"
Een zelfstandig naamwoord duidt een zelfstandigheid aan. Wat vind je daarvan?"
"Wat is dat?"
"Hoezo, wat is dat?"
"Wat is dat, een
zelfstandigheid?"
"Een mens, een dier, een ding, en eh, nou ja, allerlei dingen."
"Hmhm"
"Zoals
pijn bijvoorbeeld, dat is ook een zelfstandigheid, of
rechtvaardigheid, of
deugd."
"Hm, ja, ik snap de voorbeelden wel, en ik voel ook wel een beetje aan wat
in ieder geval een zelfstandigheid is, maar niet wat het nou echt
is. Waarom is
vrolijkheid wel een zelfstandigheid en
vrolijk niet?"
"Nou,
vrolijkheid daar kun je een lidwoord voorzetten."
"Ja, dat gaat over het wóórd
vrolijkheid, maar we hadden het over het begrip."
"He?"
"Het wóórd
vrolijkheid kun je een zelfstandig naamwoord noemen op grond van het feit dat je het met een lidwoord kunt combineren, maar waarom is het begrip
vrolijkheid een zelfstandigheid?"
"Tja,
vrolijk is een eigenschap en
vrolijkheid is wat je hebt als je die eigenschap verzelfstandigt."
"Volgens mij wordt het er zo niet echt duidelijker op. Laat ik het via een omweg benaderen: waarom denk jij dat een zelfstandig naamwoord een
zelfstandig naamwoord heet?"
"Dat lijkt me logisch: omdat het een zelfstandigheid aanduidt."
"Kijk, dat denk ik dus niet."
"O? Wat denk jij dan?"
"Ik denk dat een zelfstandig naamwoord een
zelfstandig naamwoord heet omdat het een naamwoord is dat zelfstandig voorkomt."
"Hoe bedoel je dat?"
"Een
bijvoeglijk naamwoord is een naamwoord dat altijd afhankelijk is van een ander woord. Het staat altijd ergens bij.
Vrolijk kun je in een zin alleen gebruiken bij een zelfstandig naamwoord (
een vrolijk kind), of als naamwoordelijk deel (
het kind is vrolijk), of als bepaling van gesteldheid (
het kind zat vrolijk in zijn stoeltje). Het is dus altijd afhankelijk van een ander woord waar het iets van zegt. In een taal met naamvallen zie je dan dat het bijvoeglijk naamwoord qua vorm afhankelijk is van het zelfstandig naamwoord. Een zelfstandig naamwoord is onafhankelijk, oftewel zelfstandig."
"Jaja."
"Ik denk dus dat die hele betekenisomschrijving met die zelfstandigheid afgeleid is van de term
zelfstandig naamwoord, en niet andersom."
"Dat snap ik niet."
"Een zelfstandigheid is iets wat je aanduidt met een zelfstandig naamwoord, en niet andersom: een zelfstandig naamwoord is een woord wat een zelfstandigheid aanduidt."
"Ik geloof dat ik het net snap, maar het is wel subtiel hoor! Maar dan zit je dus wel met een uitlegprobleem!"
"Precies. Daarom vroeg ik het."
"Aha"
"De Algemene Nederlandse Spraakkunst merkt dit probleem ook op. Die merkt op:
Het substantief is het gemakkelijkst syntactisch te karakteriseren. En even verderop:
Semantisch is het substantief moeilijk te definiëren. En dan komt de ANS met die uitleg van die zelfstandigheid van jou."
"O, dat was dus nog niet eens zo gek."
"Nee, dat niet. Maar het gekke is dat elke uitleg in elke onderwijsmethode met die problematische betekenisuitleg begint."
"Nou ja, dat is toch ook het meest inzichtelijk? Dat de woordsoort een soort betekenisbasis heeft?"
"Dat ben ik wel met je eens. Maar eigenlijk zou je dus een ander woord willen hebben dan dat gekke
zelfstandigheid, waar niemand zich iets bij voor kan stellen."
"Ja dat snap ik wel. Maar dan kom je toch al snel terecht bij een opsomming."
"Wat zei je net ook alweer?
Mensen, dieren, dingen, en..."
"Eh, ik zei iets als
allerlei dingen geloof ik."
"En toen gaf je een paar voorbeelden."
"Ja, ik zei
pijn, en eh... dinges, eh..."
"Hee wacht eens even!"
"Wat?"
"Je zei
dinges. Is dat niks?"
"
Dinges?"
"Ja!"
"Een zelfstandig naamwoord is een woord dat
een dinges aanduidt?"
"Ja. Kijk,
Balkenende is
een dinges, maar een
kat is ook
een dinges. En een
tafel is
een dinges, maar
pijn is ook
een dinges (bijvoorbeeld
een gevoel). En
vrolijkheid is
een dinges, maar
vrolijk niet.
Vrolijk is geen
dinges."
"Jaja."
"
Vrolijk is meer een
zo."
"Hm. Denk je dat je dat kunt verkopen?"
"Ik weet het niet, maar het is de moeite waard om het te proberen. Het aardige lijkt me wel dat het aansluit bij een taalgevoel. Iedereen heeft wel een zeker taalgevoel over wanneer je kunt zeggen
X is een dinges. En uiteindelijk heb je toch nog je syntactische argumenten die dat gevoel kunnen ondersteunen."
"Mmmm. Dat zou kunnen werken."
"Weet je wat? Ik ga het gewoon proberen!"
"Nou, ik wens je veel succes!"
Lees minder
Laatste reacties