Je hoort er de laatste tijd niet meer zo heel veel over: Ik ben een van de weinige mensen die dit snapt. In het bijzonder de NRC-columnist J.L. Heldring heeft zich jarenlang beijverd om deze "fout" uit te roeien. Keer op keer signaleerde hij de constructie met een enkelvoudig werkwoord in de bijzin, en keer op keer merkte hij op dat het toch echt meervoud moest zijn. Decennialang stelde hij deze misstand aan de kaak. Maar het hielp niets.
En het is nog wel zo'n ijzeren logica! In de constructie Een van de weinige mensen die dit snapt/snappen gaat het over weinig mensen die dit snappen, en daar dan eentje van. Het gaat toch niet om een die dit snapt van weinig mensen! Waterdichte redenering. Geen speld tussen te krijgen. En toch klopt hij niet.
Lees meer/
minder/
printversie
Allereerst: grammatica is geen logica. De regels die bepalen hoe onze taal in elkaar zit zijn niet per se op logische principes gebaseerd. Er is niets logisch aan, bijvoorbeeld, dat de persoonsvorm in getal moet overeenkomen met het onderwerp. Dat had net zo goed niet zo hoeven zijn, of het had ook kunnen zijn dat de persoonsvorm juist overeenkomt met het lijdend voorwerp (wat allebei in sommige talen het geval is). Er is niets logisch aan dat het lidwoord in het Nederlands vóór het zelfstandig naamwoord staat (wat in andere talen dan ook niet het geval is). Enzovoorts. Er is geen enkel grammaticaal principe dat logisch noodzakelijk is.
Het gaat hier om de grammaticale analyse van de woordgroep een van de mensen die dit snapt/snappen. In die woordgroep zit een bijzin die dit snapt/snappen, en de grammaticale vraag is: waar hoort die bijzin bij? Hoort die bij de hele woordgroep een van de mensen (die enkelvoud is), of alleen bij mensen (een meervoud)?
Hoe kun je die vraag beantwoorden? Je kunt het natuurlijk simpelweg van het gebruik proberen af te leiden en zeggen: mensen die de bijzin in het enkelvoud zetten, vinden blijkbaar dat die bijzin bij de hele woordgroep hoort. Mensen die de bijzin in het meervoud zetten, laten die bijzin alleen aansluiten op mensen.
Ja maar, dan is het dus nooit fout! Goed. Dan moet je kijken of er gevallen zijn die je maar op één manier kunt analyseren, en die beoordelen. Zulke gevallen zijn er wel. Bijvoorbeeld dit geval: in plaats van een van de mensen kun je ook zeggen een van ons. Nu kun je een zin maken als Een van ons die het niet langer kon/konden aanzien, verliet de zaal. Wat moet hier nu staan, kon of konden? Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die hier konden zegt. In dat geval hoort de bijzin dus ondubbelzinnig bij een van ons, en niet bij ons alleen.
Dit voorbeeld bewijst glashard dat het mogelijk is om een constructie als een van X die ... te lezen met een bijzin die aansluit op een van X en niet op X alleen. Dat betekent dat een van de mensen die dit snapt een prima zin is. In tegenstelling tot wat Heldring tientallen jaren heeft beweerd.
Maar het is toch ook mogelijk om die bijzin in het meervoud te zetten? Ja natuurlijk! Er is niets op tegen om een bijzin op mensen te laten aansluiten, dat kan natuurlijk ook. De constructie met meervoud is dus ook grammaticaal onberispelijk.
Het gaat hier dus nu eens niet om een of andere taalontwikkeling, en er bestaat zelfs al bijna geen verschil van mening (meer) tussen de taalkundigen en de officiële taaladviseurs. Hoewel de Onze Taaladviseurs nog van mening lijken dat het altijd meervoud is, wordt op taaladvies.net onomwonden gezegd dat beide vormen "correct" zijn. Waarschijnlijk ligt het daaraan dat je er weinig meer van hoort. Misschien is het dus eigenlijk al geen eeuwige kwestie meer. Maar gisteren kwam ik hem voor het eerst bij de vragen tegen.
O ja, voor de slimmeriken: als de bijzin ook altijd in het meervoud zou kunnen, waarom kan dat dan niet bij Een van ons die het niet langer konden aanzien? Wat is daar dan fout aan? Ik denk dat dat te maken heeft met de naamval van ons. Dat is een voorwerpsvorm, en het betrekkelijk voornaamwoord die is onderwerp in de bijzin. Dat botst blijkbaar. Het is ook gek als je zegt: Hij keek naar ons die hem net aangesproken hadden. Vervang je ons door de mensen, dan wordt die zin weer prima. Blijkbaar zijn wij nog steeds gevoelig voor die naamval van ons. Toch wel mooi, als je bedenkt dat naamvallen al zo lang op hun retour zijn.
Lees minder
Ik vraag mij af of er niet ook enkele betekenisaspecten meespelen.
In "Een van de weinige mensen die dit snapt/snappen, ..." geldt voor elk van die "weinige mensen" dat hij of zij het snapt. In "Een van ons die het niet langer kon/*konden aanzien, ..." geldt echter niet dat elk "van ons" het niet langer kon aanzien. Over die ene is de zin duidelijk, maar over de anderen zegt hij niets. De vraag is dan of je de tweede zin wel mag gebruiken om iets over de eerste af te leiden.
Verder, is er trouwens een verschil met "Een van de onzen die het niet langer konden aanzien, ..."? Dat lijkt me even 'fout' of 'ongewoon' als de zin met "ons", terwijl er bij "de onzen" eigenlijk geen naamvalsinterferentie kan zijn. Met een uitbreidende bijzin kan het meervoud wel: "Een van de onzen, die het niet langer konden aanzien, barstte in tranen uit, de anderen protesteerden heftig." Een beperkende zin na "de onzen" is gek: bij "de mensen die" kun je het antecedent makkelijk zien als een deelverzameling binnen een groep waarvoor dezelfde beperking niet geldt, maar "de onzen die" suggereert dat er ook "onzen" zijn "die niet", en dat lijkt me toch moeilijk te bevatten. Ik vraag me af of iets gelijkaardigs ook niet geldt voor "ons", misschien meer dan of bovenop het naamvalsprobleem.
Ten slotte lijkt het enkelvoud mij niet altijd mogelijk. "Een van de spelers die veel scoorde ...", is oké, en "Een van de weinigen die veel scoorde ...", is dat ook nog, maar "Een van degenen die veel scoorde ..." lijkt mij fout.
Geplaatst door: Herman Callens | 15 juni 2007 om 17:41
@Herman Callens: ik denk dat je 'een van de weinige mensen die dit snapt' ook kunt lezen als "de enkeling die dit snapt". Je hebt het over een persoon die dit snapt, en je zegt dat die een relatief uniek individu is. Het is mijns inziens niet noodzakelijk dit in een verzamelingstheoretische zin te begrijpen.
Je hebt gelijk als je zegt dat een beperkende bijzin die aansluit op 'ons' of 'onzen' onmogelijk is. De eerste persoon meervoud heeft een vaste verwijzing die niet beperkt kan worden. Maar de naamvalsobservatie blijft staan bij de uitbreidende bijzin. De uitbreidende bijzin kan, zoals je terecht opmerkt, wel op 'de onzen' aansluiten, maar op 'ons' nog steeds niet: 'een van ons, die het niet langer konden aanzien' is nog steeds gek.
Je observatie met betrekking tot 'degenen' is terecht. Mooi voorbeeld, waarmee je aantoont dat de bijzin heel goed op het gedeelte na 'van' kan aansluiten. Ik grijp dat voorbeeld natuurlijk meteen aan om ook het omgekeerde aan te tonen: 'degene van de spelers die veel scoorde kreeg een extra beker' is prima, maar 'degene van de spelers die veel scoorden kreeg een extra beker' is fout. Dat komt natuurlijk omdat 'degene' een zogeheten "bepalingaankondigend aanwijzend voornaamwoord" is, waar per se een bepaling op moet volgen. Dat woord trekt dus als het ware de bijvoeglijke bijzin naar zich toe.
Geplaatst door: taalprof | 16 juni 2007 om 11:19
Sorry, maar Herman heeft gelijk, en taalprof niet: waar de bepaling bijhoort wordt bepaald door waar de bepaling inhoudelijk iets over zegt.
Dus als je het hebt over weinig mensen van wie een iets snapt, is het
Een van de weinige mensen, die dit snapt,
want dan is het een uitbreidende bijzin, en moet er dus een komma voor "die".
Als je het over weinig mensen hebt die allemaal iets snappen, en daar een van, is het
Een van de weinige mensen die dit snappen
Taal is misschien niet altijd logisch, maar wel bijna altijd, en zeker hier.
Geplaatst door: Reinier Post | 17 september 2007 om 10:52
@Reinier Post: ik ben het met jou (en Herman) eens dat de uitbreidende bepaling alleen bij de hele woordgroep kan horen, en niet bij het gedeelte achter 'van'. De naamvalsobservatie onderstreept dat.
Ook jouw uitleg, en je beide voorbeelden, kan ik billijken.
Ik zit nog even te proberen te begrijpen waar wij het dan oneens zijn, en ik geloof dat het dit is: volgens jou moet je in 'Ik ben een van de weinige mensen die dit snapt' een komma zetten of het meervoud gebruiken. Want om het enkelvoud te kunnen gebruiken zou het volgens jou uitbreidend moeten zijn, en dat moet met een komma worden aangegeven. Vat ik het zo goed samen?
In dat geval zie ik niet in waarom dat zo zou zijn. Ik snap de logica wel, en ook het verschil tussen beperkend en uitbreidend is mij duidelijk, maar ik kan het toch echt lezen als 'ik ben de enkeling die dit snapt', en in die zin hoef ik geen komma te zetten (mag ik niet eens een komma zetten, zou ik zeggen). Vertel mij anders eens waarom ik dat niet zo kan lezen.
Geplaatst door: taalprof | 17 september 2007 om 14:33
prof: Ik voel met je mee, d.w.z. het klinkt mij ook niet erg fout in de oren; maar grammaticale en logische structuur zijn hier met elkaar in tegenspraak. Grammaticaal is 'die' het onderwerp van 'snapt' en verwijst 'die' naar 'een van de weinige mensen': je verwacht dus dat die zin zegt dat die een het snapt. Maar je geeft een interpretatie waarin het snappen betrekking heeft op al die mensen. Ik zou de vraag willen terugkaatsen: hoe kan het dat de taal dat toelaat?
Als ik iets niet snap probeer ik altijd maar wat analogieen te maken. (Herman Callens geeft er boven ook al een paar.)
*Ik ben een van de vijf mensen op de wereld die dit snapt
*Ik word een van de weinige mensen die dit mag
?Een van de weinige mensen die dit snapt ben ik
*Wij zijn een paar van de groep die hierover discussieren
Wat is er bijzonder aan Heldrings zin??
*Het is een van die raadsels dat totaal niet op te lossen is
Geplaatst door: Reinier Post | 28 september 2007 om 20:50
@Reinier Post: ik begrijp niet goed waar je naartoe wil met je analogieën. Als ze leiden tot de uitspraak dat de door mij in verdediging genomen zinnen fout zijn, dan kan ik er natuurlijk niet in meegaan. In een van je analoge zinnen gebruik je in elk geval de constructie 'een paar van de groep'. Dat lijkt me een totaal ander geval.
Met je sterretje bij 'een van de raadsels dat' kan ik het wel eens zijn. Het betrekkelijk voornaamwoord 'dat' is hier blijkbaar gebaseerd op de onjuiste gedachte dat achter 'een' het woord 'raadsel' is weggelaten. Ik zie niet in waarom dat zo zou zijn. 'Het is een van de raadsels die totaal niet op te lossen is' is een prima zin. Niks mis mee, komt veel vaker voor dan met 'dat'.
Waarom laat de taal dit toe? In ieder geval voelt de taal zich blijkbaar niet gedwongen om toe te geven aan onze redeneringen en analogieën. Ik hoop niet dat het je bedoeling is om zinnen af te keuren waarvan we niet begrijpen waarom ze goed zijn. Volgens mij zet je dan de wereld op zijn kop.
Geplaatst door: taalprof | 29 september 2007 om 2:01
@Reinier Post: misschien antwoordde ik gisteren te haastig. Mijn antwoord op de vraag "Waarom laat de taal dit toe?" zit me niet helemaal lekker. Daarom nog een aanvulling.
Ik neem aan, nu ik het nog eens teruglees, dat je bedoelt: Waarom laat de taal het toe dat je een interpretatie krijgt die je niet verwacht? En niet in het algemeen: Waarom laat de taal deze zinnen toe? Ik heb het in mijn vorige antwoord in de laatste betekenis opgevat. Maar laat ik het ook in de eerste betekenis beantwoorden.
Mag ik dan allereerst toch nog even vaststellen dat de taal de zinnen blijkbaar toestaat? Het zijn zinnen die al eeuwen voorkomen, en waar al jaren tegen gestreden wordt. Blijkbaar helpt dat niet. Ook bij mezelf merk ik dat ik best in al die zinnen bewust het meervoud kan gebruiken, maar elke keer als ik dat doe, moet ik het bewust doen, en steeds irriteert het me dan dat ik een blijkbaar natuurlijke neiging moet onderdrukken om , tja, omwille van wat eigenlijk? Logische elegantie? Angst voor taalkritiek? Waar ben ik dan mee bezig?
Misschien is mijn weergave van die betekenis wel niet goed. Misschien zit het anders. Zoals ik constateerde is er syntactisch niets mis met een bijzin die aansluit op 'een van de weinigen', en die dus enkelvoud moet zijn. Ik veronderstelde hier een betekenis als "een enkeling" voor "een van de weinigen". Het kan ook zijn dat de bijzin rechtstreeks aansluit op 'een', en dat 'van de weinigen' moet worden geïnterpreteerd als "als een van de weinigen". De betekenis van 'Een van de weinigen die dit snapt is hij' kun je dan omschrijven als "iemand die dit snapt, als een van de weinigen, is hij". Waarom zou dat niet kunnen? Dat is toch een redelijke omschrijving die alle elementen van de zin op een geloofwaardige manier verantwoordt?
En nog even met betrekking tot de verkeerde gedachte dat 'een van de raadsels' een samentrekking zou zijn van 'een raadsel van de raadsels'. Dat is in het verleden in de taalkundige literatuur afdoende weerlegd met de observatie dat je in een zin als 'een van ons' zo'n invulling niet kunt maken. Wat zou dat moeten zijn? 'een ik van ons'? 'een wij van ons'? Ja je kunt zeggen 'een persoon van ons', maar dan zou je bij 'een van de weinige mensen' ook wel 'een persoon van de weinige mensen' kunnen invullen.
En ik kan daar trouwens nog wel een argument aan toevoegen. Stel, je bent als bioloog vier kikkers aan het ontleden, en je verwijdert hun hersenen en je legt ze voor je op de tafel. Dan liggen er vier hersenen op tafel. Dan kun je "een van die hersenen" nemen. Wat moet je daar dan invullen? 'een hersen van die hersenen'? Het woord 'hersenen' heeft immers geen meervoud. Nee, de partitiefconstructie is een voorbeeld van het zelfstandige telwoord 'een'. Daar hoeft niets bij.
Geplaatst door: taalprof | 29 september 2007 om 8:31
taalprof: bedankty voor je uitgebreide reacties.
Ik heb de sterretjes gezet in de mening dat je de voorbeelden oingrammaticaal zou vinden. Is dat niet zo, dan blijft mijn probleem onverdund bestaan, namelijk dat ik niet begrijp hoe het mechanisme van de betekenistoewijzing in deze gevallen werkt.
Voor mij is "een van die hersenen" overigens ongrammaticaal, omdat "hersenen" meervoud is, maar geen enkelvoud heeft. Maar ik kan wel andere voorbeelden verzinnen.
Ik zal er nog eens over nadenken.
Geplaatst door: Reinier Post | 14 oktober 2007 om 22:33
@Reinier Post: volgens mij werkt het zo, bij bijvoorbeeld 'ik ben een van de vijf mensen op de wereld die dit snapt': de bijzin 'die dit snapt' wordt gevoegd bij de woordgroep 'een van de vijf mensen op de wereld'. Daarom is hij enkelvoud. 'Een van de vijf mensen op deze wereld' krijgt vervolgens de betekenis 'een persoon uit een bepaalde verzameling van vijf personen'. Aan die totale betekenis wordt de betekenis toegevoegd dat die ene persoon het snapt. De nadere omschrijving van die verzameling van vijf personen, die logischerwijze ook zou moeten bestaan uit personen die het snappen, blijft in die betekenistoewijzing ongespecificeerd. Resultaat: een betekenis als: 'ik ben een persoon uit een verzameling van vijf personen op deze wereld, en die ene persoon is iemand die het snapt.'
Ik zie wel dat het "logischer kan", maar ik zie niet in waarom dit onmogelijk zou zijn.
Geplaatst door: taalprof | 15 oktober 2007 om 0:23
Er zijn wel vergelijkbare gevallen, bijvoorbeeld:
(1) Hij verhuisde in de late jaren '40 als een van de eerste Nederlanders naar Canada.
Ook in (1) zou je logisch redenerend iets verwachten als (2):
(2) Hij verhuisde in de late jaren '40 als een van de eerste Nederlanders DIE NAAR CANADA VERHUISDEN naar Canada.
Als 'een van de eerste Nederlanders' niet stilzwijgend wordt begrepen als 'een lid van een groep van de eerste Nederlanders die naar Canada verhuisden', dan blijft als enige mogelijke lezing over dat er een holenmens met knots en berenvel aan boord de oceaanstomer stapte, en zo zal niemand de zin lezen.
Geplaatst door: Henk | 3 juni 2008 om 0:16
@Henk: leuk voorbeeld! Het doet me denken aan een Engels voorbeeld uit de tijd dat de taalkunde veel aandacht had voor voornaamwoordelijke verwijzing: 'Lips that touch liquor will never touch mine': die zou bij uitschrijving van het voornaamwoord 'mine' ook een logische onmogelijkheid opleveren: 'lippen die likeur aanraken zullen nooit mijn lippen die likeur aanraken aanraken.'
Of de bekende "Bach-Peters-paradox", met een Nederlandstalig voorbeeld: 'de man die hem verdiende kreeg de prijs die hij wilde'. In deze zin kun je nooit de betekenis van de voornaamwoorden uitschrijven. In eerste instantie krijg je, bij uitschrijving van 'hem' en 'hij':'de man die de prijs die hij wilde verdiende kreeg de prijs die de man die hem verdiende wilde.' Maar in die uitschrijving staan weer twee voornaamwoorden. Als je die gaat uitschrijven krijg je: 'de man die de prijs die de man die hem wilde verdiende kreeg de prijs die de man die de prijs die hij wilde verdiende.' Enzovoorts.
De boodschap van die zinnen was: voornaamwoordelijke verwijzing is "sloppy". Dat geldt ook voor de verwijzing in jouw voorbeeld.
Geplaatst door: taalprof | 3 juni 2008 om 11:50
Kortom, enkelvoud dus. Ik zat heel even te twijfelen, maar weet het nu zeker. Thnx! (Ook zo typisch Nederlands.)
Geplaatst door: Marjan | 29 september 2008 om 11:07
@Marjan: dat lijkt me te kort door de bocht. Zoals ik in het logje aantoon is er niets op het enkelvoud aan te merken, maar je kunt ook voor het meervoud kiezen. Het ligt er maar aan waar je de bijzin op wilt laten aansluiten. Kortom: kan allebei dus.
Geplaatst door: taalprof | 29 september 2008 om 11:27
Oké. Even mijn zin dan, waar het om ging:
Ik ben een van de weinigen die het over the top vindt.
Nu krijg ik reacties dat het laatste woord 'vind' moet zijn. Dat klopt toch niet?
Geplaatst door: Marjan | 29 september 2008 om 21:40
@Marjan: nee, dat klopt zeker niet. Je kunt 'vinden' nog verdedigen, maar als het enkelvoud is, is het ook derde persoon. Je kunt dat inzichtelijker maken door in de bijzin een wederkerend werkwoord te kiezen. Vergelijk bijvoorbeeld 'Ik ben een van de weinigen die zich nooit vergist' met 'Ik ben een van de weinigen die me nooit vergis.' Tweede klinkt toch gek, niet?
Geplaatst door: taalprof | 29 september 2008 om 22:42
Taalprof, je zegt dat de enkelvoudsvorm die van de "eerste persoon" moet zijn, maar bedoelt denkelijk "derde persoon".
Geplaatst door: Henk | 30 september 2008 om 16:26
@Henk: ja, dat bedoelde ik inderdaad. Dat zag ik blijkbaar om 22:42 even niet meer zo scherp. Ik ga het verbeteren.
(Voor degene die het na mijn verbetering niet meer snapt: in mijn antwoord aan Marjan stond in plaats van 'derde persoon' 'eerste persoon'; dit is door Henk gesignaleerd en nu dus gecorrigeerd).
Geplaatst door: taalprof | 30 september 2008 om 16:36