbelop om eerst het begrip "stam" te definiëren, en daar vervolgens die vervoeging weer achter te zetten. Dan kun je net zo goed proberen de vervoeging te identificeren, dat komt op hetzelfde neer, en het vermijdt complicaties die alleen maar met de spelling van de stam te maken hebben.

En wat het tweede betreft: ik had het inderdaad over de vervoeging '-t' en niet over 'vervoegings-t.' Ik bedoelde dan ook de vervoeging die de vorm '-t' heeft.

@taalprof: verder met het eerste: je veroorzaakt, althans bij mij, verwarring wanneer je, i.p.v. gewoonweg 'stam' te gebruiken, in eens met 'werkwoord' op de proppen komt. Zie citaat:
"""Bij de persoonsvorm moet je de vervoeging apart spellen."
"De vervoeging?"
"Dat is het stukje uitgang dat achter het werkwoord geplakt wordt. Dat kan een -t zijn, of een -te(n), of -de(n)."
"Jaja"
"Bij werkt is de vervoeging -t, die wordt achter het werkwoord werk geplakt. Dat is alles.""
Hier gebruik je 'werkwoord' i.p.v. 'stam'.
Het lijkt mij dan ook niet alleen zinvol, doch ook noodzakelijk om wél het begrip 'stam' te definiëren, namelijk als datgene waar de 'vervoeging' aan vastgeplakt wordt. Het één kan niet zonder het ander, en 'werkwoord' is wat anders dan 'stam'.

@Steven: Technisch, of objectief, of hoe je het wilt noemen, heb je natuurlijk gelijk. Maar wat suggereer je nu eigenlijk: dat iemand, omdat ik zeg 'plak -t achter het werkwoord,' zou denken dat je '-t' achter 'werken' of 'werkte' zou moeten zetten, zodat je 'werkent' of 'werktet' krijgt? Dat kan ik niet geloven. Of is de verwarring dat iemand zou denken dat 'werk' het werkwoord is? Wat zou dat?

Ik probeer het taalgevoel van moedertaalsprekers serieus te nemen door losweg te spreken over 'het werkwoord.' En laten we eerlijk zijn: 'werk' ís natuurlijk ook een werkwoord, net als 'werkte,' 'gewerkt,' enzovoorts. Maar die andere vormen van het werkwoord kunnen hier nauwelijks voor verwarring zorgen. Hooguit zou ik de verleden tijd enkelvoud apart moeten nemen, om te vermijden dat mensen 'hij vondt' spellen. Natuurlijk kun je dat oplossen door eerst het begrip 'stam' te definiëren, maar ik vind de problemen daarmee niet opwegen tegen de winst.

Door eerst met veel pijn en moeite de stam te definiëren raak ik een heel eind verwijderd van wat ik wil bereiken: dat mensen de vervoeging herkennen (niet de stam, daar gaat het mij hier niet om).

Een van de problemen bij het begrip "stam" is dat het een fonologisch begrip is, dat je hier in de uitleg van een spellingkwestie wilt gebruiken. De stam van 'leven' is 'lev' en leg dan maar eens uit dat die 'e' in de spelling verdubbeld wordt (tenzij de vervoeging '-en' volgt), en dat die 'v' in de spelling een 'f' wordt, tenzij de vervoeging '-en' en '-de(n)' erachter staat, enfin, dan ben je weer een halve pagina verder en is iedereen vergeten dat je het eigenlijk alleen over die 'd' en 't' wilde hebben. Terwijl beide spellingkwesties helemaal geen rol spelen bij die 't': het punt is dat je de ikvorm van het werkwoord moet overhouden als je de vervoeging '-t' wegstreept. Dat is alles.

@taalprof: Wat is er nu eenvoudiger dan: 'Neem de onbepaalde wijs (uitstekende benaming!), haal daarvan de laatste twee letters af, dan heb je de stam (eveneens een uitstekende benaming!) en plak daaraan de vervoeging vast.'
Geen verwarrlng, geen lange uitleg, taalgevoel gediend!

@Steven: Ik bedoelde niet dat het begrip "stam" niet uit te leggen is, maar dat dit begrip de d/t-kwestie nodeloos compliceert.

Wat jij nu doet is een instructie geven om een stam te vormen uit het hele werkwoord (overigens ook zonder dat je dat begrip die naam geeft). Dat is niet uitleggen wat een stam is. Dat is een technisch voorschrift om hem af te leiden.

Daarbij komt dat je instructie lang niet altijd werkt. Hij gaat niet op bij de werkwoorden die niet op '-en' eindigen: ('zijn', 'gaan', 'staan' etc.), en levert bijvoorbeeld rare resultaten op bij 'zien' of 'doen.' Maar het ergste is dat hij de hele spellingsproblematiek achteloos buiten beschouwing laat. Hij levert 'hebb' en 'holl' op als stamvormen, en 'hoev' en 'wijz.' En er zullen ook mensen zijn die hieruit zullen afleiden dat de stamvorm van 'weken' 'wek' is. Nou klopt dat allemaal wel enigszins, omdat het begrip eigenlijk een klankbegrip is, en in verschillende situaties een verschillende stamvorm krijgt, maar het probleem is dat je een klankbegrip probeert te illustreren met een operatie die werkt met letters.

Dus zo heel eenvoudig is dat allemaal niet.

Ik vind het een heel aardige benadering die je kiest, maar wat volgens mij het probleem is: om in jouw benadering d/t-spelling goed te doen, heb je grammaticale kennis nodig. Je moeten weten wat een persoonsvorm is (en dus hoe een zin in elkaar zit). En dat weten veel mensen niet. Juist daar struikelen ze over.

@Johannes: Je ziet het goed! Dat is precies de bedoeling van mijn weblog: laten zien dat grammaticale kennis nodig is. Volgens mij struikelen mensen juist over de gedachte dat je dit soort spellingkwesties zonder grammatica kunt aanpakken.

Ik vind het een knappe uitleg. Ik probeer hem bij de vele collega's die de klassieke benadering maar niet in hun hoofd krijgen. Bedankt!

Laat een reactie achter